MoM | De lachende rechtsgeleerde

Portret van een Romeinse rechtsgeleerde, tweede kwart derde eeuw n.Chr., mogelijk Julius Paulus (Palazzo Massimo, Rome)

Als alles naar wens gaat, begin ik deze week in Leeuwarden aan het project waarover ik al schreef. Ik hoor vandaag of ik in juni/juli woonruimte heb in die stad. Voor augustus lijkt het te zijn geregeld en dan kijk ik zelfs uit over de roemruchte Bonkevaart. Toen ik dat een vriendin vertelde en grapte dat ik nu natuurlijk wel hoopte op een Elfstedentocht, wierp die serieus tegen dat dat niet snel zou gebeuren in augustus.

We herkennen allemaal weleens een grapje niet. Het is inherent aan onze communicatie: we hebben nu eenmaal niet allemaal dezelfde voorkennis en esprit, waardoor misverstanden ontstaan. Dat is helemaal niet erg, maar deze onzekerheid is de natuurlijke habitat van de oudheidkundige die zich met antieke teksten bezighoudt.

Lees verder “MoM | De lachende rechtsgeleerde”

Theseus voor de rechter

Hippolytos en Faidra: mozaïek uit Pafos.

In de Griekse en Romeinse tijd trouwden meisjes zo rond hun vijftiende. Vaak waren hun echtgenoten aanzienlijk ouder, misschien wel tien jaar. Indien het voor de man om een tweede huwelijk ging, kon het dus gebeuren dat de zoon des huizes even oud was als zijn stiefmoeder. Je kunt je een voorstelling maken van de aantrekkingskracht die zo’n jonge man en jonge vrouw op elkaar kunnen hebben uitgeoefend. Ze vormt de achtergrond van een tragedie van de Atheense toneeldichter Euripides uit 428 v.Chr., de Hippolytos.

De plot is ongeveer dat Hippolytos, de zoon van Theseus, een geweldige jager is die uitsluitend offert aan Artemis en zo de jaloezie opwekt van Afrodite. Die zorgt ervoor dat Theseus’ tweede echtgenote, Faidra, verliefd wordt op haar stiefzoon. Omdat ze een vrouw van eer is, besluit ze het geheim te houden, maar het lekt uit en Hippolytos reageert kwaad, waarop Faidra zelfmoord pleegt – maar niet na op een schrijfplankje te hebben geschreven dat Hippolytos haar heeft willen aanranden. Als Theseus dit leest, vervloekt hij zijn zoon, die inderdaad om het leven komt.

Lees verder “Theseus voor de rechter”

MoM | Vrouwenrechten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van het Corpus Juris van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een paar jaar geleden was ik adviseur voor een nooit gemaakte TV-serie over Nederland in de Romeinse tijd. Met een knappe archeoloog schreef ik ten behoeve van de scenaristen een verhaal over allerlei aspecten van het toenmalige leven. Dat werd lastig toen de beoogde programmamaker ons verzocht ook iets te schrijven over de positie van de vrouwen in de genoemde periode. Een simpele vraag, een gerechtvaardigde vraag, maar ook een vraag waarop nauwelijks een antwoord mogelijk is.

Het probleem is, zoals altijd, dat we te weinig informatie hebben. De teksten die we hebben, gaan vrijwel allemaal over de Mediterrane wereld en niet over grensprovincies in het hoge noorden. Frustrerend.

Maar, kan iemand nu tegenwerpen, hebben we niet het enorme corpus van het Romeinse Recht? Staan daar niet allerlei regels in?

Het antwoord is ja. Daar staan allerlei regels in. En wat nog leuker is: we weten dat die regels merendeels niet het resultaat waren van vrijblijvende spielerei – al zijn er uitzonderingen – maar dat er reële vragen aan vooraf zijn gegaan. En toch is het problematisch.

Lees verder “MoM | Vrouwenrechten”

Dode slaaf

Enkele Romeinse juristen op een reliëf uit het Palazzo Massimoin Rome. Het hoofd van de man links van het midden is vervangen door het portret van keizer Gordianus III.

Op het vorige Romeinenfestival in Nijmegen ontmoette ik Rick Verhagen, hoogleraar Romeins Recht aan de Radbouduniversiteit. Ik heb, sinds mijn eigen leermeester Pieter Wim de Neeve me in enkele geheimen inwijdde, altijd plezier beleefd aan de oude juridische teksten, die behoren tot de grootste schatten van informatie over de Romeinse wereld.

Op die zomerse dag vertelde Verhagen me dat hij inzichten uit de systeemtheorie wilde gebruiken om de ontwikkeling van het Romeins Recht te beschrijven. Dat trof me, want systeemtheorie is vermoedelijk de enige manier om én het verleden te beschrijven als proces van voortdurende verandering én onderscheid te maken tussen belangrijk en onbelangrijk. Daar wilde ik meer van weten en we spraken af dat we een afspraak zouden maken. Een paar weken geleden werd dat een echte afspraak en zo zat ik gistermiddag in het nieuwe gebouw van de Nijmeegse rechtenfaculteit om beter kennis te maken.

Lees verder “Dode slaaf”