
“Ik heb hier iets liggen… misschien is dit wel wat voor jou”. Hij stond op, liep naar een kast, en pakte er een stapeltje papieren uit. Ik bekeek ze goed. Op dat moment wist ik het nog niet, maar mijn scriptiebegeleider had me zojuist kennis laten maken met een van de best bewaarde geheimen van de rechtsgeschiedenis: de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum.
Ondanks een succesvolle scriptie, zijn die geheimen overigens nog niet opgehelderd. Zoals Jona ons op dit blog regelmatig herinnert: oudheidkunde is de wetenschap van dataschaarste. Onderzoek doen is dan een puzzel leggen met een beperkt aantal stukjes en zonder voorbeeld. Daar horen allerlei vragen bij: Hoe leg je een puzzel als je niet alle stukjes hebt? Kan ik de losse stukjes begrijpen zonder context? Hoe ga je om met stukjes die beschadigd of onvolledig zijn? Welke stukjes horen eigenlijk bij deze puzzel? En hoe verhoudt mijn oplossing van de puzzel zich tot eerdere pogingen van andere onderzoekers?
Omdat al het goede in drieën komt, hoop ik u in drie stukjes mee te nemen door het puzzelproces. Om te beginnen zullen we de stukjes sorteren, zodat we ze in de volgende twee blogjes kunnen gaan leggen.
Een christelijke tekst?
Laten we eerst eens kijken wat die Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum eigenlijk is. Zoals deze titel aangeeft, is het een Latijnse tekst waarin de wetten van Mozes worden vergeleken met de wetten van de Romeinen. De titel Collatio Legum is bedacht door de eerste redacteuren; soms wordt de tekst ook aangeduid als Lex Dei (“de wet van God”), naar de openingswoorden. De tekst bestaat uit zestien titels, elk met een ander thema (daarover meer in het volgende blogje). Vervolgens wordt voor elk van de zestien thema’s een of meerdere verzen uit de wetten van Mozes (de Torah of Pentateuch) geciteerd, gevolgd door een of enkele citaten van beroemde Romeinse juristen. Wat de collator wil laten zien, zijn de overeenkomsten tussen beide juridische corpora. Voor zover mij bekend, is er geen enkele andere tekst als deze.
Hoe sorteer je dan je puzzelstukjes? Om te beginnen kunnen we kijken naar eerdere pogingen. Mijn scriptiebegeleider wees me erop dat we bij Romeins Recht altijd beginnen bij Theodor Mommsen. Mommsen legde in 1895 als eerste een verband met de Codex Theodosianus, het christelijke wetboek afgekondigd in 438 na Chr. Toch dateerde hij de Collatio zelf in de vierde eeuw, als een christelijke compilatie die de samenhang tussen Bijbels en Romeins recht moest laten zien. Een degelijke, kritische editie in het Duits werd verzorgd door Karl Jost (1911). Een meer toegankelijke editie in het Engels werd verzorgd door Moses Hyamson (1913), die bovendien in enkele essays Mommsens theorieën aanvulde.
Een joodse tekst?
De eerste die Mommsens theorieën uitdaagde, was de Italiaan Edoardo Volterra. In een serie publicaties wees hij op de complexe totstandkoming van de tekst. Bovendien speculeerde hij over een latere datering (in de vijfde eeuw), als ook over de mogelijkheid van een joodse auteur. In de jaren negentig van de vorige eeuw zou Leonard Rutgers Volterra’s theorieën verfijnen, nuanceren en contextualiseren in het joodse leven in het Rome van de vierde en vijfde eeuw. De huidige autoriteit op het gebied van de Collatio is Robert Frakes, die in 2011 een nieuwe editie van de tekst verzorgde ter vervanging van die van Hyamson. Bovendien keert Frakes in zijn publicaties terug naar de basis van Mommsen: een christelijke collator in Rome, in de vierde eeuw.
De tekstedities van Jost, Hyamson en Frakes zijn gebaseerd op drie manuscripten: de codices van Berlijn, Wenen en Vercelli. In alle drie de manuscripten staat de Collatio tussen allerlei andere juridische teksten, zoals het Epitome van Julianus en verschillende novellen. De oudste tekst is de Berlijn Codex, die paleografisch is gedateerd in de negende of tiende eeuw. Beide andere codices werden gecatalogiseerd in 1822. Maar nog in 2020 is een fragment gevonden in de Kroatische staatsarchieven in Zadar. Omdat het gevonden fragment ouder was dan de drie andere manuscripten, worden aannames over de verspreiding van de tekst op dit moment herzien.
Dus om de balans op te maken: we hebben te maken met een Latijnse tekst, die wetten van Mozes en meningen van Romeinse juristen vergelijkt en wil aantonen hoe ze overeenkomen. We hebben een aantal puzzelstukjes, en een paar mogelijke totaalplaatjes. De grote lijn is duidelijk, maar feitelijk weten we nog altijd niet wie het geschreven heeft, waar, wanneer, of waarom.
En, spoiler: daar gaan we ook niet achter komen. Maar dat maakt de vragen niet minder boeiend.
[Deze gastbijdrage van Robert Braskamp zal later vandaag worden vervolgd. Dank je wel Robert!]

Augustinus, de man die “ik” zei
Celtic Fields
Sint-Servaas
Prachtig begin voor een nieuwe serie blogposts.
Ik kijk uit naar het vervolg.
Nieuwsgierige groet,
Veel dank!