Meer NWA: Oude talen

amsterdam_gevelsteen_vinkenstraat_161.jpg

[Het leuke van de Nationale Wetenschapsagenda is dat het een soort zwaan-kleef-aan kan zijn: de een schrijft over iets, de ander werkt het verder uit. Mijn goede vriend Richard Kroes schrijft over antieke grammatica, waarover Suzanne Adema al eerder op deze blog een stukje schreef en waarover Marc van Oostendorp zijn mening al gaf op de Neerlandistiek-blog.]

Den koe slachtte de slager.

Mijn vader (hij was van 1926) vertelde me ooit dat op zijn lagere school (dat moet dus tussen 1932 en 1938 zijn geweest) door de leerlingen al hard gelachen kon worden om bovenstaande zin. Destijds had het Nederlands nog naamvallen en dankzij dat ‘den koe’ was volkomen duidelijk en ondubbelzinnig dat hier niet de slager het slachtoffer was, maar den koe.

Toch had het taalgevoel van de leerlingen inmiddels de overhand gekregen en dat was niet meer gebaseerd op gevoel voor naamvallen, maar voor de woordvolgorde. Als de koe de slager slacht, is er wat geks aan de hand en als de slager de koe slacht, gebeurt er iets wat een koe nu eenmaal kan overkomen.

Lees verder “Meer NWA: Oude talen” →

NWA: Ingewikkelde oude talen

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)
Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

[In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) komt vandaag een vraag aan de orde over een onderwerp waar ik zelf te weinig van weet om er veel zinvols van te zeggen. Daarom geef ik het estafettestokje vandaag door aan Suzanne Adema, een classica die werkzaam is aan de VU en UvA. Dank je wel Suzanne!]

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

En de toelichting:

Sinds de opkomst van de eerste beschavingen en de uitvinding van het schrift is de maatschappij steeds complexer geworden. Hierdoor is ook het belang van goede communicatie toegenomen. Hoe is het dan te verklaren dat de voornaamste vorm van communicatie, onze taal, steeds simpeler wordt? We gebruiken geen naamvallen meer, geen mannelijke of vrouwelijke woordvormen meer, nog maar weinig verschillende werkwoorduitgangen. Hoe komt dat?

Lees verder “NWA: Ingewikkelde oude talen” →

Latijn voor beginners

brandaan
Sint-Brandaan

Een tijdje geleden vroegen de Livius-cursisten mijn schooltje eens iets te doen met Latijn en andere oude talen. Omdat het idee me aansprak, staat die cursus nu op het programma. Ook zonder er een gastspreker bij te halen is er genoeg over historische talen te vertellen, maar het scheen me toe dat de cursus incompleet zou zijn als er niet op een of andere manier “van binnenuit” naar werd gekeken, vanuit het perspectief van de sprekers. Nu is dat met dode talen wat lastig, maar gelukkig is het Latijn niet echt dood: er komen nog steeds nieuwe woorden bij, zelfs al is de ontwikkeling van de grammatica tot stilstand gekomen.Het lag in de rede een classicus uit te nodigen, en niemand lag toen meer voor de hand dan Vincent Hunink, die enorm veel teksten heeft vertaald en dus een ruime ervaring heeft met het maken van de vertaalslag naar het grote publiek. Kortom, ik vroeg hem om een liefdesverklaring voor zijn vak, en dat was, zoals hij het afgelopen donderdag typeerde, an offer you can’t refuse. Het werd een geslaagde les.

Lees verder “Latijn voor beginners” →

Papiaments

Wie verhuist van Hengelo naar Willemstad, zal met de taal weinig problemen ondervinden, op wat kleinigheidjes na dan. Op Curaçao gebruiken ze soms woorden die Hollanders niet gebruiken: zo hoorde ik al een paar keer het in Holland uitgestorven “wablief” en zit mijn neefje op een school die ook “funderend onderwijs” aanbiedt. Er zullen nog wat uitspraakvarianten zijn tussen het Twentse en het Curaçaose Nederlands, maar veel verschil is er verder niet.

Met alleen Nederlands zul je hier, denk ik, een eind komen, maar het is niet voldoende. De tweede taal is het Papiaments en dat is wat de kinderen hier van huis uit spreken. Ze leren Nederlands op school en voor mijn nichtje en neefje is dat wel wat problematisch. Zij spreken immers geen goed Papiaments maar wel Nederlands, terwijl het voor de kinderen in de klas omgekeerd is. Dat bevordert de communicatie niet.

Lees verder “Papiaments” →

Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger

Een van de leukste trekken van het taalgebruik van Olivier B. Bommel is de grandioze wijze waarop hij zinnen maakt als ‘we worden onder de voet worden gelopen waar we bij staan’. Niet veel beter is het als de heer van stand opmerkt te worden ‘omringd door onbegrip en een teer gestel’. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat deze fouten zo door Marten Toonder zijn bedoeld om zijn personage te typeren als parvenu. Niemand zal denken dat de tekenaar-schrijver zelf het Nederlands zo slecht beheerst.

Dit is een nuttig uitgangspunt voor de recensent: het taalgebruik en de meningen van de personages vallen niet samen met het taalgebruik en de meningen van de schrijver. Taal- en stijlfouten in een roman komen voor rekening van de hoofdrolspelers. Deze spelregel wordt echter problematisch bij de bespreking van Godenslaap.

Lees verder “Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger” →