Confucius 1: Tijd en leven van Confucius

Confucius (de afbeelding is niet contemporain)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Vandaag begint de tweede reeks over China: over Confucius.]

De tijd van de Oostelijke Zhou-dynastie (770-256 v.Chr.) wordt traditioneel ingedeeld in twee perioden. Het eerste tijdvak duurt grofweg tweehonderdvijftig jaar, en wordt de Periode van Lente en Herfst genoemd. Aan het eind van die periode leefde Confucius.

Lente en Herfst

De naam “Lente en Herfst” komt van het eerste uitgebreide historische werk dat we kennen van Chinese bodem, de zogeheten Lente- en Herfst-annalen. Dit zijn de jaarverslagen van de kleine maar centraal gelegen Chinese staat Lu, van de jaren 722 tot 481 v.Chr. Met de term “lente-en-herfst” wordt de periode van één seizoen aangeduid.

Niet toevallig beginnen deze annalen net na de val van de Westelijke Zhou, het moment waarop kleinere staten hun eigen kronieken gingen bijhouden. De Periode van Lente en Herfst was politiek chaotisch. De centrale macht van de Zhou-dynastie was in praktijk verdwenen, en er werd regelmatig oorlog gevoerd tussen de feodale staten. Over het algemeen waren dit nog geen allesvernietigende oorlogen. Vaak waren het krachtmetingen om de hiërarchie vast te stellen. Soms werd zelfs gevochten op vooraf afgesproken tijden en plaatsen.

Maar ook binnen de staten vond machtsstrijd plaats. Het was al met al een erg onrustige tijd, waarin de verdeling van de macht binnen en tussen de Chinese staten telkens verschoof. Desondanks was dit voor China geen al te ongunstige tijd. Net als in het oude Griekenland werkte de competitie tussen de feodale staten ook stimulerend. Er was sprake van een bevolkingsgroei. Handel en nijverheid kwamen tot ontwikkeling. Er werden gestandaardiseerde bronzen munten geïntroduceerd. Steden groeiden uit tot centra van handel en ambacht. Tegen het einde van deze periode begon de IJzertijd in China, overigens enkele eeuwen later dan in India, Griekenland en het Midden Oosten. Door het gebruik van ijzer maakte de landbouw een revolutie door.

De Periode van Lente en Herfst zou worden gevolgd door het tweede tijdvak van de Oostelijke Zhou: de Periode der Strijdende Staten (ca 475-221 v.Chr.). In deze periode was de broze balans tussen de feodale deelrijken definitief verstoord, en een paar grotere staten streden openlijk om de absolute heerschappij.

Aan het einde van de Periode van Lente en Herfst ontwikkelde zich de eigenlijke filosofie. Toen werden de fundamenten gelegd voor vrijwel alle latere Chinese filosofische stromingen. We maken hier ook kennis met Confucius.

Wie was Confucius?

De eerste filosoof uit China waarvan we zeker weten dat hij een historische figuur moet zijn geweest en die we bij naam en toenaam kennen, ging destijds door het leven onder de naam Kong Qiu. Kong was zijn familienaam, en Qiu (spreek uit: Tsjioe) de persoonsnaam.

Als men tegenwoordig in China naar hem verwijst, noemt men hem Kongzi, of Fuzi. Zi betekent “meester”, tenminste als het achter een naam wordt geschreven (wanneer we Zi vóór een naam geschreven zien staan betekent het iets als ‘de heer’). Kongzi betekent dan dus “meester Kong“. Fuzi betekent “de eerbiedwaardige meester”. Deze laatste titel wordt overigens vrijwel uitsluitend voor deze filosoof gebruikt. Andere denkers moeten het doorgaans doen met Zi als achtervoegsel. Dit geeft de algemene statuur van meester Kong al goed aan.

In het westen kennen we Kongzi onder de gelatiniseerde naam: Confucius, dat afgeleid is van van Kong Fuzi – een combinatie die in het chinees overigens niet voor schijnt te komen: het is of Kongzi, of Fuzi. Deze is hem in de zestiende eeuw gegeven door jezuïeten die naar China reisden, de filosoof leerden kennen en waarderen, en acceptabel wilden maken voor het christelijke denken. Omdat deze naam ingeburgerd is, houd ik hem in het vervolg aan.

Confucius leefde waarschijnlijk van 551 tot 479 v.Chr., dus aan het einde van de periode van Lente en Herfst. Dat is precies ten tijde van Pythagoras en waarschijnlijk Boeddha. De Chinese wijsgeer stierf enkele jaren voordat Sokrates geboren werd.

Confucius is niet alleen de eerst bekende Chinese filosoof, hij geldt ook als de belangrijkste. We zien in de Chinese filosofische traditie veel filosofen die zich “confucianistisch” noemen, en dat veel anderen zich tot het confucianisme plachten te verhouden.

