[Laatste van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]
De naam “Belgrado” zal wel voor altijd verbonden zijn met die van bekende personen, waarvan sommige voorbijgangers waren, zoals de Argonauten, terwijl anderen er hun levensdagen sleten en monumenten hebben gekregen die de stad nog altijd sieren.
Neem Vuk Karadžić (1787-1864): hij beschreef de Servische taal en hervormde het alfabet, wat leidde tot een eigen Servisch-Cyrillisch schrift. Met het fonetische uitgangspunt “wat je hoort spel je”, was dit alfabet een emancipatie ten opzichte van het Russisch of Bulgaars Cyrillisch schrift. Het monument hierboven afgebeelde monument Vukov Spomenik gedenkt deze taalkundige.
Belgrado, een stad met vele gezichten: zonnig, vrolijk, melancholiek, westelijk van het oosten en oostelijk van het westen.
[Tweede van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]
Van alle namen die de stad rijk is geweest is Singidun de oudste. Indien we geloof moeten hechten aan de mythe met de topografische duiding uit mijn vorige bijdrage, dan werden Iason, Medea en de Argonauten gastvrij door een Keltische stam, de Singi, ontvangen.
Met deze naam zijn we direct in een historische tijd beland. Het gebied waar de stad Belgrado ligt, werd ooit door de Kelten gedomineerd, die de naam voor hun grondgebied bedachten als een combinatie van het woord singi (cirkel) en dun (nederzetting). Daarom wordt de oudste, geschreven naam van de stad Belgrado (Singidun) geïnterpreteerd als een cirkelvormige nederzetting, of waarschijnlijker nog, een vestingwerk die in deze vorm opgebouwd is.
L’émir Abd-el-Kader, protégeant les chrétiens à Damas en 1860 (Jan-Baptist Huysmans)
In mijn boek over Libanon – inmiddels herdrukt – behandel ik ook de crisis rond het jaar 1860, toen de maronieten en druzen tegen elkaar ten strijde trokken. Diverse partijen raakten betrokken, waaronder soldaten uit het Ottomaanse leger, die partij kozen voor de druzen en op diverse plaatsen christenen doodden. In Damascus vielen 12.000 doden, waaronder de Nederlandse consul en de Massabki-broers, die door de maronieten tot op de huidige dag worden vereerd. De sultan greep bliksemsnel in en zond een generaal, die de rebelse soldaten standrechtelijk liet executeren en de druzische leiders veroordeelde tot de galg. Evengoed intervenieerde een Frans leger, dat feitelijk dus weinig te doen had.
Terwijl ik deze trieste gebeurtenis beschreef, stuitte ik op een emir Abd el-Kader, die in Damascus de vervolgde christenen had opgenomen in zijn paleis en had beschermd. Die naam kende ik, maar uit een heel andere context. In 2019 was ik in Sétif in Algerije, waar een Jardin d’ Emir Abd el-Kader was, die tjokvol Latijnse inscripties stond, die ik destijds fotografeerde en – tot mijn eigen verbazing – resulteerden in mijn eerste, enige en welbeschouwd hilarische wetenschappelijke publicatie. Ik vroeg me af of het ging om dezelfde man. De naam, “dienaar van de almachtige”, is niet zeldzaam, maar de Arabische rang van emir is dat in een Ottomaanse context wel, en de man uit Sétif en de man uit Damascus leefden allebei rond 1860. Hij was inderdaad dezelfde.
Ik heb eerder geschreven over de Barbarijse Staten en verteld dat hun reputatie als piraten eigenlijk onverdiend was. Ze deden wél aan kaapvaart, dus het in oorlogstijd beroven van vijandelijke koopvaardijschepen. Dat was lange tijd volkomen normaal; in een ander blogje schreef ik over de joodse kapers die tijdens de Spaanse Successieoorlog namens de Staten-Generaal de Caraïbische wateren onveilig maakten voor Spaanse schepen. Kaapvaart begon als er oorlog uitbrak, was gereguleerd met kapersbrieven en hield op zo gauw er een vredesverdrag was – en zo simpel was het.
Voor de Barbarijse leiders – de Ottomaanse pasja van Tripoli, de Ottomaanse bey van Tunis en de Ottomaanse dey van Algiers – was kaapvaart een verdienmodel, mogelijk doordat er altijd wel ergens een Europese oorlog was waarin men partij kon kiezen. Men beroofde schepen en zette de bemanning in als slaven, net zo lang tot die werden vrijgekocht. Een en ander paste bij het islamitische ideaal dat het geloof moest worden verspreid, maar deze religieuze motivatie was allang ondergeschikt aan de commerciële. Kaapvaart was voor de Barbarijse Staten overigens niet de belangrijkste economische activiteit. Soms leed men er zelfs verlies op, want goedkoop waren de kaapschepen niet, en handel was altijd profijtelijker. Algiers, met de agrarische rijkdom van de Hautes Plaines, leverde bijvoorbeeld graan aan Frankrijk, zodat de twee landen elkaar al in de achttiende eeuw goed kenden.
Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)
Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.
Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.
We moeten het eens hebben over archeoloog Theodor Wiegand (1864-1936). Zomaar, omdat het maandag is en omdat hij gewoon interessant is.
Maar eerst even terug naar de late negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk legitimeert zich als voortzetting van het Romeinse Rijk, want de keizertitel is via Karel de Grote en het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie uiteindelijk beland bij Wilhelm II, die zich aandient als een moderne Antoninus Pius. In Constantinopel heerst sultan Abdulhamid II, die resideert in een oud-Romeinse keizerlijke hoofdstad. De twee gekroonde hoofden hebben een zekere belangstelling gemeen. En in hun landen zijn archeologische diensten.
In de dramaserie Ya Istiklal Ya Ölüm, Either Freedom or Death,noot Ik kan momenteel geen versies vinden met goede Engelse ondertitels. Deze Youtube-weergave geeft alleen een geautomatiseerde vertaling. Heel jammer, want ik vind dit een heel bijzondere serie. speelt de geweldige acteur Ilker Kizmaz de rol van Mustafa Kemal Pasha, Atatürk. De serie is tot in de puntjes verzorgd qua aankleding, locaties en kostuums, en wordt gespeeld door een ware Turkse sterrencast.
Het is moeilijk te zeggen of de Turkse regering een grote fan was en is. Mustafa Kemal wordt heel genuanceerd neergezet, met gedrevenheid maar ook met heel zwakke momenten, wanneer hij twijfelt of men de geallieerden werkelijk kan verslaan. Je ziet hier geen erg stoere Atatürk, maar een tengere, al ongezonde man met een moeilijke missie, niet voor zichzelf maar voor zijn land.
Vatanım Sensin (letterlijk “Jij bent mijn vaderland”, ook bekend als Wounded Love) is een televisiedrama dat zich afspeelt tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk en de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog. Het hoofdpersonage “Cevdet” is gebaseerd op het leven van Mustafa Mümin Aksoy, wiens bijnaam “Gavur Mümin” was. De hoofdrol wordt gespeeld door Halit Ergenç, die ook Suleyman de Prachtlievende speelt in Magnificent Century, waarover ik al blogde.
De serie begint na de Eerste Wereldoorlog en de dood van Hasan Tahsin, die als eerste het vuur opende op de Griekse soldaten die op 15 mei 1919 in Izmir landden. Het eerste seizoen eindigt met de oprichting van de Grote Nationale Assemblee van Turkije op 23 april 1920. Het tweede seizoen begint met het Verdrag van Sèvres op 10 augustus 1920. De serie eindigt met de bevrijding van Izmir door het Turkse leger op 9 september 1922.
Deel van een van de monumenten voor de slag bij Gallipoli
Çanakkale 1915, Gallipoli 1915 is, net als de in het blogje van eergisteren behandelde productie, een Turkse historische dramafilm uit 2012, geregisseerd door Yesim Sezgin en geschreven door Turgut Özakman, gebaseerd op zijn eigen roman uit 2008, Diriliş: Çanakkale 1915. De film werd in oktober 2012 in de bioscoop uitgebracht en was te zien op duizend schermen in Turkije en Europa.
Het verhaal van de film gaat over de campagne tijdens de Eerste Wereldoorlog op het schiereiland Gallipoli in Turkije in 1915. De film belicht de wederopstanding van Turkije als militaire grootmacht na de nederlaag in de Eerste Balkanoorlog, met onder meer sergeant Mehmet Ali (Ali Ersan Duru) uit Biga, korporaal Seyit en vele anderen. Om Rusland te helpen en Constantinopel te bedreigen, proberen de geallieerden met een grote vloot de Dardanellen te doorbreken. Aan de hand van een reeks historische schetsen documenteert de film hoe het Ottomaanse leger er, ondanks vele moeilijkheden en ontberingen, in slaagt om de troepen van de Entente te verslaan.
Mahsusa Trablusgarb, Mahsusa Tripoli is een historische Turkse internetserie geproduceerd door A23 Media, die op 29 oktober 2023 werd uitgezonden op het digitale platform Tabii van TRT. In de serie, die zich afspeelt in 1911-1912, speelt Enver Bey (later Enver Pasha) een hoofdrol, samen met Mustafa Kemal (later Atatürk), beiden dan Ottomaanse legerofficieren.
Toen op 29 september 1911 de Italiaans-Turkse Oorlog uitbrak, vertrokken Enver en Mustafa Kemal naar Libië om tegen het Italiaanse leger te vechten. In Libië had Enver het commando over de Ottomaanse legerdivisies. Hij en Mustafa Kemal wisten met de hulp van lokale Libische stammen onverwacht veel weerstand te organiseren tegen het Italiaanse leger. Hoewel ze in Libië met elkaar samenwerkten, hadden Enver en Mustafa Kemal voortdurend meningsverschillen met elkaar en zouden ze later uitgroeien tot ware rivalen. Enver werd in Libië benoemd tot gouverneur van Benghazi.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.