Nog één keer de Livius Nieuwsbrief

Een paar weken geleden besloot ik dat alle dode links uit deze blog moesten worden verwijderd of verbeterd. Niemand heeft voordeel bij dode links. Niet de universitair docent wiens persoonlijke pagina een ander adres kreeg, want een wetenschapper moet bereikbaar zijn. Niet het museum dat van naam veranderde, want dat wil informatie delen en moet dus online vindbaar blijven. Niet het publiek dat informatie zoekt. En ook ikzelf niet, want als er veel dode links in een website zitten, krijgt die van zoekmachines een lagere ranking en wordt die site minder gevonden. En ja, ik ben wel zo ijdel dat ik gelezen wil worden.

Linkrot

Links verouderen, om allerlei redenen. Dat staat bekend als linkrot. Er zijn programmaatjes die dode links signaleren, dus het traceren is niet moeilijk. Ik heb echter heel wat verloren kwartiertjes besteed aan het veranderen van de ruim 7500 pagina’s en blogjes die samen de Mainzer Beobachter vormen.

Dat moest handmatig, want er is geen manier om geautomatiseerd te zien of bijvoorbeeld “Berenike” verwijst naar een havenstad, een Egyptische vorstin of een keizerlijke maîtresse. Het is wat repetitief werk maar ik beleef er plezier aan de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica in de praktijk te zien functioneren: je blijft de onvermijdelijk toenemende chaos vóór door er energie in te steken.

Ontbrekende redirects

En je ontdekt nog eens wat. Bijvoorbeeld dat databanken als de EDCS patsboem worden verplaatst, zodat allerlei links patsboem incorrect zijn en informatie patsboem onvindbaar wordt. Dit speelt ook bij de voortdurend veranderende pagina’s van universiteitsmedewerkers. Het verbijsterende is dat dit probleem simpel is op te lossen, namelijk door het plaatsen van een bestand met redirects.

Ik constateerde iets soortgelijks bij op één na alle musea: als ik naar een expositie linkte – ik maak graag reclame voor tentoonstellingen – is die link dood wanneer de expositie is afgelopen. Het is alsof de musea niet begrijpen dat hun informatie na een tentoonstelling even belangrijk is als daarvoor. Het museum dat, voor zover ik kan overzien, als enige zijn informatie beschikbaar houdt, is het Rijksmuseum van Oudheden.

De Livius Nieuwsbrief

De meeste dode links zaten vanzelfsprekend in de blogjes die ik tot 2020 wijdde aan de Livius Nieuwsbrief: een maandelijks overzicht van het digitale nieuws. Voor een deel zijn de links verouderd doordat websites zijn herzien of media niet langer bestaan. Een Libanese krant is bijvoorbeeld niet meer beschikbaar en ook niet opgeslagen in Archive.org. Die informatie is voorgoed zoek en dat documenteert niet de Libanese crisis, maar de kaalslag in de journalistiek.

Voor een ander deel zijn de links verouderd doordat sites als Eurakalert oudheidkundig fopnieuws zijn gaan verwijderen. Links naar solide onderzoeksresultaten zijn er nog, maar de archeoblabla waar men ooit naar linkte, zijn verwijderd. Een goed voorbeeld, waarvan ik hoop dat het navolging krijgt.

Het bekijken van de informatie van vóór 2020 had voor mij soms iets nostalgisch. Je ziet het bewijs groeien dat de grote zesde-eeuwse epidemie de builenpest was. Je ziet hoe er ooit sprake van was het Thermenmuseum in Heerlen te sluiten en schelpzand over de ruïne te leggen, en hoe het museum zich wist te herpakken. Het museum noemt zich overigens voortaan Romeins Museum.

Nostalgie terzijde: de confrontatie met het oude nieuws is schokkend. Ik las een aankondiging uit 2016 dat het Römisch-Germanisches Museum in Keulen na zes jaar sluiting weer open zou zijn. Het is nog steeds niet heropend en ik hoorde onlangs dat de aanbesteding voor een deelproject nog moet beginnen. In de oude nieuwsbrieven zag ik de talloze overdrijvingen en de evidente onzin weer terug. Wat nieuws had behoren te zijn, kwam daarentegen zelden in de media, zoals de opmars van artificiële intelligentie. Het echte nieuws werd zelfs weggehouden: een stuk dat ik over deep learning schreef aan de hand van de Dode Zee-rollen, werd althans door een krantenredactie gedumbsized tot een stuk over judaica.

Zelftrivialisering

Toen ik al die oude nieuwsbrieven nalas, ervoer ik opnieuw de groeiende wanhoop waarmee ik eraan werkte: de maandelijkse poging om nog iets positiefs op te dreggen uit de eindeloze modderstroom van halve waarheden, politiek, overdrijvingen en pseudohistorische parallellen. Ik probeerde van alles: ik verplichtte mezelf te beginnen met “het mooiste van de maand” en ik plaatste alle oudheidkundige zelftrivialisering bij elkaar in één rubriek, in de hoop dat de andere rubrieken wel leuk zouden zijn. Dat werkte niet. En uiteindelijk was er het deprimerende zelfinzicht dat ik, door aandacht aan desinformatie te geven, medeplichtig was.

De zelftrivialisering is er nog steeds. Archeologen die al naar de pers stappen vóór er een publicatie is. Journalisten die niet in de gaten hebben dat de framing van academische persberichten niet klopt. Classici die liever I.D.O.H.Z.O-ën dan praten over hun eigenlijke werk. Het gebrek aan werkelijke samenwerking. Een algemene weigering publieksvragen centraal te stellen. Voorlichters die informatie naar de Binnenlandredactie sturen om de Wetenschapsredactie te omzeilen.

