
Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Vandaag begint op deze blog een rubriek waarin ik de aandacht meer wil leggen op het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers feitelijk doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak. Als eerste laat ik de Nijmeegse classicus Vincent Hunink aan het woord.
Sinds 1990 vertaalt hij met grote regelmaat teksten van klassieke en niet-klassieke auteurs. Recent werkte hij mee aan Ik en Rome, de grote uitgave van de verzamelde brieven van Cicero, en vertaalde hij de brieven van Plinius de Jongere. Zijn nieuwe vertaling is: Commodianus, Ik wijs de weg! een experiment uit het vroege christendom (Instructiones).
Wat bestudeert u?
Ik richt me het meest op Latijnse teksten, vooral proza uit de vroege Romeinse keizertijd. Maar eigenlijk vind ik alle Latijn interessant, dus ook uit latere perioden. Ik maak vaak vertalingen van teksten, bekende en minder bekende, doorgaans in het Nederlands.
Wat doet u nou concreet?
Mensen denken soms: hij pakt een Latijns boek en een vel papier, en schrijft een vertaling uit. Zo hup, in één keer. Maar zo gaat het helemaal niet. Allereerst werk ik altijd op een computer met twee of drie grote schermen. Die zet ik helemaal vol met digitale boeken. Vaak een of twee tekstedities, als het kan een paar commentaren en altijd minstens drie of vier vertalingen in diverse moderne talen (soms ook voorgangers in het Nederlands). Want die bestaande vertalingen van een tekst zijn als het ware mijn gesprekspartners. Bij klassieke teksten zijn die eigenlijk altijd beschikbaar.
En dan het vertalen zelf: dat is eerst goed lezen in het Latijn, daar begint het natuurlijk mee. Maar ook: vergelijken, testen wat andere vertalers hebben gedaan, goede en slechte oplossingen naast elkaar zetten, alles afwegen en de knoop doorhakken. Of soms ook: na goed nadenken een andere keuze maken dan alle anderen. Uiteraard zoek ik ook geregeld iets op in een digitaal woordenboek of een andere bron.
Dat vertalen is wetenschappelijk werk: het is gebaseerd op allerlei soorten betrouwbare informatie, die worden samengebracht in een nieuw verband. Het resultaat komt tot stand via een reeks van werkhypothesen (elke vertaalkwestie is een groot of klein ‘probleem’), waarvoor telkens argumenten pro en contra worden bekeken. Natuurlijk heb je er ook een beetje smaak en creativiteit voor nodig, net als bij alle andere academisch werk.
Het vertalen kost mij veel tijd, ondanks de jaren ervaring die ik heb. Meer dan een paar pagina’s per dag is nauwelijks haalbaar. Regelmatig doorwerken is dus van belang.
Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
Ik voel me niet erg belemmerd, ik kan doen wat ik wil. Ik ben niet afhankelijk van grote subsidies, zoals sommige collega’s, van wie het onderzoek veel geld kost. Als vertaler voel ik dus een grote mate van academische vrijheid. Het wordt wel steeds moeilijker om vertalingen uitgegeven te krijgen, maar dat is een ander soort probleem.
Hoe vergroot dit welk inzicht?
Zonder vertalingen zou de Griekse en Latijnse literatuur vrijwel ontoegankelijk zijn. Ook voor classici, want haast niemand leest hele boeken in het Grieks of Latijn. Dat belang van het vertaalwerk lijkt me evident. En omdat het Nederlands sterk en snel verandert moet alles om de twintig, dertig jaar opnieuw worden vertaald, willen de klassieke teksten actueel en relevant blijven. Het werk is dus nooit af.
Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
Ach, alle grote teksten doen ertoe. De kleine trouwens ook. Ik zou willen dat alle lezers met belangstelling voor de Oudheid éénmaal per jaar een Nederlandse vertaling van een klassiek boek kochten. De doelgroep moet toch wel zoiets als (nou, ik doe een gooi) honderdduizend mensen zijn. Als je nagaat dat een gemiddelde vertaling van iets klassieks tegenwoordig een oplage haalt van enkele honderden exemplaren, die dan nog deels in de magazijnen blijven liggen, begrijp je wat ik bedoel. Met allemaal één boek per jaar aanschaffen zou de klassieke vertaalbranche een enorme opleving krijgen.
