Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne”

Beatrijs van Nazareth

Toegangspoort van de Abdij van Nazareth, Lier

Een blogje over de middeleeuwse mystica Beatrijs van Nazareth (ca.1200-1268), waarom ook niet? Ze wordt in één adem genoemd met Hadewijch en Jan van Ruusbroec, en de huidige abdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth in Brecht (België) is een rechtstreekse voortzetting van de Beatrijs’ eigen, gelijknamige abdij, die in 1236 was gesticht door haar vader.

Biografie

Van Beatrijs van Nazareth is slechts één geschrift overgeleverd, het mystieke traktaat Van seven manieren van heiliger minne. Ze hield tussen 1217 en 1235 ook een in het Middelnederlands geschreven dagboek bij, dat sindsdien weliswaar verloren is gegaan, maar door een anonieme monnik – men fluistert dat het de dertiende-eeuwse geleerde Willem van Affligem is geweest – in het Latijn is vertaald en herordend tot een driedelig heiligenleven, de Vita Beatricis ofwel het Leven van Beatrijs.

Lees verder “Beatrijs van Nazareth”

Neoplatonisme en gnosis (2)

Een laatantieke filosoof (Archeologisch museum van Chaironeia)

[Tweede deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

Invloeden van oude bekenden

Wie het neoplatonisme bestudeert, herkent allerlei oude bekenden: elementen uit de eerdere filosofische stelsels.

Om te beginnen is er natuurlijk een sterke invloed van de filosofie van Plato zelf. De opvatting dat het Ene ook ruimte en tijd overstijgt is echter terug te leiden tot dat wat Parmenides al had beweerd over het Zijn. We vonden die gedachte eerder al bij Anaximandros, die ook een alomtegenwoordige oerstof aannam, die hij apeiron noemde. Bij Anaximandros verandert dit apeiron zelf echter in de wereld zoals wij die kennen, het blijft niet achter de wereld aanwezig, zoals het Ene bij de neoplatonisten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (2)”

Godwording

Petrus met een boekrol. (Catacombe van Domitilla, Rome)

De tekst die bekendstaat als de Tweede Brief van Petrus is vermoedelijk geen echte brief. Wie in de Oudheid een brief schreef en een dure bode in dienst nam, nam doorgaans de gelegenheid te baat ook anderen dan de geadresseerde de groeten te doen. Dit standaardonderdeel van een brief ontbreekt in 2 Petrus. Het is eigenlijk meer een essay waarin de auteur, die zijn einde voelt naderen,noot2 Petrus 1.14. zijn visie geeft op wat het christelijke geloof inhoudt. Misschien is de tekst wel ontstaan als preek.

Gevallen wereld

Aan het begin van de brief vertelt de auteur, die we gemakshalve maar Petrus zullen noemen, dat de gelovigen alles bezitten om vroom te leven. Dat wordt gepreciseerd als kennis (gnosis) van Christus – de toegesprokenen wisten wel wat daarmee was bedoeld. Het is in elk geval niet de geheime leer van de gnostische christenen maar inzicht in wat nodig is voor een vroom leven en kennis van de daden van Christus. En vooral: de kennis vormt een belofte

Lees verder “Godwording”

Het verlangen van Nescio

Een enkel woord betekent soms meer dan je denkt. Je moet het kraken als een noot om te ontdekken wat erin schuil gaat.

Waarom bijvoorbeeld heet Nescio’s derde verhaal, dat over de ongelukkige Eduard, eigenlijk Dichtertje? De hoofdpersoon heeft weliswaar een bundel gepubliceerd en de kritiek noemde hem veelbelovend, maar hij is in de eerste plaats echtgenoot, vader, kostwinner, kantoorman. Die kwaliteiten domineren zijn bestaan. Hij is een burgerman. Dichten is vooral wat hij níet doet.

‘Maar in dit nette, onschadelijke, jonge burgerheertje leefde nog iets, dat geen heertje was, maar een mensch, die niet zoo maar dood wou gaan, die zichzelf een toren wou oprichten tot de blauwe lucht, om te staan in eeuwigheid. En een beest dat zich zat wilde vreten aan al ’t onverschillige levende en doode, dat maar deed of hij er niet was en zich wederom zat wilde vreten tot ’t alles opgevreten had en alleen over was met ’t niet.

