Sofokles

Sofokles (Museo Barracco, Rome)

Het genre van de tragedie had ooit alleen een koor en een koorleider gehad. Thespis, een wat schimmige figuur uit de zesde eeuw v.Chr., was op het idee gekomen er een acteur tegenover te plaatsen. Dat was al een stuk levendiger. Aischylos, over wie ik een tijdje geleden blogde, had daar nog een tweede acteur toegevoegd, zodat werkelijk drama mogelijk was. Een generatie later voegde Sofokles (496-406 v.Chr.) er nog een derde acteur aan toe. Een van zijn stukken veronderstelt zelfs nog een vierde acteur.

Hij – ik bedoel Sofokles – introduceerde speciaal voor de gelegenheid, geschilderde decors en vergrootte ook het koor van twaalf tot vijftien zangers. U moet overigens weten dat het Grieks een melodisch accent heeft en hoewel we niet precies weten hoe het klonk, neemt wel aan dat een accent aigu tot wel een kwint hoger kon zijn. Als de vijftien zangers een stuk spreektaal declameerden, klonk het dus als vanzelf als een lied.

Van de drie overgeleverde Atheense tragedieschrijvers – de andere twee zijn Aischylos en Euripides – vind ik persoonlijk Sofokles’ stukken het meest overtuigend. Ik ben niet de enige die er zo over denkt, want hij won vierentwintig keer de jaarlijkse toneelwedstrijd die de Atheners organiseerden ter ere van Dionysos. Trouwens, Aristoteles meende dat Sofokles’ Oidipous de beste tragedie was die ooit iemand had gemaakt.

Ik hoef u niet uit te leggen dat het gaat over een koning die ontdekt dat de gruwelijke ziekte die zijn land teistert, is ontstaan doordat hij zelf in bloedschande leeft met zijn eigen moeder. Hij steekt zichzelf de ogen uit. (Ik vraag me altijd af hoe antieke acteurs dit speelden, want ze hadden niet de middelen die acteurs nu hebben om bijvoorbeeld Sarah Kanes Blasted te spelen.)

Onbegraven lijken

Een ander beroemd stuk is Antigone, dat verder gaat waar Aischylos’ Zeven tegen Thebe eindigt. De broer van de titelheldin is gesneuveld tijdens een actie tegen zijn eigen vaderland en de koning van de stad heeft bepaald dat de vijand onbegraven moet blijven. Geen ongebruikelijke maatregel in de vijfde eeuw v.Chr., en Antigones dilemma is dat als ze het wereldlijk gezag volgt, ze het goddelijk gebod de doden te begraven schendt, terwijl ze, als ze de goddelijke regels volgt, het wereldlijk gezag tart.

Een onbegraven lijk is ook de inzet van de fenomenale Aias: de krijger die na onherstelbaar eerverlies zelfmoord pleegt en van zijn commandant niet ter aarde mag worden besteld. Uiteindelijk is het zijn tegenstander Odysseus die ervoor zorgt dat er wel een uitvaart komt. Zo lang Aias leefde, was het een vijand, maar nu hij dood is, verdient hij een begrafenis.

De Aias bevat ook een schitterend voorbeeld van ironie. Iedereen maakt zich zorgen om de held, maar hij geeft aan dat hij tot rust is gekomen en zijn zorgen kan laten varen. Zo gauw hij alleen is, slaat hij de hand aan zichzelf. Terwijl de toeschouwers – net als u bij de vorige twee volzinnen – allang weten wat er gaat gebeuren, grijpt de scène, hoe voorspelbaar ook, je naar de strot. En o ja: net zoals het onbegraven lijk in Antigone een vijfde-eeuwse realiteit was, zo zullen er ook wel getraumatiseerde Atheense soldaten zijn geweest. Dit stuk dateert van kort na de zogeheten Eerste Peloponnesische Oorlog (460-445).

Kwetsbare mensen

Aias, hoe stoer ook, is kwetsbaar. Zijn eer, zijn geluk, zijn in één klap kapotgemaakt. Net zoals Oidipous’ wereld in één klap instort. Het is zó menselijk. We kunnen een man op de maan zetten en het pokkenvirus vernietigen, maar we blijven mensen – en Sofokles benadrukt dat op een manier die voor ons herkenbaar is. Vertaler Hein van Dolen typeerde het ooit eens als volgt:

Het karakter van de personen en hun reacties op wat hun overkomt krijgen van hem de meeste aandacht. De hoofdfiguren tonen vaak een onverzettelijkheid die tot hun eigen ondergang kan leiden, maar hun houding getuigt tegelijk van een adeldom die in hun noodlot en vaak afschuwelijk leed onveranderd blijft: tot op het laatst dwingen ze respect af.

Sofokles schreef ook een handboek over de rol van het koor, waarvan we dolgraag de tekst nog eens zouden terugvinden.

Deel dit:

13 gedachtes over “Sofokles

  1. Han Borg

    Tijdens de lessen Grieks op de middelbare school werd er uiteraard veel vertaald. Eén van de stukken waar we onze tanden op stuk mochten bijten was ‘Antigone’ van Sofokles. Het stuk heeft een diepe indruk op me achtergelaten, vooral vanwege de vraag of je altijd de wereldse wetten (in dit geval uitgevaardigd door die hardvochtige Kreon) of de goddelijke wetten moest volgen. Dat dit laatste voor Antigone haar eigen ondergang betekende ontroerde me mateloos. Vijftig jaar na deze vertaaloefeningen komen dezelfde vragen nog wel eens op. Was Antigone een ‘gekkie’, een ‘wappie’? Wie het weet mag het zeggen.

