Misverstand: Brand in Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. De bewoner was priester.

Misverstand: De joodse tempel brandde per ongeluk af

In 66 kwamen de Joden in opstand tegen Rome. De onafhankelijkheid duurde ongebruikelijk lang, maar in de zomer van 70 heroverde de Romeinse generaal Titus, de latere keizer, Jeruzalem. De tempel werd geplunderd en brandde af. Hierdoor moesten de joden hun religie opnieuw vorm geven: een religie zonder tempel, zonder politiek centrum en zonder erkende religieuze autoriteit. Slechts twee joodse groepen kwamen deze klap te boven: vanuit de farizeeën ontstond het huidige rabbijnse jodendom en vanuit de aanhangers van Jezus van Nazaret ontstond het christendom.

De twee religies hebben sindsdien geen al te vriendelijke relatie, en daarmee is de tempelbrand een van de weinige gebeurtenissen uit de Oudheid met nog altijd actuele gevolgen. De geschiedschrijver Flavius Josephus suggereert dat de brand de wil van God was:

Lees verder “Misverstand: Brand in Jeruzalem”

Misverstand: Een- en tweebulters

Reliëf uit Jemen van een vrouw en een man, beide gezeten op een dromedaris, die elkaar ontmoeten bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Misverstand:  In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Lees verder “Misverstand: Een- en tweebulters”

Misverstand: Tempelberg

Maquette van het tempelcomplex met de burcht Antonia(Israel Museum, Jeruzalem)

Misverstand: De joodse tempel stond niet op de Tempelberg

Al sinds de zevende eeuw v.Chr., en mogelijk al eerder, draaide voor de Judeeërs het religieuze leven om de tempel van Jeruzalem. Het plateau waarop die heeft gestaan, is ook in de islam heilig, want volgens een middeleeuwse legende is de profeet Mohammed hiervandaan ten hemel opgestegen. De Al-Aqsamoskee is gebouwd om die gebeurtenis te herdenken.

Lees verder “Misverstand: Tempelberg”

Het sterrenkind (5)

Dakpannen van het Tiende Legioen Fretensis. Het embleem was een varken, wat door de Joden als belediging werd ervaren. (Davidson Centrum, Jeruzalem)

[Laatste deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

Ergens na 6 november 135, de datum van zijn laatste ons bekende brief, raakte Bar Kochba in Betar afgesloten van de buitenwereld. Het voornaamste verdedigingswapen zou volgens de rabbijnse bronnen het gebed zijn geweest van de hogepriester, de Eleazar die staat genoemd op de munten. Het is mogelijk dat de opstandelingen voor hem een als tijdelijk bedoelde tempel hebben gebouwd, maar van de vierkante ruïne die ooit op het plateau stond, is niets over dat zich leent voor archeologisch onderzoek. Hoe dan ook, de auteur van een rabbijns commentaar op het Bijbelboek Klaagzangen vermeldt dat Hadrianus, ontmoedigd doordat hij niet in staat was Betar te veroveren, overwoog naar huis te gaan.

Lees verder “Het sterrenkind (5)”

Het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de Romeinse generaals, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Het sterrenkind (4)”

Het sterrenkind (3)

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

[Derde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De verhoudingen tussen Joden en Romeinen waren goed verziekt en pogingen de rust te bewaren, kwamen te laat. Tot overmaat van ramp stortte bij de bouwwerkzaamheden in Jeruzalem het grafmonument in van de legendarische koning Salomo. Een voorteken! De Romeinse auteur Cassius Dio beschrijft de escalatie:

In het begin namen de Romeinen geen notitie van de opstandige Joden. Maar heel Judea was in beroering gekomen, overal waren Joden in grote opwinding, hielden ze samenkomsten en gaven ze, deels door heimelijk verzet, deels openlijk, blijk van grote vijandigheid tegen de Romeinen; ook veel andere volken, die er graag van wilden profiteren, sloten zich bij hen aan en zowat de hele wereld was over de kwestie in rep en roer.

Lees verder “Het sterrenkind (3)”

Het sterrenkind (2)

Een deel van de hoofdstraat (cardo) die Hadrianus heeft laten aanleggen in Jeruzalem

[Tweede deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De pacificatie van Judea was een feit. Dat bleek in 115, toen een messiaanse opstand uitbrak – ik blogde er al eens over – in het noordoosten van het huidige Libië en daarvandaan oversloeg naar Cyprus en Mesopotamië. Tegelijkertijd werden de Joden van Alexandrië zó ernstig door hun stadsgenoten bedreigd dat ze gedwongen waren de wapens eveneens op te nemen. Maar Judea bleef betrekkelijk rustig, al nam de Romeinse generaal Lusius Quietus enkele harde maatregelen, die kunnen worden uitgelegd als de onderdrukking van een opstand maar ook als de oorzaak van nieuwe onrust. Dat laatste zou de mening geweest kunnen zijn van keizer Hadrianus, die deze generaal in 117 om onbekende redenen terugriep en hem een jaar later uit de weg ruimde.

