Het is wél ons probleem

Nou, nou. Dat was weer brekend nieuws zeg! Israëlische archeologen vonden in een Byzantijnse kerk een inscriptie ter ere van de Griekse god Pan. Je probeert natuurlijk meteen te bedenken wat dat grote nieuws kan zijn. Dat kerkenbouwers weleens oude stenen hergebruikten en dat daarop weleens een oude tekst stond? Geen nieuws. Dat heet spolia. Gangbare praktijk. De vroege christenen vonden heidense teksten extra leuk, want het hergebruik suggereerde dat de oude goden machteloos waren. Of is het nieuws dat Pan vereerders had in Israël? Nee, dat wisten we allang en er zijn diverse inscripties die documenteren dat Joden “ere zij god” zeiden tegen Pan. Joden offerden weliswaar aan één godheid maar dat wil niet zeggen dat ze andere goden niet erkenden.

Het enige dat nieuw lijkt, is de gelijkstelling van Pan aan de god van Baalbek. Dat was echter al een samenraapsel van een onbekende orakelgod, de Kanaänitische stormgod Hadad, een Egyptische zonnegod en de Griekse Zeus. Daar kon Pan dus ook wel bij. Godsdiensthistorici vinden de nieuwe inscriptie daarom leuk, maar dat wil niet zeggen dat het ook in de krant moet. Nieuwe informatie is niet per se nieuws.

Lees verder “Het is wél ons probleem”

“Ook in de Oudheid hadden ze…”

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Wat leraren voor de klas doen – of vanachter een thuiscomputer, deze dagen – is doorgaans wél gedaan. Dus als ik van vier verschillende gymnasiumdocenten het verzoek krijg te bloggen over antieke epidemieën, dan wil ik best helpen en ik heb gisteren het gevraagde geleverd. Er is echter wel een probleem: deze blog wordt ook door niet-gymnasiasten gelezen en die hebben een andere belangstelling. Ik heb die tegenstelling weleens aangekaart in een recensie van Caroline Alexanders The War that Killed Achilles: mensen die haar vooronderstellingen deelden, zouden het boek prachtig vinden, terwijl anderen vraagtekens plaatsen.

Mijn blogje van gisteren viel samen te vatten als “ook in de Oudheid hadden ze epidemieën” en hoewel ik verneem dat het aanleiding is geweest tot aardige gesprekken in online-klassen, is dit ook een manier om andere geïnteresseerden weg te jagen. Voor hen heb ik immers de gymnasiasten neergezet als mensen die, in plaats van iets wezenlijks te melden, aanrennen achter de waan van de dag. De oudheidkunde, lijkt het, zoekt slechts aansluiting bij andermans onderwerpen en heeft zelf niets te bieden waarvan de wereld kennis moet nemen. “Ook in de Oudheid hadden ze…” is aandachttrekkerij. Het is gelukkig ook helemaal niet nodig want classici en andere oudheidkundigen hebben zelf een uitstekend verhaal te vertellen.

Lees verder ““Ook in de Oudheid hadden ze…””

MoM | Pratende mummie

De mummie van Nesyamun voor de CT-scan (© Leeds Teaching Hospitals/Leeds Museums and Galleries)

Zo klinkt de stem van een 3000 jaar oude mummie”: Britse onderzoekers hebben een CT-scan gemaakt van het strottenhoofd en de mond van de Egyptische priester Nesyamun, wiens mummie in Leeds ligt, en hebben een 3D-printer aan het werk gezet om het spraakorgaan te reproduceren. Ze kunnen er lucht doorheen blazen en zo zouden we kunnen weten hoe een antieke stem klonk. Althans, dat beweren ze. En ze voegen toe dat het aardig is om in musea te laten horen hoe oud-Egyptisch heeft geklonken.

Onmogelijke ambitie

Laten we duidelijk zijn: dit is allemaal wat raar. Je kunt wel een eind komen bij de reconstructie van enkele basisklanken, maar de onderzoekers moesten ook nogal wat aannames doen. De tong van Nesyamun was bijvoorbeeld verschrompeld en zijn verhemelte ontbrak. Er is geen mogelijkheid die te reconstrueren.

Lees verder “MoM | Pratende mummie”

Oudheidkundig gezwam

De zee-engte bij Salamis

Het blijft lastig, schrijven over de Oudheid. Om dit punt te illustreren nemen we het bekende Amerikaanse blad Newsweek. Het feitelijke nieuws is simpel en staat keurig in de eerste zin.

The remains of a huge building from ancient Greece has been discovered by underwater archaeologists working in the port of Athens.

Sorry, die vijf laatste woorden staan er niet. Er staat:

The remains of a huge building from ancient Greece has been discovered by underwater archaeologists working at a site of an epic battle that took place 2,500 years ago.

Ze is nog niet door haar vijf Ws heen of journaliste Hannah Osborne is al ontspoord. Het wordt hierna eigenlijk niets meer. Nadat we hebben gehoord dat een en ander in juni/juli 2018 is gevonden, lezen we dat

Lees verder “Oudheidkundig gezwam”

De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”

Hoe je niet over archeologie moet schrijven

Verbrande papyri uit Herculaneum

Zoals u weet, trouwe lezer van deze blog, liggen er duizenden onuitgegeven papyri in museumdepots. Vaak niet meer dan fragmenten of snippers, maar er zijn zeer intrigerende teksten bij. In Napels liggen bijvoorbeeld honderden verbrande boekrollen – uit mijn hoofd: achttienhonderd of zoiets – die in de achttiende eeuw zijn aangetroffen in de Villa dei papiri bij Herculaneum.