Helaas vinden lezers het meestal vanzelfsprekend dat iets er is. En ze beseffen vaak ook niet hoe vertaalde boeken tot stand komen, en hoeveel tijd en moeite erin gestoken wordt. Niet alleen door de vertaler, ook door uitgevers, redacteurs, opmakers, verkopers, enzovoorts. Dus het maakt me niet zoveel uit wat mensen aan klassieken kopen en lezen. Áls ze dat maar doen. Eenmaal per jaar. Maar dan graag allemaal.
Is er iets wat u zelf nog kwijt wilt?
Ik vind vertalen van Griekse en Latijnse teksten een belangrijke vorm van academisch werk. Goed voor de maker, door een mooie mix van ambachtelijke en technische aspecten met kennis, vaardigheid en creativiteit. En goed voor de lezer en de samenleving. Maar het is ook iets veeleisend en moeilijks, en tja, rijk word je er niet van.
Mede daardoor, misschien, ontbreekt het aan een nieuwe generatie jonge vertalers. Ik ben al best oud, maar geld als vertaler toch nog in zekere zin als jong en nieuw, en dat is natuurlijk absurd. Waar blijven de nieuwe classici? Ik roep dus nieuwe mensen op om zich aan het vertalen te wagen.
***
Vincent Hunink (1962) is universitair docent klassiek Latijn en vroegchristelijk Grieks en Latijn aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Zelfde tijdvak
Brugge, Breedbeeldjuni 6, 2026
Helaas: geen Open Toren-dagjuni 13, 2026
Zes vragen aan Josine Schrickxaugustus 24, 2026

“Welk boek over uw onderwerp …”
Iedereen zou het zelf eens moeten een proberen. Tientallen jaren geleden heb ik een kort verhaal vertaald van het Engels naar het Nederlands. Het resultaat was zo krom als een hoepel. En Engels is dan nog relatief eenvoudig. Sindsdien heb ik groot respect voor vertalers.
“… altijd weer slecht onderbouwde parallellen …”
Sinds een paar dagen vrees ik dat de zaak veel ernstiger is dan dit soort gemakzucht.
https://www.trouw.nl/binnenland/waarom-het-wetenschapssysteem-misbruik-uitlokt-je-moet-haast-wel-valsspelen~bea38fb0/
“En omdat het Nederlands sterk en snel verandert moet alles om de twintig, dertig jaar opnieuw worden vertaald”
Een recente verandering in het Nederlands is het politiek-correctie (‘woke’) taalgebruik.
Kiest Hunink bijvoorbeeld voor ‘slaaf’ of voor ’tot slaaf gemaakte’?
Eén van de kritieken op The Odyssee was dat het taalgebruik te hip was. (My dad is coming home.) Dus laten klassieke vertalers zich maar liever niet bezig houden met dit soort modieuze onzin.
Interessant interview, waarvoor dank! Ooit een jaar doorgeleerd voor tolk/vertaler als vervangende studie (uitgeloot) en daardoor behept met blijvende fascinatie voor het vak, miskleunen inbegrepen***. Bij een opruiming vorige week, vond ik drs P’s hilarische herschrijving van Dante’s hel vanuit het perspectief van Vergilius. Geen vertaling dus, maar herlezing bleek een humeurologsiche opknapbeurt van jewelste. Dat humeur was nogal aangedaan door berichten over grootschalige inkopen van oude boeken t.b.v. scanning door AI, waarna die boeken tot pulp vermalen worden. Kreeg onaangename associaties met Truffauts prachtfilm ‘Fahrenheit 451’ (boek van Ray Bradbury).
*** Herinnert u zich nog premier Den Uyl die – op bezoek in de VS – een zaal vol zakenlieden wees op het geweldige investeringsklimaat in NL voor Amerikaanse ‘undertakers’ (= ondernemers, dacht onze Joop)?
Ben ook zeer benieuwd naar Frank’s hoepelvormige vertaling!
Of George Bush, die zei dat het Frans geen woord heeft voor entrepreneur.
Ah, fantastisch! Die kende ik nog niet. Toen ik een paar jaar in Californië woonde maakte ik mezelf aanvankelijk belachelijk door te zeggen dat ik een douche ging nemen. Take a douche. Wist ik veel dat dat een vaginale spoeling betekende! A shower, dat moest het zijn. Maar dat hoorde ik pas later, omdat iedereen zich elke keer weer begierde als ik het over een douche had.