    1. “Was Antigone een ‘gekkie’, een ‘wappie’? Wie het weet mag het zeggen.”

      Wappies zie ik als anti-establishment (aangevuurd door personen die eigenlijk gewoon geen belasting willen betalen), zich baserend op niet-bestaande wetten (en bestaande wetten ontkennend), mijlenver verwijderd van gelovigen die zich al millennia prima in de maatschappij en de overheid kunnen vinden.

      Lieden die in samenzweringstheorieën geloven gelijk te stellen met lieden die in goden geloven vind ik ik best wel grof.

  2. Gert M. Knepper

    “U moet overigens weten dat het Grieks een melodisch accent heeft en hoewel we niet precies weten hoe het klonk, neemt wel aan dat een accent aigu tot wel een kwint hoger kon zijn. Als de vijftien zangers een stuk spreektaal declameerden, klonk het dus als vanzelf als een lied.”

    Hier kloppen een paar dingen niet:
    1. In een Griekse tragedie wordt nooit ‘een stuk spreektaal’ gedeclameerd, en zeker niet door vijftien ‘zangers’. Je doelt waarschijnlijk op koorliederen, maar die zijn allesbehalve spreektaal.
    2. Het Grieks heeft inderdaad een muzikaal accent, maar dat betekent dus juist dat als iets ‘als spreektaal’ gedeclameerd zou worden, het helemaal niet als een lied klonk maar als spreektaal.
    3. Ook in het Nederlands kan een beklemtoonde lettergreep wel een kwint hoger zijn. Betekent dat, dat als ik wanneer ik spreektaal declameer, dat klinkt als zingen?

    Wat je niet vermeldt, en wat juist essentieel en kenmerkend is voor Griekse (en Latijnse) poëzie en dus ook tragedie, is het metrum: de regelmatige afwisseling van lange en korte lettergrepen. Die ontbreekt in spreektaal. We weten bovendien dat in Griekse vocale muziek de hoogteverschillen tussen lettergrepen anders waren dan in gewone spreektaal (net als in onze vocale muziek). De muziek van Sophocles’ tragedies is niet overgeleverd, dus we missen, helaas, iets essentieels.

  3. Dirk Zwysen

    Hoe de acteur geloofwaardig zijn ogen uitstak, weet ik niet, maar het is een feit dat toneel in de oudheid bloederig kon zijn. Eén van de voortekenen van de moord op Caligula was zo’n scène in een stuk dat op de dag van de aanslag werd opgevoerd. Daarin moet een acteur ten val komen en bloed uitbraken. Op het einde werd dit nog eens overgedaan in een komisch naspel. De acteurs gingen zo in hun rol op dat het bloed van het podium gutste.

  4. A. den Teuling

    Wat de bloedige trucs betreft, de tragedie gebruikte maskers. Een mes met een geschilderde vogelveer als lemmet kan een zakje duivenbloed van papyrus of een geprepareerd stukje varkensblaas aan de binnenkant van het masker doorboren. Daar heb je geen AI voor nodig.

  5. Gert M. Knepper

    “Hij steekt zichzelf de ogen uit. (Ik vraag me altijd af hoe antieke acteurs dit speelden, want ze hadden niet de middelen die acteurs nu hebben om bijvoorbeeld Sarah Kanes Blasted te spelen.)”

    Nou vooruit, omdat niemand anders het zegt: in de Oedipus Rex steekt Oedipus zich de ogen niet uit op het toneel, maar backstage. En dat wordt dan daarna door een bode meegedeeld. Scheelt een hoop bloederig gedoe.

      1. Gert M. Knepper

        Jazeker. En de acteur moest dan dus, terwijl zijn ogen zich achter een masker bevonden, spelen dat hij blind was. Dat lijkt me wel te doen.

  6. Merit

    De fenomenale Ajax is al even fenomenaal afgebeeld op griekse vazen o.a. waar hij de held Achilles, die door Paris is gedood, van het slagveld sleept. Ook het RMO in Leiden bezit een vaas (painter Leagrosgroep) met deze afbeelding, inv. nr. PC 51, https://www.rmo.nl/wp-content/uploads/2016/05/Ajax_800p.jpg
    De vaas is gepubliceerd in het boek (ook online) ‘The Canino connections’, PALMA 16, helaas slechts één zijde (w.s. de voorkant). Op internet onder Topstukken RMO kan men dan de andere kant opzoeken.

    De afbeelding van dit gebeuren vindt men op meer vazen, o.a. op een handvat van de ‘François-vaas’.
    Maar een vaas in het Bijbelse Landen Museum te Jeruzalem verdient m.i. i.h.b. de aandacht (BLMJ 4767, painter of Würzburg 243), omdat deze voortreffelijk is gepubliceerd.
    In de catalogus ‘Gods, Heroes and Mortals’ uit 2017 van Silvia Rozenberg vindt men niet alleen een uitgebreide beschrijving van het afgebeelde, maar ook mooie fotoos van deze vaas van zowel voor,- als achterzijde, naast elkaar en in kleur afgebeeld.

Reacties zijn gesloten.