Tussen haakjes: in oudere literatuur lezen we wel dat Lao Zi (of Lao Tse), de taoïstische (of daoïstische) filosoof, één generatie ouder zou zijn geweest dan Confucius. Binnen de taoïstische traditie was dit altijd de gangbare opvatting, maar moderne historici beschouwen dit als een mythe. Analyse van taal en archeologische vondsten wijzen erop dat taoïstische geschriften zoals de Daodejing pas enkele generaties na Confucius zijn ontstaan. Vandaar dat Lao Zi in de wetenschappelijke literatuur enkele generaties na Confucius wordt geplaatst. Ik behandel het taoïsme (daoïsme) daarom ook later.

Het leven van Confucius

Confucius werd dus geboren als het jongetje Qiu. Zijn familie was van lage adel en had geen politieke macht, maar als verre nazaat van de Shang-dynastie had ze wel statuur. Zijn vader was officier, maar stierf volgens de overlevering jong. Qiu zou de niet officieel erkende zoon zijn geweest van zijn derde vrouw of minnares, en zou zelf pas geleerd hebben over zijn eigen afkomst tegen de tijd dat hij volwassen werd. Hij groeide daarom op in armoede.

Bij volwassenheid leerde Qiu dat niet alleen zijn moeder, maar ook zijn vader afkomstig was uit het buurland Song, dat geregeerd werd door nazaten van de oude Shang-dynastie, en dat daarom een cultuur had waarin traditie, rituele gebruiken en muziek in hoog aanzien stonden.

Dat trof, want Qiu was naar zeggen “moreel ernstig en intellectueel nieuwsgierig” van karakter, en had al van jongs af aan belangstelling gehecht aan kennis, en dan vooral aan kennis over rituelen, muziek en geschiedenis. Hij kreeg echter geen leraar toegewezen: onderwijs was voor de elite, en voor lagere adel zou het niet nuttig zijn geweest zich met dit soort zaken bezig te houden. Vanaf het moment dat Qiu over zijn afkomst leerde ging hij echter in de leer bij geleerden uit Song, de zogeheten Ru. Dit waren officieuze leraren die geen hoge posities bekleedden, maar zichzelf zagen als de intellectuele dragers van de oude cultuur van riten. Deze leraren hadden een traditionele kleding waarmee zij zich onderscheidden. Omdat Confucius er ook zo bij zou gaan lopen, werd de term Ru later een synoniem voor: volgeling van Confucius.

Confucius begon zijn loopbaan als ambtenaar in de staat Lu, en zou daar carrière hebben gemaakt met opklimmende banen. Er worden functies als beheerder van de magazijnen, beheerder van de veemarkten, hoofd van de politie en minister van justitie aan hem toegeschreven, maar de bronnen zijn hier onvolledig en tegenstrijdig.

Het is wel zeker dat hij raadgevende rollen moet hebben gehad … en dat die raad vaak in de wind werd geslagen. Hij botste met de machthebbers van de staat en de machtige families van het land, die voornamelijk uit waren op macht en eigenbelang, en zich bezig hielden met interne strijd en intriges, en niet zozeer met het “deugdzame bestuur” dat Confucius voorstond en benadrukte. Hierdoor werd zijn carrière uiteindelijk afgebroken.

Sindsdien was Confucius een reizende leraar in ethiek. Hij zou niet de enige rondreizende wijze geweest zijn, maar wel de enige uit zijn tijd die we bij naam kennen. Hij trok door verschillende staten, zoals Wei, Song, Chen en Cai, om bij de heersers van die staten een deugdzaam bestuur te promoten. Hij vond bij deze machthebbers echter maar weinig gehoor. Hij werd ook niet altijd met open armen ontvangen: het is bekend dat hij meerdere malen in grote moeilijkheden is gekomen en tijdens zijn missie zelfs in levensgevaar heeft verkeerd.

Na een periode van meer dan tien jaar keerde Confucius terug naar Lu, waar hij zich gedesillusioneerd wijdde aan onderwijs en het redigeren van klassieke teksten. Aan het einde van zijn leven kreeg hij nog meer reden om verbitterd te zijn: eerst stierf zijn meest geliefde leerling Yan Hui, die hij beschouwde als een zoon, daarna heeft hij ook de dood van zijn echte en enige zoon moeten meemaken.

Confucius stierf in het jaar 479 voor onze jaartelling in Lu. Teleurgesteld dat zijn politieke idealen niet waren verwezenlijkt, beschouwde hij zijn missie en levenswerk als mislukt.

Hij moet een charismatische man zijn geweest, want zijn gevolg aan leerlingen zou in de duizendtallen hebben gelopen. Na zijn dood werd zijn graf een bedevaartsoord, zonder dat hij heilig verklaard werd of werd aanbeden: Confucius wordt gezien als de grote leraar, maar zeker een mens. Ondanks dat heeft Confucius zelf niet kunnen voorzien dat zijn onderwijs de basis zou leggen voor het confucianisme, en daarmee feitelijk de gehele verdere Chinese filosofie.

[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt vanmiddag vervolgd met een overzicht van de geschriften rond Confucius. Dank je wel Kees!]

Deel dit: