
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer vooral archeologische onderwerpen.
Internationale contacten
U kent mijn ergernis: archeologen die zich niet willen verdiepen in wat tekstwetenschappers doen, en classici en oudhistorici die niet begrijpen dat archeologie méér is dan een hulpwetenschap. Ik herinner me uit mijn studietijd oudhistorici die vol leedvermaak lachten toen bleek dat alle op het Zweedse eiland Gotland gevonden Romeinse scherven, die zouden bewijzen dat er handel was met Italië, behoorden tot één enkele amfoor. Gotland was slechts een uitbijter, een geïsoleerd geval, verwaarloosbaar, zoals ze ook de archeologie beschouwden als bijvak.
Ik moest daaraan terugdenken toen ik dit artikel las over de handel in koper en lood tussen Sardinië en Scandinavië. Die begon al in de Bronstijd, was vrij grootschalig en langdurig. Het bewijs bestaat natuurlijk uit de chemische analyse van het metaal: ertsen zijn nooit helemaal zuiver en bevatten allerlei andere bestanddelen, die de herkomst verraden. De isotoopverhouding biedt een andere aanwijzing. De pointe van de nieuwe inzichten is natuurlijk niet de metaalhandel, hoe interessant ook, maar dat ideeën zich van de Zuid-Europese naar de Noord-Europese wereld verspreidden, en andersom.
En om de pijnlijke anekdote over het dedain van oudhistorici voor hun collaga’s af te ronden: nog steeds zijn er historici die onvoldoende weten van archeologie, zoals andersom ook voorkomt, maar de openlijke minachting behoort inmiddels tot het verleden.
Ezinge
Ezinge is vanaf ongeveer 500 jaar voor Christus continu bewoond … ongeveer even oud als de stad Rome.
Oef. In Heerlen beweren archeologen dat ze een Romeinse soldaat hebben opgegraven (niet dus) en Nijmegenaren beweren dat Noviomagus rond 100 na Chr. stadsrechten heeft gekregen (niet dus): we zijn inmiddels dus gewend aan archeoblabla. De vergelijking van Ezinge met Rome overtreft echter elk redelijk pessimisme.
Hoe oud is Rome? De oudste aanwijzingen voor sedentaire bewoning dateren uit de zeventiende tot vijftiende eeuw v.Chr. Hartje Bronstijd. De plaats van die nederzetting is onbekend. Wél bekend is dat er rond 1000 v.Chr. diverse boerennederzettingen waren met een grafveld op het latere Forum Romanum. Als je Ezinge “ongeveer even oud” noemt als Rome, zeg je feitelijk dat chronologisch onderzoek, toch een kernpunt van de archeologische wetenschap, resultaten oplevert die je mag negeren. Je zegt tevens dat typeringen van archeologische culturen (Bronstijd, IJzertijd) irrelevant zijn. Dan beschadig je de archeologie.
Het erge is: Ezinge is belangrijk omdat het Ezinge is. Wierden en terpen zijn niet pas interessant door vondsten geforceerd in verband te brengen met de klassieke Oudheid. Je zou toch een staart krijgen van het minderwaardigheidscomplex van de Nederlandse archeologen.
Roofkunst
Het Allard Piersonmuseum in Amsterdam is al een tijdje bezig om de voorwerpen te onderzoeken die zijn verworven door eerdere directeuren, zoals de Jaap Hemelrijk over wiens dwarse opvattingen ik al eens schreef. Het museum heeft nogal wat illegale oudheden aangekocht, terwijl de directeuren wisten dat die afkomstig waren van een misdrijf. Dat is dus medeplichtigheid bij heling.
Het museum dwingt inmiddels zichzelf pronkstukken terug te geven, dus in Nederland zijn wij ze kwijt. Het is echter beter schoon schip te maken dan een illegaal esthetisch genot na te jagen.
Romeins glas
Een leuk berichtje over hoe analisten in het laboratorium de receptuur van Romeins glas hebben bestudeerd en de lichteffecten van de Lycurgusbeker hebben weten te doorgronden. (Het Allard Piersonmuseum deed soortgelijk onderzoek.)
Chris Wickham
De Britse historicus Chris Wickham is eerder deze maand overleden. Hij is een van degenen die ervoor zorgde dat de Late Oudheid, traditioneel een niemandsland tussen de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk en de Karolingen, de aandacht kreeg die deze periode verdient. Het is immers de tijd waarin de contouren van Europa zichtbaar werden. Ik ga geen necrologie schrijven, u leest dit oude blogje nog maar eens.
Spaans DNA
En om nog even in de Late Oudheid te blijven: er is DNA-onderzoek dat toont dat de bevolking van Spanje in de loop van de eerste eeuwen van onze jaartelling niet ingrijpend van samenstelling is veranderd. De Visigoten die in de vijfde eeuw de macht in handen kregen en in de zesde eeuw het Rijk van Toledo opbouwden, vormden geen grotere migratie dan de migraties in eerdere eeuwen. Dat de “grote volksverhuizingen” niet zo groot waren, althans in westelijk Europa, wisten we natuurlijk al een eeuw, want er zijn geen archeologische aanwijzingen, maar elk stukje extra bewijs helpt om dit politiek geladen vooroordeel weg te werken.
Het zou overigens leuk zijn als we ook iets vernamen over de samenstelling van de Iberische bevolking in de Middeleeuwen, omdat demografische veranderingen een factor zijn in de discussie over de vraag of in het Emiraat van Córdoba de bewoners zich aanpasten aan de islam of dat de islam zich aanpaste aan de bewoners. Het antwoord op die vraag heeft alles te maken met het Spaanse zelfbeeld. De geesteswetenschappen gáán ergens over.

Mooie uitsmijter.