Latijn voor beginners

brandaan
Sint-Brandaan

Een tijdje geleden vroegen de Livius-cursisten mijn schooltje eens iets te doen met de oude talen. Omdat het idee me aansprak, staat die cursus nu op het programma. Ook zonder er een gastspreker bij te halen is er genoeg over historische talen te vertellen, maar het scheen me toe dat de cursus incompleet zou zijn als er niet op een of andere manier “van binnenuit” naar werd gekeken, vanuit het perspectief van de sprekers. Nu is dat met dode talen wat lastig, maar gelukkig is het Latijn niet echt dood: er komen nog steeds nieuwe woorden bij, zelfs al is de ontwikkeling van de grammatica tot stilstand gekomen.

Het lag in de rede een classicus uit te nodigen, en niemand lag toen meer voor de hand dan Vincent Hunink, die enorm veel teksten heeft vertaald en dus een ruime ervaring heeft met het maken van de vertaalslag naar het grote publiek. Kortom, ik vroeg hem om een liefdesverklaring voor zijn vak, en dat was, zoals hij het afgelopen donderdag typeerde, an offer you can’t refuse. Het werd een geslaagde les.

Hij vertelde dat zijn liefde voor het Latijn al uit zijn tweede jaar van het gymnasium dateert en dat hij vooral het communicatieve aspect leuk vind. Schoonheid speelde echter ook een rol: hij wees op de “donkere klank” van de Romeinse taal, op de fraaie bijwoorden die eindigen op -iter en op een prachtwoord als noctu, “nacht”. Allemaal dingen waar ik zelf nooit zo bij stilsta, al heb ik me wel eens afgevraagd of de Matthäus Passion zou kunnen worden gezongen in het vrolijke Italiaans.

Nu is het wat lastig een taal uit te leggen aan mensen die haar niet meester zijn. Ik blogde vrijdag niet zonder reden over de onmogelijkheid het “Graf te Blauwhuis” zo uit te leggen dat ook een Iraniër het snapt. Hunink vermeed het echter om grote lappen tekst te nemen, maar koos voor eenvoudige voorbeelden als de graffiti uit Pompeii, waarover hij een tijdje geleden een leuk boek publiceerde. Dat zijn simpele teksten, waar je ook zonder veel kennis van het Latijn mee verder komt.

Circinaeus hic habitat, “Circinaeus woont hier”: de communicatie is duidelijk. Even heb je contact met de mensen van het oude Pompeii. Marcus Spendusa amat, “Marcus houdt van Spendusa”, bevat een spelfout (je zou Spendusam hebben verwacht) die iets zegt over de uitspraak. En je hoeft echt geen Latijn te kunnen om te zien dat mensen er plezier in hadden te schrijven, en daarom woorden achterstevoren op de muur zetten: Sullimah mag dan wat oosters klinken, het is Hamillus.

Tot mijn verbazing vertelde Hunink dat hij met zijn vertalingen van Pompeiaanse graffiti pionierswerk deed: boeken met een ruime selectie van dit materiaal bleken er domweg niet te zijn. Het zal ermee te maken hebben dat het bepaald geen verheven teksten zijn en dat ze daardoor slecht pasten in het opvoedkundige programma dat ooit in de bestudering van de klassieken besloten lag. Op soortgelijke wijze hebben de erotische afbeeldingen die in Pompeii zijn gevonden, jarenlang achter slot en grendel gelegen in het museum van Napels.

Hunink behandelde nog wat grafinscripties: korte teksten die ook na tweeduizend jaar nog steeds tot de verbeelding spreken. Wat moet je ermee als op een graf staat dat iemand twintig jaar oud was toen hij werd gewurgd? Mooi vond ik “Uit liefde voor de zee hield ik mij met handel bezig”. Ik kan hier niet verwijzen naar wat Hunink vertelde, maar wel naar deze inscriptie, die mij altijd weer ontroert.