Zie ook hier
https://historiek.net/pijnlijke-uitspraken-van-nederlandse-politici/53477/
Die is lang geleden verloren gegaan.
Historiek link: Gerbrandy was minister-president van de oorlogskabinetten in Londen, geen Minster van Buitenlsndse Zaken.
Joseph Luns – geen aanwijzingen dat hij aan het fokken van paarden deed.
In elk geval een interessante serie, wellicht ook inclusief buitenlandse onderzoekers. Altijd intrigerend waarom mensen doen wat ze doen. Dat geldt ook voor wat mensen in de oudheid deden, hoe hun samenlevingen ingericht waren, hoe ze met grofweg hetzelfde stel hersens, maar in een andere context leefden, samenleefden, arbeid verdeelden, uitvindingen nastreefden. Ben benieuwd. Dan vandaag:
Het is evident dat vertalingen verouderen, omdat de doeltaal vernieuwd. In dit geval veranderd de oorspronkelijke taal niet, dat maakt het in zekere gemakkelijker. Nadeel is dat we weinig weten van de samenleving( in elk geval ikzelf- hadden ze koekenpannen bv). Toch blijf ik me verwonderen over de belangstelling voor vooral de mediterrane oudheid. Europa begint -wat overdreven- een achteraf hoekje van de wereld te worden, al hebben we wereldwijd via religieus machtsspel de cultuur wel tot overheersend gemaakt in de hele wereld( kijk bv naar kleding van mannen-machtshebbers wereldwijd).
Ik begrijp daarom best dat in het nederlands vertaalde boeken zo’n lage verkoop krijgen. Jongeren( iedereen onder de 50) beheersen het engels zo vaak zoveel beter dat die heel wel ook naar een engelse vertaling kijken van niet beheerste basistalen. En hun wereld is echt veel groter geworden dan mijn wereld van 50/60 jaar terug. AI vertalingen tussen moderne talen waren in mijn THE jaartje nog zeer experimenteel en insufficient, maar momenteel volstrekt vloeiend. Achteraf best tevreden met het feit dat mijn vader me niet naar het gymnasium liet gaan, al heeft mijn dochter wel een 10 vakken gymnasium afgesloten( en doet ze met de oude talen niks meer..).
In mei 1940 zou een NL-minister bij zijn aankomst in Engeland de volgende reactie gegeven hebben op de vraag van een Brits journalist wat hij van de Duitse inval in NL vond: “Yes, yes, it is me what!”
Klinkt als een broodje aap, maar sluit wel aan bij de beheersing van het Engels door NL-notabelen.
Wanneer Nederlandse bobo’s (of andere niet Engelstaligen bobo’s) ook nog eens creatief gaan doen, is het helemaal maken dat je weg komt. Wanneer het om de naam van een voetbalclub gaat bijvoorbeeld: Kozakken Boys, Enschedese Boys, Grasshoppers.
Hm… Zou oom Donald een golden shower hebben in zijn witte huisje dan wel zijn Trump-Toren? Waar blijft de NL-journalist die het hem eens vraagt?
Genoeg zo. Word telkens afgeleid door die omhoog zwemmende haai in de poster van The Odyssey…
Of deze, misschien ook broodje aap maar te mooi om kapot te checken:
Minister president Gebrandy maakte in het voorjaar van 1941 een wandeling in de tuin. Churchill merkte op: “spring is in the air”, waarop Gerbrandy verwonderd reageerde: “Waarom zou ik?”
“Wanneer Nederlandse bobo’s …”
Oftewel hoe een voetballer verantwoordelijk is voor een grappig taalmisverstand. Het is géén afkorting van bondsboy, maar een stuk onvriendelijker.
Volgens mij komt het van bondsbonze, dat laatste deel is een woord voor de overste van een boeddhistische tempel (en dus een baasje). Eén leuke is ook vakbondsbonze, uit te spreken als vakbonsbons.
Die mens verslindende haai staat ook op vroege keramiek. Het vertalen met zo veel mogelijk bronnen herken ik wel, als student en docent klassieken deed ik dat ook, maar dan met papieren boeken. En nu incidenteel en ook online, als ik stukje Vulgaatvertaling voor een Gregoriaanse liturgie nodig heb. (NBV is absoluut niet bruikbaar).