Lees verder “Het verlangen van Nescio”

Thin places

Het graf van Maria

Jeruzalem heeft er twee. Reyy is er een, Geghard is er een en Delfi is er ook een. En o ja, Gibilmanna. En dat is het dan: de zes plekken die ik als “thin places” zou definiëren, plaatsen waar een bezoeker het gevoel heeft dat de grens tussen deze aardse werkelijkheid en een andere werkelijkheid wat dunner is dan elders. Dat is natuurlijk een volkomen subjectieve, misschien zelfs mystieke beleving, maar ik ben daar dus gevoelig voor.

Over het Iraanse Reyy heb ik al eens geschreven: een voorstad van Teheran waar een zekere Abd ol-Azim ligt begraven. Ik noteerde destijds de sereniteit.

Je hoeft geen moslim of gelovige te zijn om er rust te vinden en ik zou er uren hebben kunnen zitten mijmeren.

Dat is een zinnetje dat ik eigenlijk bij elk van deze plekken kan noemen en ik heb er ook menig uur zitten mijmeren.

Lees verder “Thin places”

Zwagermans mystiek

zwagerman_wakend_over_god

Ik blogde gisteren over de “great chain of being”, het door Homeros genoemde koord dat de oude Griekse filosofen benutten als metafoor om te beschrijven dat alle niveaus van het universum bij elkaar horen. Ik kwam het beeld ook tegen in de laatste, postuum verschenen poëziebundel van Joost Zwagerman, Wakend over God. In feite is het zijn Belijdenissen: het verslag van de spirituele ontwikkeling van een onrustige geest die niet geboeid is door een steriel katholicisme, God uit zijn bestaan wist maar constateert dat Hij toch bestaat (“een rotstreek”; “God is van verduveld lange duur”).

Zwagerman zijnde Zwagerman knipoogt hij voortdurend naar andere teksten: alleen al op één pagina komen Tolstoj, Lucebert en Komrij langs. Thematisch interessanter zijn verwijzingen naar de middeleeuwse mysticus Eckhart en naar Gerard Reve, die beide expliciet worden genoemd. Zwagerman zal zeker hebben gedacht aan de beroemde regel uit Nader tot U:

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,
zoals ik U.

Lees verder “Zwagermans mystiek”

Soefisme

Een soefi in traditionele witte kleding bidt bij het graf van Abu Yazid in Bastam (Iran)
Een soefi in traditionele witte kleding bidt bij het graf van Abu Yazid in Bastam (Iran)

Soefisme is islamitische mystiek en mystici streven ernaar met God één te worden. Dit is een extatische ervaring die, zo zeggen degenen die haar hebben ondergaan, met geen pen valt te beschrijven. Gelukkig beschrijven ze wel de weg naar deze extase: het komt er in eerste instantie op neer dat de rede wordt gebruikt om de lagere driften te neutraliseren, waarna het in tweede instantie zaak is zowel de rede als het ego te overwinnen. Je kunt dit lezen als een proces van groei en ontwikkeling tot men “de volmaakte mens” is, maar je kunt het ook zien als het vernietigen van wie je eigenlijk bent.

Een opmerkelijke trek van het soefisme is dat zijn aanhangers weinig waarde hechten aan deze wereld. De strijd tegen de lagere hartstochten geldt bijvoorbeeld als een belangrijker vorm van jihad, “geloofsinspanning”, dan de meer aardse heilige oorlog. Met allerlei provocaties maken de soefis duidelijk dat ze lak hebben aan de wereldse conventies. Zo geeft men hoog op van de wijnroes, die zou lijken op de goddelijke extase, wat natuurlijk voldoende is om elke rechtgeaarde moslim een acute hartverzakking te bezorgen.

Lees verder “Soefisme”

Een middeleeuws Venndiagram

Het tekenen van Venndiagrammen is brugklasstof. Simpel samengevat: je tekent kringen die staan voor verzamelingen. Zo kun je makkelijk visualiseren waar de overlap zit.

disciplinesHet voorbeeld rechts toont bijvoorbeeld historici, filologen, archeologen en godsdienstwetenschappers.  Deze manier om verzamelingen voor te stellen is rond 1880 bedacht door de Britse wiskundige John Venn, die echter nooit heeft beweerd dat hij kwam met iets werkelijk nieuws. Het is dan ook een heel natuurlijke manier om deelverzamelingen te conceptualiseren. Ik stel me voor dat boeren zo wel eens schetsje maakten van de twintig schapen van de ene boer, de dertig van de andere, en de vijf lammetjes waarop ze allebei aanspraak konden maken.

Lees verder “Een middeleeuws Venndiagram”