Dacia Felix: de Geten

Een godin op een panter (Rogozen-schat, vierde eeuw v.Chr.)

De expositie die ik vanmorgen beschreef, “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in het Grand Curtius-museum in Luik, is het oudere zusje van de tentoonstelling “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Waar het verhaal in Luik eindigt in de Vroege IJzertijd, daar neemt Tongeren de draad op door de geschiedenis van het Beneden-Donau-gebied te vertellen van de Late IJzertijd tot en met de Romeinse onderwerping van wat destijds Dacië heette.

Het is het verhaal van allerlei volken die naar de regio trokken en een gedeelde kunststijl hadden, met allerlei diermotieven. De Thracische stam der Geten stamde af van de eerste golf van Indo-Europese bewoners, die in het vierde en derde millennium v.Chr. westwaarts waren gekomen vanuit het huidige Oekraine; de Grieken arriveerden in de zevende eeuw op Zwarte Zee-kust; de Skythen behoorden tot een meer oostelijke groep Indo-Europees-sprekenden en trokken in de zesde eeuw vanuit Centraal-Azië richting Karpaten; de Kelten zakten ergens in de vierde eeuw v.Chr. vanuit het westen de Donau af. Uit dit alles ontstond het volk van de Daciërs, dat in de vroege tweede eeuw n.Chr. door de Romeinse keizer Trajanus werd onderworpen. De huidige taal van de regio, het Roemeens, stamt af van het Latijn.

De Thraciërs, om daar eens mee te beginnen, woonden al sinds mensenheugenis op het Balkanschiereiland. Ze worden onderverdeeld in vier hoofdgroepen, waarvan de Geten leefden in het noordoosten, aan de benedenloop van de Donau. Herodotos vertelt dat ze werden onderworpen door de Perzische koning Darius de Grote en weet als etnografisch detail te noemen dat ze geloofden dat ze onsterfelijk waren. Wat daarachter de historische werkelijkheid is, Joost mag het weten. Ze zullen namelijk heus wel hebben geweten dat mensen dood gingen, al was het maar omdat ze voor hun overleden vorsten schitterende graven inrichtten.

Thracische kunst is echt heel bijzonder en het Gallo-Romeins museum heeft zich niet beperkt tot stukken uit Roemeense musea. Het stuk hierboven komt bijvoorbeeld uit de Rogozen-schat en is normaal te zien in het Regionaal Archeologisch Museum van Vratsa in Bulgarije. (Grappig genoeg heb ik deze kan niet alleen in Vratsa gezien, maar ook op een reizende tentoonstelling met de fantasierijke naam L’or des Thraces in het Musée Jacquemart-André in Parijs, zodat ik het kruikje vandaag voor de derde keer zie. Ik sluit niet uit dat ik het voorwerp tijdens mijn diensttijd heb gezien tijdens een expositie in het Museum Boymans in Rotterdam met de originele naam Het goud der Thraciërs.)

Ik leerde in Tongeren dat er in de vierde eeuw v.Chr. een atelier moet zijn geweest dat speciale helmen maakte van edelmetaal, waarmee de vorsten zich tooiden. Het was nieuw voor me, dat van dat atelier, maar ik geloof het meteen, want het edelsmeedwerk is echt adembenemend. Hier nog wat voorbeelden.

 

De Geten waren goede bekenden van de Grieken, die zich vanaf de zevende eeuw v.Chr. vestigden aan de westkust van de Zwarte Zee. Hun voornaamste nederzetting was Histria, aan de monding van de Donau, en wat zuidelijker lagen Tomis en Kallatis. Ik geef u één plaatje, want je komt niet naar Tongeren voor Griekse kunst, en dat is een foto van een reliëf van de Schikgodinnen. Het deed mij denken aan de Matres uit onze eigen contreien, maar dat is toeval.

Istria, de drie Schikgodinnen

[Morgen meer. Ander expositienieuws voor deze kerstvakantie: er is in Amsterdam in het Allard Pierson-museum een leuke tentoonstelling over de god Bes en in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een goede expositie over Cyprus.]

5 gedachtes over “Dacia Felix: de Geten

  1. Henk Smout

    Uit het artikel ‘Getae’ van de Engelstalige Wikipedia: “The Getae are sometimes confused with the Goths in works of early medieval authors. This confusion is notably expanded on in works of Jordanes, himself of Gothic background, who transferred earlier historic narratives about the Getae to the Goths.”

  2. Jeroen

    Het Goud der Thraciërs kan ik me nog erg goed herinneren; het was de eerste keer dat ik zoiets moois zag van een volk waar ik -indertijd- nog nooit van gehoord had.
    De begeleidende tentoonstellingscatalogus heb ik nog steeds…

  3. …en weet als etnografisch detail te noemen dat ze geloofden dat ze onsterfelijk waren. Wat daarachter de historische werkelijkheid is, Joost mag het weten…

    Intrigerend. Ook de Thraciërs en de Daciërs geloofden in een onsterfelijkheid van de mens.
    Ik vond een tijd geleden een goed doorwrocht overzichtsartikel over deze materie:

    Coman Ioan G. L’immortalité chez les Thraco-Géto-Daces. In: Revue de l’histoire des religions, tome 198, n°3, 1981. pp. 243-278;

    Link: https://www.persee.fr/docAsPDF/rhr_0035-1423_1981_num_198_3_4838.pdf

  4. Het prachtige kruikje staat echter niet afgebeeld in de catalogus van ‘Het Goud der Thraciërs’, wat je zeker wel zou verwachten. Ergo: het was niet aanwezig op de tentoonstelling in Boymans-Van Beuningen (1984).

Reacties zijn gesloten.