Het vierkinderenrecht

Reconstructie van het beeld van keizer Augustus uit Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

De huwelijkswetgeving lag keizer Augustus na aan het hart. We weten niet waarom precies, maar zijn hele regering lang heeft hij geprobeerd de relaties tussen man en vrouw te reguleren. Uit het jaar 18 v.Chr. dateert de Lex Julia de maritandis ordinibus, die bepaalde wie met wie konden trouwen. Vermoedelijk uit hetzelfde jaar dateert de Lex Julia de adulteriis coercendis, ofwel een wet tegen overspel. Wellicht hingen deze wetten samen met de afkondiging van een “nieuwe era” in het daaropvolgende jaar.  We lezen verder over wetgeving de pudicitia, betreffende de openbare zeden.

Hoe belangrijk dit thema was voor Augustus, blijkt wel uit het feit dat hij niet alleen het burgerlijk recht maar ook het strafrecht inzette. Bovendien bleef hij erop terugkomen: alsof drie wetten nog niet genoeg waren, herhaalde hij de wetgeving het in 9 na Chr., al liet hij het indienen toen over aan de twee consuls. Deze wet staat bekend als de Lex Papia et Poppaea, die de maatregelen uit de eerstgenoemde wet aanvulde en aanscherpte.

Lees verder “Het vierkinderenrecht”

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

Twee weken geleden, op 17 december, nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze te beantwoorden. Er waren betrekkelijk weinig vragen over het “klassieke” deel van de oude wereld, maar daarmee begin ik vandaag wel.

Wat vind je van de trailer van de verfilming van de Odyssee?

Historici hebben geen mening over kunst. Ik heb het n.a.v. de film Redbad al eens uitgelegd. We vragen filmmakers toch ook niet of ze een mening hebben over historische processen?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Vorige keer hebben we de tekst van de Collatio onder de loep genomen. We weten vrijwel zeker dat die is gestructureerd aan de hand van de Tien Geboden. We weten ook zeker dat het doel van de compilatie is om de overeenkomsten te laten zien tussen de Mozaïsche en de Romeinse wetten. De identiteit van de collator is moeilijk vast te stellen, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij een christen was.

Waar?

Als we op zoek gaan naar waar de Collatio is geschreven, leiden de sporen alle kanten op. De mogelijke verbanden met de  Codex Theodosianus suggereren een oostelijke plaats van oorsprong, maar de overgeleverde handschriften duiken juist op in Italië, Oostenrijk en recent nog Kroatië. Uiteindelijk lijkt Rome zelf de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dat eerder een geleerde gok dan een echte vondst.

Lees verder “Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer”

Collatio Legum (2): Wat en Wie?

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het vorige stukje hebben we gezien hoe eerdere wetenschappers de puzzel van de Collatio hebben gelegd. Toch hebben we geconcludeerd dat we weinig zeker weten over wie het geschreven heeft, waar, wanneer, of waarom. In dit artikel wil ik graag de tekst zelf bekijken, met de nadruk op de inhoud van de tekst en de identiteit van de auteur. We houden ons nu dus vooral bezig met het “wat” en het “wie”. In het volgende stukje kunnen we ons dan focussen op de plaats, het doel en de tijd waarin hij schreef. Zeg maar het “waar”, “waarom” en “wanneer”.

Wat?

We hebben al gezien dat de Collatio een juridisch vergelijkend document is dat Romeinse wetten naast Mozes’ wetten plaatst, met als doel gelijkenissen aan te tonen. Het is dus geen wetboek met geboden en verboden, maar eerder een verzameling teksten die overeenkomsten tussen Bijbels en Romeins Recht wil aantonen.

Lees verder “Collatio Legum (2): Wat en Wie?”

Collatio Legum (1): De puzzelstukjes

Mozes met Wet (Gevelsteen, Mozeskerk, Amsterdam)

“Ik heb hier iets liggen… misschien is dit wel wat voor jou”. Hij stond op, liep naar een kast, en pakte er een stapeltje papieren uit. Ik bekeek ze goed. Op dat moment wist ik het nog niet, maar mijn scriptiebegeleider had me zojuist kennis laten maken met een van de best bewaarde geheimen van de rechtsgeschiedenis: de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum.

Ondanks een succesvolle scriptie, zijn die geheimen overigens nog niet opgehelderd. Zoals Jona ons op dit blog regelmatig herinnert: oudheidkunde is de wetenschap van dataschaarste. Onderzoek doen is dan een puzzel leggen met een beperkt aantal stukjes en zonder voorbeeld. Daar horen allerlei vragen bij: Hoe leg je een puzzel als je niet alle stukjes hebt? Kan ik de losse stukjes begrijpen zonder context? Hoe ga je om met stukjes die beschadigd of onvolledig zijn? Welke stukjes horen eigenlijk bij deze puzzel? En hoe verhoudt mijn oplossing van de puzzel zich tot eerdere pogingen van andere onderzoekers?

Lees verder “Collatio Legum (1): De puzzelstukjes”

Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Lees verder “Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia”

Het Rijk van Toulouse (1)

In Toulouse geslagen munt van Valentinianus III (Residenzschloss, Dresden)

Achteraf geloof ik dat er, toen ik kort na 1990 een afstudeerscriptie schreef waarin ik de romanisering van het Iberisch Schiereiland vergeleek met de arabisering, iets gaande was dat je zou kunnen aanduiden als het ontstaan van een nieuwe visie op laatantiek Iberië. Je zou het zelfs een revolutie mogen noemen, als die term niet zo vaak werd misbruikt. Feit is dat een traditioneel beeld werd omgekeerd en dat daarbij twee boeken centraal stonden: Roger Collins’ Early Medieval Spain (1983) en zijn The Arab Conquest of Spain, 710-797 (1989).