Sinds kort is er een nieuwe vorm van zelftrivialisering: oudheidkundigen die zeggen blij te zijn met The Odyssey, omdat daardoor de belangstelling voor het vak toeneemt. Dat is waar. Gelukkig maar. Maar het is ook als een Melanesische cargocult waarin de redding van buitenaf komt. Terwijl je als classicus, archeoloog of oudhistoricus ook gewoon je kont tegen de krib kunt gooien: beantwoord de vraag wat je methoden zijn, vertel wat je nu feitelijk doet en toon hoe belangrijk je werk is. Je hoeft niet door anderen gered te worden. Iets meer zelfvertrouwen mag best. Het vak is mooi genoeg.

Deel dit:

16 gedachtes over “Nog één keer de Livius Nieuwsbrief

    1. En de “onvermijdelijke dokter Zahi Hawass”. Ik vul die naam nog steeds aan als Egypte zo rond de tijd dat mensen aan vakanties gaan denken toevallig een archeologische ontdekking doen. Ik heb ook nog herinneringen aan die man uit Discovery documentaires van even geleden.

  1. Theo de Graaff

    Goedemorgen.

    Echt petje af voor het vele, vele werk dat je hieraan hebt besteed. En ook dat je er niet het bijltje bij neer gooit.
    Iedereen loopt er af en toe tegenaan, ergert zich soms even en gaat vervolgens over tot de orde van de dag.
    Die 2e wet van de Thermodynamica blijft ook vanzelf gewoon door emmeren.

  2. Karel van Nimwegen

    Jij denkt vanuit de informatie, die correct moet zijn en zoveel mogelijk mensen moet bereiken. Zo’n grote instelling denkt vanuit winstmaximalisatie en ziet geen reden een databank of de informatie rond een oude tentoonstelling bereikbaar te houden.

    En je hebt gelijk: de hoop dat een film mensen naar een studierichting brengt, verbergt dat men zelf zo weinig initiatieven ontwikkelt om uit te leggen waartoe zo’n studie dient.

    1. Ik denk dat het een specifiek soort winstmaximalisatie is, namelijk kortetermijndenken: er moet snel een beetje geld worden verdiend. Terwijl je, door inzicht te verspreiden en in te kapselen in het grote culturele leven, je toekomst veel meer veilig stelt.

  3. Leuk dat je hetzelfde genoegen beleeft als ik als ik mezelf weer trakteer op een rondje “oude” Maizer Beobachter blogjes. Dat is echt één van de meerwaardes van je blog. Ook je goede interne en externe verwijzingen zijn een meerwaarde. Ik snap dat dat veel tijd kost, maar het levert ook veel genoegen op, dat kan ik je verzekeren!

    1. Robbert

      Als gewezen dokter, daarna kanovaarder, krantenlezer en nog wat verruimt Jona’s blog al jaren mijn blikveld.

  4. Kees Voorburg

    Ik sluit me nadrukkelijk aan bij Joost zijn reactie! Heerlijk om via linkjes en weet ik niet wat een uurtje door de MB te zwerven! Eh… “uurtje?” Loopt soms uit op een hele ochtend.

  5. Maar wat een mooie database is MB zelf aan het worden zeg! Inderdaad, een blog, maar het is ondertussen ook een encyclopedie aan het worden/geworden. Gewoon verder gaan, verder bouwen én onderhouden – dan wordt dit maar het baken waar meer en meer zich aan vast kunnen klampen.

    Belangrijk eens te bedenken: verwijzen die musea en instellingen wel eens terug? Je zou het eens kunnen vragen of ze dat wat meer kunnen doen, ze eventueel wat (al dan niet al bestaande) sleutelstukken kunnen bieden als ze niet weten waarnaar.

    1. Ik ben niet optimistisch over dat laatste. Als musea zelf niet weten dat hun eigen informatie over hun eigen tentoonstellingen belangrijk blijft, ook nadat de tentoonstelling is afgelopen, kunnen we erop vertrouwen dat ze het belang van andermans informatie niet herkennen.

      De EDCS is een ander voorbeeld. Men verplaatst informatie zonder in de gaten te hebben dat ze daarmee andere websites minder goed bruikbaar maken. Men kijkt alleen naar het eigen tuintje, niet naar het grotere landschap.

      En dat is feitelijk de makke met het hele vakterrein. Het gaat alleen om het onmiddellijke resultaat voor de eigen toko. Er wordt nooit gewerkt vanuit “hoe vergroten we de publieke kennis over de Oudheid?” maar vanuit de instellingen.

      1. Ik snap de scepsis maar ze hoeven het belang niet te onderkennen. Ik kan me voorstellen dat je wel eens wat voor die lui doet. Je kan als favor vragen dat ze nu en dan eens naar een stuk van jou refereren, als zijnde betaling. Uiteindelijk zou het goed uit moeten pakken voor beide. Maar dat hoeven zij niet per se te onderkennen natuurlijk.

    1. Met deze spelling zou het Amerikaans zijn – maar zie het als een stukje taalvernieuwing. Thuis praten wij drie talen door elkaar. Dat zal ik je niet aandoen 😉

  6. Ben Spaans

    Nee, niet het bijna achteloos schrijven van overbodig Engels in Nederlandse teksten en spraakgebruik. Die trent moer worden tegen gegaan.

      1. En met “trent” bedoel je wellicht dat vreselijke leenwoord “trend” waarvoor wij dat mooie Nederlandse “neiging” hebben. (Ik zou “tendens” hebben geopperd, maar dat is dan weer een Latinisme)

Reacties zijn gesloten.