Erotiek en esthetiek

De zogeheten Lely-Venus (British Museum, Londen)
De zogeheten Lely-Venus (British Museum, Londen)

De trein van Zutphen naar Zwolle en Groningen vertrok op tijd maar door werkzaamheden voorbij Deventer zal de trein achttien minuten bij Olst moeten stilstaan, dus die aansluiting in Zwolle haal ik alvast niet. Een normale dag op het spoor. Het gemak waarmee dit soort dingen worden omgeroepen en de gelatenheid waarmee de mensen het aanvaarden doen je het ergste vermoeden voor de toekomst. Eergisteren zag ik een postertje met de oproep dat je voor je treinreis altijd een “check” moest doen of je trein wel normaal reed. Ofwel: de NS beloven maar wat en vinden het normaal dat jij vooraf uitzoekt of zij het waar gaan maken,

Kortom: je hebt behoefte aan troost. Aan schoonheid.

Lees verder “Erotiek en esthetiek”

Hoe maak ik een prul?

In zijn bundel Bar en boos wijst de door mij bewonderde letterkundige Wim Zaal erop dat de dichters die hij opnam in zijn collectie van slechte Nederlandse poëzie, hiermee in feite hun ridderslag kregen. Zo was, om een erkende draak als het opschrift op het Nationaal Monument op de Dam te produceren, iemand nodig met het talent van Adriaan Roland Holst. (Ik weet niet of Zaal dit voorbeeld geeft, ik heb de bundel uitgeleend en weet niet meer aan wie.)

Het mechanisme achter zo’n flop is dat de kritiek, die de kwaliteit van een kunstwerk garandeert, begint te haperen bij getalenteerde kunstenaars. Die hebben op kritiek altijd een weerwoord. Ervaren schrijvers kunnen perfect uitleggen waarom deze of gene gedachte zo en zo, en niet anders, moet worden geformuleerd. Zijn redacteur kijkt verbluft toe. Hij was zich nog niet bewust dat taal ook zó kon werken. Vaak heeft de ervaren schrijver domweg gelijk. De ellende is dat zijn smaakbegrip zó verfijnd is, dat hij zich niet realiseert dat anderen het niet langer kunnen volgen. Het gedicht of de roman sterft zo in schoonheid.

Lees verder “Hoe maak ik een prul?”