De “Aithiopis” van Arktinos van Milete

Achilleus kijkt Penthesileia in de ogen (Mausoleum van Halikarnassos; British Museum, Londen)

Ik heb al eens eerder geblogd over de Epische Cyclus, de reeks waarin de Grieken hun mythen en heldendichten ordenden. De Ilias en de Odyssee zijn in hun geheel over; de ontbrekende epen zijn op hoofdlijnen te reconstrueren. Belangrijk daarbij zijn citaten, een uittreksel van de hand van de Byzantijnse patriarch Fotios (r.858-886) en afbeeldingen. Zo weten we heel redelijk wat de inhoud was van de Aithiopis, het zevende gedicht uit de cyclus. En het moet gezegd: Arktinos van Milete heeft een thematisch sterk verhaal vervaardigd.

De vijf boeken van de Aithiopis zijn het vervolg op de Ilias. Een antiek commentaar op Homeros’ gedicht noteert dat er Ilias-manuscripten zijn die eindigen met de slotregel

Zo begroeven de Trojanen Hektor, en meteen daarna arriveerde Ares’ dochter, de mannenverdelgende Amazone.

Lees verder “De “Aithiopis” van Arktinos van Milete”

Sofokles

Sofokles (Museo Barracco, Rome)

Het genre van de tragedie had ooit alleen een koor en een koorleider gehad. Thespis, een wat schimmige figuur uit de zesde eeuw v.Chr., was op het idee gekomen er een acteur tegenover te plaatsen. Dat was al een stuk levendiger. Aischylos, over wie ik een tijdje geleden blogde, had daar nog een tweede acteur toegevoegd, zodat werkelijk drama mogelijk was. Een generatie later voegde Sofokles (496-406 v.Chr.) er nog een derde acteur aan toe. Een van zijn stukken veronderstelt zelfs nog een vierde acteur.

Hij – ik bedoel Sofokles – introduceerde speciaal voor de gelegenheid, geschilderde decors en vergrootte ook het koor van twaalf tot vijftien zangers. U moet overigens weten dat het Grieks een melodisch accent heeft en hoewel we niet precies weten hoe het klonk, neemt wel aan dat een accent aigu tot wel een kwint hoger kon zijn. Als de vijftien zangers een stuk spreektaal declameerden, klonk het dus als vanzelf als een lied.

Lees verder “Sofokles”