De wereldondergang volgens Johannes

Alexander als kosmokrator: maansikkel, sterren, en hijzelf als zon (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament maar met een gemeenplaats te beginnen: een boodschap bestaat uit een kern en een omhulsel. Als ik zeg “de zon komt op”, weet u perfect wat de boodschap is: het is licht aan het worden. Dat is de kern. Tijdens onze conversatie delen we daarnaast een omhulsel van culturele noties. U en ik weten bijvoorbeeld allebei dat het niet letterlijk de zon is die opkomt, maar de aarde die roteert onder een statische zon. Het omhulsel bevat dus de notie dat we de woorden “de zon komt op” niet letterlijk mogen nemen, ja dat het tegengestelde wordt bedoeld van wat feitelijk is gezegd.

Een van de problemen van de oudheidkunde is dat we het omhulsel niet goed kennen. Daarom is een antieke tekst nooit zomaar een antieke tekst. Daarom ook kun je nooit zomaar woord-voor-woord vertalen.

Lees verder “De wereldondergang volgens Johannes” →

Enuma elisj

Soms ontdek je een boek dat je al jaren had moeten kennen maar om een of andere reden niet bent tegengekomen. De Nederlandse vertaling van het Babylonische Scheppingsverhaal Enuma elisj is zo’n boek: terwijl ik het gedicht ken en tegelijk met vertaalster Selma Schepel gestudeerd moet hebben, kende ik dit in 2002 verschenen boek niet tot ik het aantrof in een antiquariaat.

Het verdiende beter dan de ramsj, want dit is een fijn boek. Deels doordat de antieke tekst interessant en belangrijk is, deels doordat Schepel verstandige redactionele keuzes heeft gemaakt. De enige keuze die, met de kennis van nu, verkeerd uitpakt, is dat ze de slisklank die bekendstaat als sjin, weergeeft als /sj/, zoals in de titel. Daarmee is een woord online, waar de internationale transcriptiesystemen overheersen, niet makkelijk terug te vinden, maar ik weet niet of dat in 2002 al voldoende duidelijk was. Maar verder is Schepels boek echt de moeite waard.

Lees verder “Enuma elisj” →