De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Gisterochtend om tien uur is een plechtige H. Requiemmis (voor dr. Schaepman, HB) door Mgr. de Waal in de kerk van het kerkhof Campo Santo te Rome opgedragen. (…) Nadat de absolutie was gegeven, werd de kist, bedekt met een zwaar, zwart-en-goud laken, onder het gelui van de doodsklok, naar het kerkhof gedragen dat straalde in het volle licht en er fleurig groen uitzag. De diepe, gapende groeve is tegen een met bloemen overgroeiden muur. Over de kist wordt nu een zwart laken met een wit kruis gelegd, en de Eerw. heer de Bie geeft, als zij neergelaten wordt, voor de laatste maal de absolutie. De vrienden van den overledene zijn zichtbaar aangedaan, als zij elk een schopje aarde op de kist werpen. Zij verlaten het kerkhof door de poort aan den kant, waar zich de prachtige St. Pieter verheft. De begrafenis geschiedde op kosten van Z. D. H. den Aartsbisschop van Utrecht. Het Vaticaan was niet vertegenwoordigd.

Herman Schaepman

Het graf van Schaepman

Wie was Herman Schaepman, en waarom viel hem als één van de weinige Nederlanders de eer te beurt om op deze bijzondere plaats de eeuwige rust te vinden? We duiken even in de geschiedenis van de emancipatie van de rooms-katholieken in de negentiende eeuw. Schaepman, die op 2 maart 1844 in Tubbergen geboren werd, studeerde in Culemborg en Driebergen en werd in 1867 in Utrecht tot priester gewijd door zijn neef, Andreas Schaepman. Twee jaar later al promoveerde hij in Rome tot doctor in de theologie en een jaar later benoemd tot hoogleraar in de theologie aan het Groot-Seminarie Rijsenburg in Driebergen: voorwaar een snelle carrière.

Op zesendertigjarige leeftijd werd Schaepman in de Tweede Kamer der Staten-Generaal verkozen, als een van de eerste katholieken die zitting namen in de nationale volksvertegenwoordiging. Als antiliberaal zocht hij contact met protestantse politici, en steunde – met succes – de gereformeerde Abraham Kuyper in diens streven naar een niet-liberale, confessionele regering, waarvoor aan het eind van de negentiende eeuw ruimte ontstond door de verkiezingswinst van de confessionelen. Deze confessionele regeringen stonden aan de basis van de Nederlandse wetgeving over het bijzonder onderwijs, waar onlangs nogal wat om te doen was toen CDA-voorman Henri Bontenbal artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs hoger leek te stellen dan artikel 1 van diezelfde Grondwet. Schaepman zou Bontenbal er vermoedelijk om geprezen hebben.

Naast politicus was Schaepman dichter, publicist, een begenadigd spreker en bovenal ook Tukker. Hij reisde graag (net als later overigens Abraham Kuyper) en bezocht in 1883 het Osmaanse Rijk. Die reis inspireerde hem tot een lofdicht op de Aya Sofia, dat in 1886 verscheen. Willem Kloos stak er de kachel mee aan, maar in katholieke kringen werd Schaepman om zijn dichtkunst geëerd, o.a. door Julius Persijn: een Groot-Nederlands denkende Vlaamse kunstkenner en criticus.

Een progressief politicus

Tubbergen eerde zijn grootste zoon met dat reusachtige standbeeld aan de rand van de Twentse es. Het werd in 1927 onthuld door zijn opvolger en mede-oprichter van de Rooms-Katholieke Staatspartij in de Tweede Kamer: mgr. Wiel Nolens. De feestrede bij deze onthulling werd uitgesproken door degene, die in 1918 als eerste rooms-katholiek een Nederlands kabinet leidde: jhr. mr. Charles Ruijs de Beerenbrouck.

Schaepman en Nolens kunnen in sociaal opzicht gekenschetst worden als behorende tot de progressieven. Ook al was Schaepman een zeer trouwe volger van de Romeinse kerk, toch mag niet vergeten worden dat hij veel betekend heeft voor de emancipatie van de katholieke leken (boeren, handelslieden en ook arbeiders), net als Nolens. Zij gaven de katholieken, nadat die eeuwenlang (sinds de stichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden) een ondergeschikte rol hadden gespeeld, weer een sociaal en politiek gezicht. Des te opmerkelijker is het dat het Vaticaan en het pausdom, waarvan Schaepman beslist ook een strijdbaar voorvechter was, niet vertegenwoordigd waren bij diens begrafenis op 28 januari 1903 op het Campo Santo Teutonico, zoals het kortweg wel genoemd wordt. ‘Rome’ was hem veel dank verschuldigd, maar gaf hem die niet.

[Een gastbijdrage van Han Borg. Dank je wel Han!]

Deel dit:

5 gedachtes over “De strijdbare Herman Schaepman

  1. Harry ten Brink

    “CDA-voorman Henri Bontenbal artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs hoger leek te stellen dan artikel 1 van diezelfde Grondwet. Schaepman zou Bontenbal er vermoedelijk om geprezen hebben.”
    Inderdaad HET probleem met deze Schaepman bij veel niet-katholieke Tukkers zoals ik
    Zuilenprediker pur sang

  2. Niet zo lang geleden werd een door hem gedicht lied nog bij de katholieke eredienst gezongen, Aan U o Koning der eeuwen; het staat nu niet meer in Gezangen voor de Liturgie. Wij als eenvoudige gelovigen dachten dat het een lofzang op God was, vooral gebruikt op Drievuldigheidszondag. Maar onze kritisch-conservatieve pastoor durfde bij de godsdienstles wel kwijt dat het voor paus Pius IX was bedoeld. In het BWN schrijft J.A. Bornewasser: “Op de ter ere van Pius IX gehouden parkmeeting te Amsterdam (1871), de eerste massale bijeenkomst van de Nederlandse katholieken, vestigde hij zijn roem als redenaar. De tekst van de daar voor het eerste ten gehore gebrachte Pius-cantate, met als slot het in katholieke kring populair geworden ‘Aan U, o Koning der eeuwen’ (de paus!), was de vrucht van zijn reeds eerder gebleken dichtkunst, die herhaaldelijk het pausschap tot onderwerp had en naar de vorm aan Bilderdijk en Da Costa deed herinneren.” Het tweede couplet begint met “Hoort, juichend naad’ren de eeuwen,” ja hoor, vol op het orgel. Waarom dan toch geen pauselijke vertegenwoordiging bij zijn begrafenis? Volgens diezelfde pastoor was het officiële standpunt van de kerk, dat priesters geen zitting dienden te hebben in de volksvertegenwoordiging. David van Ooijen was toen nog lid van de Tweede kamer. Canon 285 uit het Kerkelijk Wetboek van 1983 verbiedt het nog steeds met zoveel woorden. Het lijkt mij de verklaring voor de Vaticaanse afwezigheid bij de begrafenis.

  3. Ben Spaans

    Schaepman was de eerste gekozen Rooms-katholieke priester in de Tweede Kamer, niet de eerste Rooms-katholiek.

Reacties zijn gesloten.