Collatio Legum (2): Wat en Wie?

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het vorige stukje hebben we gezien hoe eerdere wetenschappers de puzzel van de Collatio hebben gelegd. Toch hebben we geconcludeerd dat we weinig zeker weten over wie het geschreven heeft, waar, wanneer, of waarom. In dit artikel wil ik graag de tekst zelf bekijken, met de nadruk op de inhoud van de tekst en de identiteit van de auteur. We houden ons nu dus vooral bezig met het “wat” en het “wie”. In het volgende stukje kunnen we ons dan focussen op de plaats, het doel en de tijd waarin hij schreef. Zeg maar het “waar”, “waarom” en “wanneer”.

Wat?

We hebben al gezien dat de Collatio een juridisch vergelijkend document is dat Romeinse wetten naast Mozes’ wetten plaatst, met als doel gelijkenissen aan te tonen. Het is dus geen wetboek met geboden en verboden, maar eerder een verzameling teksten die overeenkomsten tussen Bijbels en Romeins Recht wil aantonen.

Ik vertelde ook al dat de Collatio is opgebouwd uit zestien titels. Dat zijn de volgende:

  1. Over Moordenaars
  2. Over Ernstige Misdaad
  3. Over het Recht en de Wreedheid van Meesters
  4. Over Overspelers
  5. Over Verkrachters
  6. Over Incestueuze Huwelijken
  7. Over Dieven en Over Hun Straf
  8. Over Vals Getuigenis
  9. Over Niet-Toegelaten Getuigenis van Familieleden
  10. Over Bewaargeving
  11. Over Wegrovers
  12. Over Brandstichters
  13. Over een Verplaatste Grenspaal
  14. Over Ontvoerders
  15. Over Tovenaars, Magiërs en Manicheeërs
  16. Over Wettelijke Erfopvolging

Een scherpe lezer die bekend is met de Tien Geboden, heeft misschien al een patroon ontdekt. Kijk nog eens naar Titel I, IV, VII en VIII. En lees dan Exodus:

Pleeg geen moord. Pleeg geen overspel. Steel niet. Leg over een ander geen vals getuigenis af.noot Exodus 20.13-16; NBV21.

Moord, overspel, diefstal en vals getuigenis. Deze indeling kan natuurlijk helemaal toevallig zijn, maar we hebben hier te maken met een auteur die onbekende wetten uit de Torah heeft opgespoord, en het is daarom niet onredelijk aan te nemen dat hij de overbekende Tien Geboden heeft gebruikt om zijn eigen werk te structureren.

Of in elk geval de tweede helft ervan. Dat zijn de meer praktische geboden, en daarvoor zijn dus ook het makkelijkst parallellen te vinden bij de Romeinse juristen. (Het joodse verbod op afgodsbeelden zou in het Romeinse recht vreemd zijn.) Bovendien zijn dit precies die geboden die Jezus had aangewezen:

Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’noot Marcus 10.17-19; NBV21.

Moord, overspel, diefstal, vals getuigenis, bedriegerij (de Herziene Statenvertaling vertaalt met “benadelen”), en eerbied voor ouders. De volgorde wijkt iets af van Exodus (waar het gebod tot eerbied voor de ouders vóór het verbod op moord staat), maar helpt ons wel om nog beter om de zestien titels van de Collatio te begrijpen.

Moord: Titel I, II, III
Overspel: Titel IV, V, VI
Diefstal: Titel VII
Vals getuigenis: Titel VIII, IX
Bedriegerij: Titel X, XI, XII, XIII, XIV
Eerbied voor ouders: Titel XV, XVI

Vooral de laatste twee zijn onderwerp van veel discussie geweest. In mijn indeling vallen onder het kopje bedriegerij misdrijven die een ander op allerlei manieren benadelen: verduistering, het afdrijven van vee, brandstichting, onrechtmatige toe-eigening van land en het inpikken van andermans slaven. En onder de eerbied voor ouders vallen waarzeggerij en magie, omdat (volgens de Collatio zelf) waarzeggers en magiërs (en manicheeërs) de goede orde die door de goden is ingesteld (en door de voorouders doorgegeven) verwerpen.

Wie?

Dan het wie. De meeste geleerden (Rutgers uitgezonderd) gaan er wel vanuit dat de collator een jurist is geweest. Op basis van zijn stijl en brongebruik typeert Frakes de collator als een jurist uit de middenklasse, maar de door hem beschreven methode wijkt niet erg af van die van Ulpianus, zoals beschreven door Tony Honoré. Een jurist uit de top van het staatsapparaat is dus niet uitgesloten.

De belangrijkste vraag die geleerden heeft beziggehouden, is of de collator een jood of een christen is geweest. Rutgers, voortbouwend op de Italiaanse geleerde Volterra, beschouwde de Collatio als een apologetisch werk van een Romeinse jood. Hiervoor somt hij een aantal argumenten op:

  1. De collator omschrijft teksten uit de Torah als Lex/Scriptura Divina (Goddelijke wet/Schrift).
  2. In tegenstelling tot andere christelijke wettenverzamelingen, zoals het Syro-Romeins wetboek, zwijgt de Collatio in alle talen over Jezus en het christendom.
  3. Het doel van de collator was om de waarde van de joodse wetten te bewijzen voor de (veelal) christelijke juristen in het Rijk.

Voorstanders van een christelijke collator brengen hier verschillende argumenten tegenin:

  1. Ook christenen als Tertullianus omschreven de Torah met termen als Lex Divina. De collator is bovendien, net als de christenen, alleen geïnteresseerd in ethische wetten, niet in cultische.
  2. Geen enkele latere joodse bron noemt het document, terwijl christenen (zoals bisschop Hincmar van Reims) er wel aan refereren.
  3. De manicheeërs waren een doorn in het oog van laat-vierde- en vroeg-vijfde-eeuwse christenen; geen enkele andere joodse tekst refereert expliciet aan hen. Opname van wetten tegen de manicheeërs in de Collatio kan wijzen op christelijke invloed.
  4. Het doel van de collator was om een synthese te maken van de Bijbelse en Romeinse tradities.

Daarnaast wordt vaak de context aangehaald. Vrijwel alle geleerden gaan ervan uit dat de auteur een jurist was. De meeste juristen in deze tijd werkten in staatsdienst. Vanaf de vierde eeuw nam het aantal christenen in overheidsdienst snel toe, terwijl het voor joden juist steeds ongunstiger werd om voor een christelijke overheid te werken. En dan zijn er nog de verbanden met de (christelijke) Codex Theodosianus, zoals al gesuggereerd door Mommsen. Over het geheel genomen lijkt het bewijs voor een christelijke collator dus zwaarder te wegen.

[Deze gastbijdrage van Robert Braskamp zal zo worden vervolgd. Dank je wel Robert!]


Stilicho

augustus 22, 2023

Kameel aan de Rijn

april 12, 2017
Deel dit:

2 gedachtes over “Collatio Legum (2): Wat en Wie?

Reacties zijn gesloten.