
De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek “zes vragen”, waarin wetenschappers vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Zeker als het gaat om Israël zijn er nogal wat misverstanden en daarom geef ik vandaag het woord aan archeoloog/religiewetenschapper Martine van den Berg, die momenteel werkzaam is in Jeruzalem.
***
Wat bestudeert u?
Mijn promotieonderzoek betreft de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 van onze jaartelling door de Romeinen, die in de contemporaine literaire bronnen als een alomvattende gebeurtenis wordt beschreven. Bovendien is deze verwoesting in de loop van de eeuwen voorzien van een theologische betekenis: voor christenen was het de vervulling van Jezus’ profetie en in het jodendom markeerde dit het einde van politieke autonomie en het begin van de diaspora.
Ook in het moderne Israël kreeg het een belangrijke rol in het nationale narratief: bijna tweeduizend jaar na die verwoesting is het volk weer terug in het land van de voorvaderen. Historici bediscussiëren al decennia of deze gebeurtenis inderdaad een breuk vormde, of dat er toch sprake was van een zekere culturele en religieuze continuïteit. De laatste paar jaar komt daar nieuw archeologisch bewijs bij: opgravingen missen de zo kenmerkende destructielaag en soms is er sprake van bouwwerken die in gebruik blijven tot aan de herbouw van keizer Hadrianus in 120-130. De vraag is dus of we met meer precisie kunnen reconstrueren wat de omvang en impact van de verwoesting was en hoe zich die vergelijkt met andere urbicides in het Romeinse keizerrijk.
Wat doet u nou concreet?
Op het moment van dit schrijven werk ik vanuit het W.F. Albright Institute of Archaeology in Oost-Jeruzalem. In de ochtenden ga ik vaak op pad om de opgravingslocaties en archeologische collecties te bestuderen. In de middag zit ik in de bibliotheek, lees ik opgravingsrapporten en doe bronnenonderzoek. De relevante data verwerk ik in QGIS, een geodata-systeem dat kaarten maakt waar je vervolgens contextuele analyses mee kan uitvoeren.
Tegenwoordig zijn er ook fancy applicaties voor het digitaal opslaan en verwerken van ideeën – vaak AI-gedreven – maar tot nu toe hebben die me niet overtuigd. Liever werk ik met simpele databases die ik zelf handmatig vul. Niet omdat ik dat monnikenwerk per se leuk vind, maar omdat de ervaring me leert dat het invoeren van data helpt bij het onthouden en interpreteren. Wel is AI soms handig voor het analyseren van foto’s: je krijgt snel een rijtje parallellen die ik vervolgens, indien relevant, zelf verder ga controleren en uitzoeken. En hoewel ik nog maar aan het begin van mijn onderzoek sta, werk ik alvast aan de eerste hoofdstukken van het proefschrift, want schrijven helpt me ontdekken waar het nou écht over gaat.
Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
De archeologie – en dan met name de stratigrafie – van Jeruzalem is notoir ingewikkeld. Het is een moderne, levende stad op een heuvelachtig terrein waar vierduizend jaar geschiedenis in het gunstige geval opeengestapeld ligt, maar vaker dwars door elkaar heen gehusseld is. Het is een enorme puzzel om strata (bewoningslagen) goed te dateren – terwijl dat juist uiterst belangrijk is voor mijn onderzoek. Daar komt nog bij dat sommige delen van de stad volgens internationaal recht bezet gebied zijn, dus ik loop ook tegen ethische vragen aan: hoe ga ik om met gegevens die zijn opgegraven onder dubieuze omstandigheden? Hoe doe ik recht aan de complexe politieke realiteit van de stad? Wat is de rol van de academie daarin?

Hoe vergroot dit welk inzicht?
Allereerst staat mijn onderzoek in een lange traditie van een voortschrijdend inzicht over Jeruzalem. Hoewel er al honderdvijftig jaar onderzoek naar is gedaan, komt er steeds weer nieuw bewijs naar boven, dat archeologen en historici dwingt hun zicht op de geschiedenis van de stad bij te stellen. Dat is niet alleen belangrijk voor de wetenschap, maar ook voor het brede publiek, want de geschiedenis van het Midden-Oosten staat volop in de belangstelling. Juist in een tijd waarin ideologie en religie een grote rol speelt in de politiek, is “saai” maar doorwrocht en kritisch academisch werk belangrijker dan ooit.
Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
Andrew Lawler, Under Jerusalem: The Buried History of the World’s Most Contested City (2021). Ondanks de wat sensationele titel is dit boek zeer de moeite waard als je wilt weten welke rol archeologie speelt in de politiek van het Midden-Oosten. Het schetst hoe de archeologie wortelt in een negentiende-eeuws westers en koloniaal wereldbeeld en welke gevolgen dat tot de dag van vandaag heeft. Dat is geen droge kost, Lawlers’ levendige beschrijvingen van de keur van hobbyarcheologen, landmeters, rabbi’s, dominees en schatgravers die Jeruzalem hebben aangedaan maken het boek zo lezenswaardig als een avonturenroman.
Is er iets dat u zelf nog kwijt wil?
Archeologie is een mooi vak omdat het je steeds weer dwingt je ideeën over de geschiedenis bij te stellen. Deze ochtend bezocht ik Tel Moza, een noodopgraving waarbij een grote tempel uit de IJzertijd is gevonden, met andere woorden: een tempel op zo’n zes kilometer verwijderd van Jeruzalem, die in de Bijbel (bewust?) niet wordt genoemd. Het bewijst dat het religieuze landschap in de tijd van de koningen van Juda een stuk pluriformer was dan we op basis van de teksten vermoedden. Dit is niet alleen instructief voor archeologen, historici en theologen, maar is voor mij ook een metafoor voor het leven in het algemeen: altijd bereid zijn je inzichten – hoe vertrouwd en comfortabel ook – bij te stellen als er nieuw bewijs is dat die inzichten tegenspreekt.
***
Martine van den Berg werkt momenteel in het W.F. Albright Institute of Archaeology in Oost-Jeruzalem en schreef eerder een roman over de politisering van de Israëlische archeologie, De genesis van het verraad, die onlangs is herdrukt.
Zelfde tijdvak
Antiek glasjuni 2, 2025
Wat is er mis bij het INT?mei 12, 2026
Wanted: editor Ancient Warfareaugustus 21, 2026

Interessant en helder verhaal