Om uw eerste angst weg te nemen: die rollen zijn zeker niet vervalst. We weten hoe ze zijn gevonden. Wie zich er ook mee bezighoudt, hij of zij bevordert ook de plundering van Egyptische grafvelden niet. Kortom, hier geen schendingen van de wetenschapsethiek. Wel zijn er ruzies tussen de onderzoeksteams én resultaten: de Historiën van de Seneca de Oudere zijn gevonden. Dat is een majeure ontdekking – maar er zijn wel wat vraagtekens. Nogal veel zelfs. Dit is wat we weten:

Lees verder “Hoe je niet over archeologie moet schrijven”

Slonzige journalistiek

De schat van de Haarlemmermeer (Haarlemmermeermuseum)

Misschien is “misschien” wel het allerfijnste woord van de journalistiek. Je begint een zin met “misschien” en kunt daarna elk superlatief gebruiken dat je wil, zonder dat je het hoeft te controleren. Neem de redactie-binnenland van de nieuwssite van de NOS – die ik op zich buitengewoon waardeer.

Misschien wel de grootste muntenschat ooit gevonden in Nederland was vandaag heel even in zijn geheel te zien in het streekmuseum Goeree-Overflakkee.

700 losse en 2300 samengeklonterde munten is indrukwekkend en ik baal ervan dat ik vandaag niet was in Sommelsdijk, maar dit is slonzig. Nodeloos slonzig. Als de redactie even de moeite had genomen te googelen op “grootste muntenvondst” + “nederland”, wat toch niet buitensporig ingewikkeld is, dan zou ze, enigszins afhankelijk van de personalisatie die Google toepast op de zoekresultaten, vermoedelijk bij de eerste vijf hits deze link hebben gehad naar de schat van de Haarlemmermeer.

Lees verder “Slonzige journalistiek”

Asterix en de leutigheid

Iberisch wapentuig

Vanmorgen publiceerde ik een stukje over het Romeinse openbaar bestuur dat ik opende met een opmerking over hedendaags management. Ik had het stukje ook kunnen inleiden met een opmerking over Pontius Pilatus, van wie iedereen weleens heeft gehoord. Management en Pilatus: beide zouden de lezer hebben geholpen om de informatie die hij ging krijgen, aan te laten sluiten bij iets dat hij al wist. Door zo’n haakje blijft de boodschap beter hangen.

Het haakje moet wel iets zijn dat vrij algemeen bekend is. Vandaar dat ik ergens wel begrijp dat journalist Rop Zoutberg besloot de resultaten van de opgraving van een door de Romeinen veroverde Iberische nederzetting in Spanje op te hangen aan Asterix, die immers wereldberoemd is. Tegelijk is het ook een probleem, want wat een wetenschap is, wordt zo getrokken in de sfeer van de leutigheid. Terecht maakt de door Zoutberg geciteerde archeoloog bezwaar tegen Asterix.

Lees verder “Asterix en de leutigheid”

Nee, er is geen nieuws uit Pompeii

Munt van Titus (Limesmuseum, Aalen)

U kent het oudheidkundige spreekwoord: waarom zou je nieuws één keer naar buiten brengen als je ook twee keer naar fondsen kunt hengelen? Dit keer is het een graffito, gevonden in Pompeii, met een dagtekening waaruit blijkt dat de ongelukkige stad niet op 24 augustus 79 door een uitbarsting van de Vesuvius is verwoest, maar pas na 17 oktober.

Tja. Oudheidkundige zelftrivialisering.

We wisten het al. Er zijn wat halve argumenten: er zijn vruchten en groentes opgegraven die in de huidige tijd niet in augustus in de winkels liggen en de wijnoogst was al binnengehaald, wat tegenwoordig doorgaans niet in augustus het geval is. Zulke gegevens bieden een aanwijzing, maar het klimaat was destijds anders dan tegenwoordig – Ptolemaios vermeldt bijvoorbeeld ergens regens in de zomer in Alexandrië – dus dit is slechts een aanwijzing en ook niet méér.

Lees verder “Nee, er is geen nieuws uit Pompeii”

Schatvondst

Ik heb de kop in De Volkskrant even gecorrigeerd.

Eerst even een duidelijk punt: De Volkskrant en het NRC Handelsblad zijn de twee ogen van de Nederlandse samenleving. Ik ken medewerkers van beide kranten en dat zijn gewoon goede, degelijke journalisten met hart voor de waarheid. Maar soms denk ik weleens: “Dat onderwerp zou ik anders hebben aangepakt.” Zoals het bericht van vandaag dat archeologen in Como een goudschat hebben gevonden.

Over archeologische vondsten wordt vaak gesproken alsof iets een schat is. “Mysterie”, “verloren stad” en “het Pompeii van…” zijn andere veelvoorkomende frases. Dat is nogal ergerlijk, want oudheidkunde is gewoon een wetenschap, die al lijdt onder slechte bekendheid en daarom onvoldoende serieus wordt genomen. Romantische clichés zijn het laatste waarop oudheidkundigen zitten te wachten. Maar goed, dit keer is er dus écht een schat gevonden. Hoe schrijf je dan?

Lees verder “Schatvondst”