Na nog enkele poëziefragmenten behandeld te hebben, keken we nog even naar de Vulgaat-vertaling van de proloog van het Johannesevangelie, waar ik misschien nog eens op terug zal komen, en naar de Carmina Burana, waarna we tot slot keken naar een stukje uit het Leven van Sint-Brandaan. Het werd voorgelezen door Casper Porton, een jonge classicus die een interessant project heeft, de Addisco Zomerschool, waarbij mensen Latijn leren door het werkelijk te spreken. Hij was voor de gelegenheid ook aangeschoven en maakte indruk door zijn prachtige uitspraak.

Een van de cursisten mailde me na afloop nog even “het is fijn om te merken dat mensen echt warm lopen voor hun passie” – en daaraan heb ik geen woord toe te voegen, noch in het Nederlands, noch in het Latijn.

9 gedachtes over “Latijn voor beginners

  1. Han Borg

    In oktober 2013 was het Gabinetto Segreto in het Archeologisch Museum van Napels gewoon toegankelijk. Sterker nog: enkele erotisch getinte stukken stonden nu zelfs in de ‘gewone’ opstelling van het museum.
    Voor mijn doctoraalscriptie over de normen en waarden in de Romeinse homoseksualiteit (1985) heb ik inderdaad veel moeite moeten doen om graffiti uit Pompeii te lezen te krijgen. Fijn dat Vincent Hunink er nu een ruime selectie van gemaakt heeft!

    1. Ik vermoedde eerlijk gezegd al dat het materiaal niet meer achter slot en grendel zou zijn. Ik wacht nog even een paar jaar, tot het hele museum weer open is en de hele opstelling weer klaar.

  2. FCS

    Hoe spreekt Casper Porton het ceterum censeo nu eigenlijk uit? Is het toch “keteroem kenseo” of “tsjeteroem tsjenseo” (van Cicero) “gristoes” of “kristos”?
    Hoewel ze hier niet meer gebruikt wordt noemen wij de cent toch geen kent.

    1. Han Borg

      FCS doet kennelijk geen boodschappen bij de Aldi: daar wordt de cent nog wel degelijk gebruikt. Misschien ook wel bij de Lidl en bij andere klein/grootgrutters, maar daar pin ik meestal.

  3. mnb0

    “Het zal ermee te maken hebben …”
    Dat denk ik ook. Ik prijs me gelukkig dat ik nog drie jaar Latijd heb gehad en daarom in Europese talen vaak gemakkelijk de Latijnse herkomst herken (je gebruikt nogal eens het woord communicatie in dit stukje). Maar de graffiti in Pompei werd zorgvuldig gemeden, terwijl je daar toch gemakkelijk tieners mee enthousiast kunt maken!

  4. ceesvanraak

    En is het ‘Sisero’ of ‘Kikero’? Of kan het allebei, en heeft dat dan te maken of je de naam op z’n Grieks of op z’n Romeins uitspreekt?

  5. busshowfeur

    Los van alle uitspraakregels en gevonden grammaticale fouten zou het Latijn alhier veel meer waardering mogen krijgen. Niet alleen leert een Latinist elke andere westerse taal vele malen makkelijker dan anderen, de hele ontwikkeling van het logisch leren denken krijgt er ahw een stam bij. De wiskundige logica is uiteindelijk erg beperkt en wordt m.i. zwaar overgewaardeerd. Door de blik te verrijken met Latijn zouden velen zowel de eigen leefwereld als ook de maatschappelijke inrichting sterk kunnen verrijken. Ik heb destijds hoofdschuddend toegekeken hoe elke middelbare scholier verplicht de armoedige wiskunde als examenvak moest leren, terwijl vergeten werd Latijn daar tegenover te zetten als alternatief (zowel op het VWO als het HAVO!) Teloorgang van de kwaliteit van het taalonderwijs alsmede verschraling van de inrichting van het publiek domein hebben zich sindsdien stevig in onze samenleving genesteld. Juich-verhalen over hoe fantastisch het leven in Nederland is zijn dan ook slechts gebaseerd op mathematische vergelijkingen. Wie de moed opbrengt te kijken naar andere waarden als diversiteit en de ruimte om eigen keuzes te maken en eigen verantwoordelijkheden te nemen zal tot de trieste conclusie moeten komen dat we slechts in de achterhoede van aangename leefomstandigheden vertoeven. Opwaardering van de rol van het Latijn zou daarin op termijn verandering kunnen brengen.

Reacties zijn gesloten.