De Tien Geboden van Bertrand Russell

Bertrand Russell (©Wikimedia Commons)

Het vervelende van mensen is dat ze niet volmaakt zijn. Een Plato vergeleek de ziel met een tweespan, getrokken door een edel en een geil paard, waarmee hij probeerde uit te leggen waarom we weleens iets verkeerds doen. De auteur van Genesis 4 laat God tegen Kaïn zeggen dat hij goed en slecht kan handelen: in het eerste geval kan hij iedereen recht in de ogen kijken, in het tweede geval ligt de zonde op de loer, begerig om de mens in zijn greep te krijgen – maar de mens kan uiteindelijk sterker zijn dan de zonde. Tegenwoordig denken we dat de driften die we niet als goed beschouwen, samenhangen met de ontwikkeling van onze hersenen: ergens hebben we iets behouden van de dieren die ooit op de savanne leefden en voor wie agressie normaal was.

Dat wij dat afkeuren betekent in feite dat we proberen onze diepste natuur te overwinnen. Het is geen compliment als je iemand zegt dat hij zich als een beest gedraagt, hoewel het in feite een constatering is van een simpel biologisch gegeven: we zijn natuurlijk wél beesten. We zijn alleen beesten die ernaar streven die beestachtigheid te overwinnen. De grote levensbeschouwelijke systemen bieden daartoe allemaal een leidraad. We zijn dieren maar kunnen ernaar streven dames en heren te zijn. U mag het heiligheid of Bildung of beschaving noemen.

Lees verder “De Tien Geboden van Bertrand Russell”