Pontius Pilatus (4) Jezus

Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

[Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

Jezus’ vergrijp

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

Lees verder “Pontius Pilatus (4) Jezus”

Pontius Pilatus (3) Aquaduct

De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

[Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Het aquaduct en de tempelschat

Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

Lees verder “Pontius Pilatus (3) Aquaduct”

Pontius Pilatus (2) Het begin

Caesarea Maritima

[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Aankomst in Judea

In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

Lees verder “Pontius Pilatus (2) Het begin”

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Lees verder “Jakobus de Rechtvaardige”

Jezus in de Tempel

Schriftgeleerden in debat met een jonge Jezus (Acheologisch museum, Córdoba)

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament, en vandaag gaat het over een bekend verhaal. Hier is het.noot Lukas 2.41-51; NBV21.

Jezus’ ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten.

Dat vinden wij wat raar, want ouders hebben meestal een zesde zintuig waarmee ze precies weten waar Junior zich bevindt. De evangelist Lukas anticipeert op vragen door het uit te leggen:

Lees verder “Jezus in de Tempel”

Alexander de Grote in Jeruzalem

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

In onze reeks over Alexander de Grote komen we nu aan bij een weinig bekende scène: het bezoek aan de tempelstad Jeruzalem. Het was oktober of november 332 v.Chr. en de oorlog verkeerde in een impasse. Het eerste Macedonische krijgsdoel was, zoals gezegd, Egypte, maar het leger had in de voorafgaande maanden enorme verliezen geleden, eerst bij Tyrus en daarna bij Gaza. Alexanders rechterhand Parmenion was in Syrië om te verhinderen dat de Perzen Alexanders aanvoerlijnen zouden afsnijden, maar ook dat Syrische garnizoen moest worden versterkt. Alexander stuurde dus een gezant naar huis om extra manschappen te halen.

Zelf ging hij naar Jeruzalem. De gangbare bronnen vermelden dit niet, maar het is overgeleverd door de Joodse historicus Flavius Josephus (37-ca. 102). Zijn verhaal is echter deels legendarisch, en wordt daarom vaak genegeerd. Ik vermoed echter dat er wel degelijk een historische kern kan zijn.

Lees verder “Alexander de Grote in Jeruzalem”

Het Ware Kruis (2)

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Tweede en laatste blogje over de geschiedenis van het Ware Kruis in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

In het jaar 602 brak een enorme oorlog uit tussen het Byzantijnse Rijk en het rijk van de Sassanidische Perzen. Het kruisfragment in Jeruzalem, dat blijkbaar niet groter was dan het kistje waarin het paste, werd in 614 meegenomen toen de legers van de Sasanidische koning Khusrau II de Overwinnaar, aangevoerd door generaal Shahrbaraz, Jeruzalem bezetten. De vele nestoriaanse christenen in het Perzische Rijk, met hun nadruk op het menselijke aspect van Christus’ bestaan, zullen het hebben gewaardeerd. Veertien jaar en enkele nederlagen later, moesten de Perzen het teruggeven aan de Byzantijnse keizer Herakleios.

De nieuwe plaatsing van het reliek in Jeruzalem op 14 september 628 is sindsdien herdacht als het feest van Kruisverheffing. De teruggave van het kruisfragment is een historisch feit, maar ook hier ging de legendevorming ermee aan de haal: omdat het toch wat gênant was dat men het Ware Kruis ooit kwijt was geweest, bedacht men dat het feest herdacht dat het kruisfragment voor het eerst tentoon was gesteld na de inwijding van de door Constantijn ingewijde basiliek.

Lees verder “Het Ware Kruis (2)”

Het Ware Kruis (1)

Helena (Capitolijnse Musea, Rome)

In het jaar 326 bezocht Helena, de moeder van Constantijn de Grote, het Heilig Land. Haar zoon had haar kort daarvoor de rang van augusta gegeven, wat je zou kunnen vertalen als “keizerin”, al betekent het niet dat ze beleid kon maken, uitvoeren of controleren. Ze had echter wél toegang tot de keizerlijke schatkist en kon daardoor het initiatief nemen tot bouwprojecten. In Betlehem legde ze de eerste steen voor de Geboortekerk, in Jeruzalem voor een kerk op de Olijfberg. Een van de aanwezigen was bisschop Eusebios van Caesarea, die enkele jaren later in zijn Leven van Constantijn verslag deed van het bezoek en de werkzaamheden.noot Eusebios, Leven van Constantijn 3.41-42.

Kruisvinding

Wat hij daarbij niet vermeldt, is dat Helena bij die gelegenheid het Ware Kruis zou hebben gevonden: het kruis waaraan Jezus dood zou zijn gemarteld. Christenen hebben de vondst eeuwenlang herdacht met het feest van de Kruisvinding.

Lees verder “Het Ware Kruis (1)”

De barmhartige samaritaan

Barmhartige samaritaan (Rossano-codex)

Dat je zorg draagt voor mensen die in de problemen zijn geraakt, is elementair fatsoen. En omdat dat fatsoen weleens ontbreekt, hebben we een en ander tevens vastgelegd in wetten en verdragen. Zo simpel is het. Je hebt geen antieke tekst nodig om medemenselijkheid te begrijpen. Desondanks komt, sinds de Nederlandse Tweede Kamer besloot hulp aan illegaal in ons land verblijvende mensen strafbaar te stellen, de parabel van de barmhartige samaritaannoot Ik spel natuurlijk samaritaan, want de samaritanen waren (en zijn) een antieke geloofsgemeenschap en de namen van religieuze groepen spellen we in onderkast. De burger wordt geacht de wet te kennen, dus u schudt moeiteloos Spellingsbesluit 1995, artikel 16.7, onder S uit uw mouw, en u schrijft ook jood, christen en moslim. tot vervelens toe langs.

Ik houd er niet van de antieke literatuur te leggen in het procrustesbed der actualiteit. De Oudheid is in zichzelf voldoende interessant. Maar nu de barmhartige samaritaan ineens overal wordt geciteerd, bied ik toch wat losse aantekeningen, die ik baseer op het onvolprezen The Jewish Annotated New Testament, waarover ik al eerder schreef. (Er is een uitgebreide Nederlandse vertaling, maar die heb ik even niet bij de hand.)

Lees verder “De barmhartige samaritaan”

Het Gehenna

Het Laatste Oordeel (Catacombe van Domitilla, Rome)

Die foto van de Duivelsbrug van afgelopen vrijdag, die maakte ik vorige week, toen ik in Breda moest zijn om een lezing te verzorgen over joodse eindtijdverwachtingen. Dat bleek een nogal complex thema, want in de Eindtijd velt de Mensenzoon het Laatste Oordeel. En dan herleven de doden, want het kan niet zo zijn dat martelaren hun beloning niet krijgen en slechte mensen onbestraft blijven. Daniël:

Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2; NBV21.

Lees verder “Het Gehenna”