Maar er smeulde iets. Een aanwijzing is dat Johanan ben Zakkai werd opgevolgd door rabbijn Gamaliël, de zoon van de Simeon die tijdens de oorlog van 66-70 deel had uitgemaakt van de provisionele regering. Een aanzienlijk deel van de discussies in Javne ging over de reinheidswetten, wat suggereert dat het samenleven met niet-Joden niet eenvoudig werd gevonden. Ook werd gesproken over de komst van de messias, met name over het visioen van de profeet Daniël over de mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen. Het ging daarbij om de regel “Ik zag hoe er tronen werden neergezet en op één daarvan een man van hoge leeftijd ging zitten”. De geleerden waren het erover eens dat dit God zelf was, maar waarom was er dan meer dan één troon?

Lees verder “Het sterrenkind (2)”

Het sterrenkind (1)

Masada

Een vijand verslaan is één ding, het gebied pacificeren een ander. Traditioneel werkten de Romeinen in nieuw-verworven gebieden samen met de bestaande elite, die enerzijds het prestige had om haar onderdanen te bewegen Romeinse maatregelen te aanvaarden en anderzijds op de Romeinse steun aangewezen was om aan de macht te blijven.

Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers, zodat de uiterlijke vormen van de romanisering, zoals de beheersing van Latijn of Grieks, al gauw waarneembaar werden. Wie hogerop wilde, nam dit over, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

In Judea faalde dit mechanisme. De elite die de Romeinen in 6 n.Chr. had welkom geheten was behulpzaam geweest, maar de hoge belastingdruk had het volk tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. moesten de pacificatie en romanisering opnieuw beginnen, en er was geen elite om mee samen te werken.

Lees verder “Het sterrenkind (1)”

Academische miscommunicatie

(Ik zoek eigenlijk een origineler plaatje voor academische spraakverwarring.)

Als de tempelautoriteiten van Jeruzalem iemand executeerden, gebeurde dat door middel van steniging. Als de Romeinen iemand ter dood brachten, hadden ze een heel scala aan executiemethoden. Bij perduellio, hoogverrraad, was dat kruisiging. Toen de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus de zelfbenoemde koning der Joden Jezus van Nazaret liet doden, werd deze dus genageld aan het kruis, waar hem een urenlange marteldood wachtte.

Er valt een hoop over het lijdensverhaal te vertellen dat in detail niet juist is maar dat de executie door middel van kruisiging werd voltrokken, zal geen weldenkend mens ontkennen. Jezus is gedood door de Romeinen en niemand beweert iets anders. Als er al een wetenschapper is geweest die de afgelopen anderhalve eeuw heeft beweerd dat Jezus door de Joden is terechtgesteld (een middeleeuwse misvatting) dan is diens naam in elk geval mij onbekend. Het weerhoudt de Israëlische oudheidkundige Israel Knohl er niet van om te beweren dat “the Jews aren’t to blame for Jesus’ death”.

Lees verder “Academische miscommunicatie”

De ondergang van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

[Laatste deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Met de brand in de tempel van Jeruzalem (plattegrond) was de catastrofe nog niet voorbij. Nadat de legionairs bij de smeulende tempelruïne een offer hadden gebracht aan hun adelaars, vernietigden ze de wijken ten westen en ten zuiden van de tempel, daalden af naar de Benedenstad (de huidige Joodse Wijk), waar Simon bar Giora nog altijd de macht had. Na die te hebben verwoest, trokken de legionairs naar de Bovenstad (de Armeense Wijk) en bouwden een dam naar het paleis waar ooit de Romeinse procurator had gewoond. Dit keer was er minder tegenstand van de uitgeputte verdedigers. Op 8 september was de hele stad, of wat daarvan restte, in Romeinse handen.

De Joodse leiders trachtten te ontkomen door rioleringen en andere onderaardse gangen, maar omdat de uitgangen waren geblokkeerd, moesten ze ook gangen graven, wat niet altijd lukte. De eerste die zich door de honger gedwongen overgaf was Johannes van Gischala. Daarna was het de beurt aan Simon bar Giora en Josephus houdt weer relevante informatie achter:

Lees verder “De ondergang van Jeruzalem”