Het waren geen volmaakte boeken. Collins had de neiging economische factoren te bagatelliseren, met de overigens overtuigende toelichting dat er over bijvoorbeeld de belastingheffing in het Rijk van Toledo weinig méér bekend was dan dat ze had bestaan. Toch heb ik de boeken met veel plezier gelezen, niet het minst omdat Collins lef toonde en alles op z’n kop zette. Eerdere auteurs hadden laatantiek Iberië getypeerd als een geïsoleerd gebied; Collins benadrukte het tegendeel. Eerdere auteurs hadden beweerd dat het Rijk van Toledo gescheiden rechtsstelsels voor Germanen en Romeinen had gehad, volgens Collins was het één rechtssysteem.

Lees verder “Het Rijk van Toulouse (1)”

Echtscheiding in Romeins Judea

Ik ben geen voorstander van niet-authentiek beeldmateriaal, maar ik heb bij het blogje van vandaag niks beters dan Abraham die Hagar verstoot.

Het is een waarheid als een koe: waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over. Dat geldt dus ook voor de Joodse cultuur, waar ik op zondag altijd over blog, en de Grieks-Romeinse cultuur, die momenteel aandacht krijgt in de Week van de Klassieken. Van Romeins-Joods cultuurcontact zijn allerlei voorbeelden en een speculatief voorbeeld schoot me vorige week te binnen: echtscheiding.

Joodse echtscheidingen

Een van de hardste gegevens over de leer van Jezus van Nazaret is zijn afwijzing van scheiding. Die is heel breed gedocumenteerd: Marcus 10.2-9 is een voorbeeld, de Bergrede bevat een ander.noot Matteüs 5.32. Het verbod is ook te vinden bij de apostel Paulus.noot Romeinen 7.2-6. We hebben dus documentatie uit minimaal drie bronnen: Marcus, Q en Paulus. Het zal bovendien niet in een Joodse context zijn verzonnen, aangezien het een breuk vormt met het gangbare jodendom. Echtscheiding was immers toegestaan, zij het met regels. De procedure rond de echtscheidingsbrief staat beschreven in Deuteronomium.noot Deuteronomium 24.1-4 en 21.14, 22.29.. De uitwerking van die regels staat in het Mishna-traktaat Gittin.

Lees verder “Echtscheiding in Romeins Judea”

Venus van het Riool

De basis van de kapel van Venus Cloacina

Op het Forum Romanum ligt de rare ronde schijf die u hierboven ziet. De diameter bedraagt zo’n tweeëneenhalve meter. Mocht u deze stenen zoeken: ze bevinden zich vlak voor de winkels in de Basilica Aemilia. Dit is het fundament van wat ooit de kapel was van Venus Cloacina, ofwel Venus van het Riool. Deze curieuze naam hangt samen met de plek van het heiligdommetje: boven het afwateringskanaal onder het Forum, de cloaca maxima.

Tegenwoordig resteert dus alleen de ronde marmeren basis, maar er is een muntafbeelding van deze heilige plaats. Die is echter moeilijk te interpreteren. In elk geval stonden er twee standbeelden van vrouwen die een plengoffer lijken te brengen; één dame lijkt een bloem vast te hebben in een opgeheven hand.

Lees verder “Venus van het Riool”

Romeins Andalusië

Een Iberisch-Romeinse dame (Archeologisch Museum, Córdoba)

Toen de Romeinse troepen rond 208 v.Chr. aankwamen in het huidige Andalusië, betraden ze een wereld waarop niets hun had voorbereid. Er waren steden en heuvelforten, er waren metaalmijnen, er waren uitgestrekte akkers en boomgaarden, en langs de kust lagen havensteden, waar kooplieden aankwamen en vertrokken naar alle plaatsen langs de Middellandse Zee. Ergens achteraan, niet ver van de monding van de Guadalquivir, lag Cádiz, waar schepen aanlegden met goud uit de Bambouk en tin uit Armorica. De Romeinen zouden dit gebied, dat ze eerst Hispania Ulterior (“het verre Spanje”) en later Baetica noemden, nooit meer opgeven.

Baetica is vernoemd naar de rivier de Baetis, die wij Guadalquivir noemen. Dat is een arabisme: het betekent Grote Rivier. Maar ook Baetis was al een semitische naam. Net als Guad is Baetis afgeleid van een woord dat rivier betekent, denk maar aan wadi. Het eerdere semitisme illustreert de vroege aanwezigheid van Fenicische kolonisten en Karthaagse heersers. Ook een naam als Málaga, “zoutstad”, is Fenicisch, terwijl het eerste element in Córdoba het Fenicische woord qrt weergeeft, “stad”. De Feniciërs dreven al sinds de negende eeuw v.Chr. handel met een lokaal IJzertijd-koninkrijk, dat we gewoonlijk Tartessos noemen. Deze naam leeft voort in die van het volk dat woonde op de vruchtbare vlakte bezuiden de Guadalquivir, de Turdetaniërs.

Lees verder “Romeins Andalusië”