Druzen en Maronieten (1)

De Maronieten ten strijde

De Fransman Gérard de Nerval (1808-1855), die eigenlijk Gérard Labrunie heette, was een veelzijdig man: dichter, republikein bloemlezer, toneelschrijver, vandaal, journalist, reiziger. In 1843 bezocht hij het Ottomaanse Rijk, waarover hij een geromantiseerd verslag schreef: Voyage en Orient (1851). Het is bepaald niet vrij van vooroordelen, zoals wel blijkt uit het volgende verslag van een conflict tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van het huidige Libanon: de Druzen en de Maronieten.

Doorgaans konden die het redelijk met elkaar vinden. Nog kort daarvoor had de lokale leider Bashir Shihab II, een bestuurder die meer luisterde naar Muhamad Ali in Egypte dan naar de sultan in Constantinopel, geregeerd over beide groepen. De Britten en Oostenrijkers hadden echter de sultan gesteund in zijn pogingen het Ottomaanse gezag te herstellen, en Bashir was in 1840/1841 in ballingschap gegaan. Het was dus onrustig toen De Nerval door Libanon trok.

Lees verder “Druzen en Maronieten (1)”

Lamartine in Beit ed-Din

De kamer van Lamartine in Beit ed-Din

De Fransman Alphonse de Lamartine (1790-1869) was zo iemand die in alles was geïnteresseerd en alles probeerde. Hij was soldaat, hij was dichter, hij was oriëntalist, hij was reiziger, hij was abolitionist, hij was historicus, hij was diplomaat en hij was ook nog een van de leiders van de burgerlijke revolutie van 1848. In juli 1832 verliet hij Frankrijk voor een reis naar het Heilig Land, waarvandaan hij pas in september 1833 zou terugkeren. Onderweg trok hij door het Ottomaanse Rijk, waar hij zich aandiende bij Bashir Shihab II, de heerser van het emiraat Libanon.

Die was in deze jaren bezig zijn paleis in Beit ed-Din te bouwen. Ik blogde al eens over dat paleis. Het bestaat uit drie delen:

  • een zeer rijk gedecoreerd woongedeelte, waar Bashir ook recht sprak;
  • een iets minder rijk gedecoreerd deel voor staatszaken met ontvangstzalen voor voorname en minder voorname gasten;
  • en – op dat moment in aanbouw – een algemeen voorhof waar iedere gast enkele dagen kon blijven.

Lees verder “Lamartine in Beit ed-Din”

Jeita

Nahr al-Kalb

In de negentiende eeuw moet Beiroet een van de interessantste steden ter wereld zijn geweest. De lokale heerser Bashir Shihab II streefde, net als de Egyptenaar Muhamad Ali, naar een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de Ottomaanse sultan. Voor westerse adviseurs en kooplieden was in Libanon altijd ruimte: ze brachten kennis en koopwaar, en het is niet makkelijk te bepalen aan welke van deze twee de Beiroeti’s de grootste waarde hechtten.

Een van de gasten was de Amerikaan William Thomson, die wel eens ging jagen aan de Nahr al-Kalb, de “hondsrivier” waarover ik al eens blogde. In 1836 zat hij tijdens een van die jachtpartijen uit te rusten, toen hij water hoorde ruisen in de berg. Hij begreep dat er een onderaardse stroom moest zijn, vond de ingang, loste een schot en begreep uit de echo dat er een enorme grot moest zijn. Vanaf 1873 zou de onderaardse rivier worden benut voor de watervoorziening van het snel groeiende Beiroet.

Lees verder “Jeita”

Libanese identiteiten (2)

De twee jaar geleden overleden Kamal Salibi geldt als een van de belangrijkste historici van Libanon. Dat is niet om de boeken waarmee hij dacht te bewijzen dat de Joden oorspronkelijk afkomstig waren uit het zuidwesten van het Arabische Schiereiland. Hij was zeker geen antisemiet, maar wel iemand aan wie was voorbijgegaan dat goropiseren al een eeuw of vier, vijf geen wetenschappelijke methode meer is.

Veel belangrijker is Salibi’s als klassiek beschouwde boek A House of Many Mansions. The History of Lebanon Reconsidered. Verschenen in 1988, is het te lezen als een commentaar op de burgeroorlog en een schets van de voorwaarden waaraan moest worden voldaan om de vrede te herwinnen: namelijk dat de Libanezen erkenden dat ze één staat waren en dat ze hun eigen ontstaanslegenden eens kritisch bekeken. Alleen door afstand te nemen van het eigen, sektarische verleden, kon een Libanon ontstaan met een eigen identiteit – datgene wat het land bij zijn ontstaan rond 1920 niet had bezeten. De koloniale machten hadden toen immers grenzen geschapen, maar de mensen die daarbinnen leefden, herkenden zich niet als één groep.

Lees verder “Libanese identiteiten (2)”