
Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!
Rijkdom
“In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:
Het land brengt wilde tarwe voort, gerst, erwten en sesamzaad. Ook de wortels die in de moerassen groeien, “gongen” genaamd, worden gegeten. Ze zijn even voedzaam als gerst. Er groeien dadelpalmen, appelbomen en nog andere vruchtbomen, ook zijn er vissen en land- en watervogels.noot
Het land was fabelachtig rijk en betaalde de Perzische koning niet alleen de gebruikelijke jaarlijkse belasting, maar stond bovendien in voor een derde van de grootste begrotingspost van elke voorindustriële staat, het leger. Althans, dat wist Alexander uit de Historiën van Herodotos.
Semiramis
Andere Griekse auteurs schreven dat de stad was gesticht door koningin Semiramis, en dat zij behalve de hangende tuinen ook de tempel van Belos had laten bouwen. Zij gold als dochter van een Syrische godin, was als kind gevoed door duiven, getrouwd met de Assyrische koning Ninos en had na diens dood de macht overgenomen in het Tweestromenland. Als koningin zou ze, als een oosterse Catharina de Grote, even wellustig als krijgszuchtig zijn geweest: zo onderbrak ze haar veldtochten, die haar van de Nijl tot de Indus voerden, voor erotische onderonsjes met aantrekkelijke heren. Na haar dood was Semiramis in de hemel opgenomen en in Alexanders tijd werd ze door de Babyloniërs vereerd in de gedaante van een duif.

Dat verhaal deed de ronde, maar er was weinig van waar. De Grieken begrepen niet eens het verschil tussen Assyriërs en Babyloniërs en zelfs de naam van de grote bouwer van Babylon, koning Nebukadnezar, was hun onbekend. Ze beschikten echter wel over een levendige fantasie, want die heb je nodig om de Assyrische naam Šammuramat en het Babylonische woord voor duif, summatu, op te blazen tot het hierboven samengevatte sprookje.
Prostitutie
Het bewind van Semiramis bood vanuit Grieks perspectief voldoende verklaring voor de seksuele losbandigheid die in Babylon zou bestaan. Herodotos schrijft:
Iedere vrouw die daar is geboren moet eenmaal in haar leven de tempel van Afrodite bezoeken om daar te wachten op een vreemdeling die met haar de liefde wil bedrijven. … Wanneer een vrouw zich eenmaal heeft neergezet, mag zij niet naar huis voordat een van de mannen een zilveren munt op haar schoot heeft gegooid en buiten het heiligdom met haar heeft gevreeën. Als hij haar het geld toewerpt, moet hij zeggen: “In de naam van de godin Mylitta.” (Mylitta is de Babylonische naam voor Afrodite.) De waarde van het muntstuk doet er niet toe, want het is aan de godin gewijd en mag nooit worden geweigerd. Een meisje moet met de eerste de beste man meegaan die haar benadert, iemand afwijzen is er niet bij. noot
Generaties geleerden hebben geloof gehecht aan dit praatje, hoewel Herodotos’ onwetendheid zonneklaar blijkt uit zijn vermelding van de naam Mylitta. Weliswaar heeft er een godin met de naam Mulissu bestaan, maar dat was in Assyrië en niet in Babylonië. In geen van de tienduizenden kleitabletten waarover moderne oudheidkundigen beschikken is ooit een vermelding gevonden van een gewoonte die zelfs maar in de verte lijkt op wat Herodotos vertelt. Zijn woorden zeggen waarschijnlijk meer over Griekse preoccupaties met samenlevingen waar vrouwen niet, zoals in Athene, achter slot en grendel werden gehouden. Zulke maatschappijen zouden slechts een stap zijn verwijderd van de totale zedeloosheid.

Hoewel Herodotos’ beschrijving van de stad aan de Eufraat suggestieve zinswendingen bevat als “wie Babylon nooit heeft bezocht zal moeite hebben dit te geloven” en “dat was in mijn tijd nog zo”, staat inmiddels wel vast dat hij de stad nooit heeft bezocht. Daarvoor maakt hij te veel blunders. De Macedonische officieren hadden echter geen reden te twijfelen aan de woorden van de man die zulke adequate beschrijvingen had gegeven van de Koninklijke Weg en van Egypte. De verhalen over de gewillige vrouwen van Babylon werden dus niet weersproken en er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen wat de Macedonische soldaten, die al zo lang van huis waren, zoal van zins waren toen ze na de slag bij Gaugamela op weg gingen naar de legendarische stad.
[Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]
Zelfde tijdvak
Aristoteles’ erfenisoktober 20, 2022
Het Comitium in Romenovember 5, 2025
M01 | Perzisch en Ptolemaïsch Judeadecember 14, 2022

“Zijn woorden zeggen waarschijnlijk meer over Griekse preoccupaties”
Als het om de Oudheid gaat pas ik een soort omgekeerd Principe van de Gene toe: wie kwaadspreekt over andere volkeren heeft het eigenlijk over zichzelf.