Een volmaakte roman

Twintig jaar lang heb ik geen romans van Simon Vestdijk willen lezen. Een docent aan wiens oordeel ik hechtte, had me verteld dat mijn zinnen te lang waren, en ik weet dit aan mijn enthousiaste consumptie van al het lekkers dat de Harlingse auteur had geschreven. In elk van diens romans staat immers wel een stel zinnen van een kwart pagina lang. Dus zei ik mijn favoriete auteur vaarwel en stortte ik me op schrijvers van wie mij was verzekerd dat ik er in stilistisch opzicht meer van zou opsteken.

Maar toen ik onlangs wat boeken naar De Slegte wilde brengen en De nadagen van Pilatus terugvond, besloot ik de zesde van Vestdijks tweeënvijftig romans te herlezen. Het in 1938 verschenen boek geldt niet als hoogtepunt van Vestdijks oeuvre (Terug tot Ina Damman, De koperen tuin en Meneer Vissers hellevaart hebben een betere reputatie), maar zoals het er nu voorstaat is mijn oordeel simpel: De nadagen van Pilatus is van dezelfde klasse als Il gattopardo, Heart of Darkness en Doktor Faustus.

Lees verder “Een volmaakte roman”

Een onuitstaanbaar stripverhaal

De laatste profetie van Gilles Chaillet is een onuitstaanbaar stripverhaal. Er valt vrijwel niets aan te merken op de vier (van de geplande vijf) gepubliceerde albums. Toch overtuigt de reeks geen moment.

Het probleem is niet het scenario. Dat is intrigerend genoeg. De Romeinse oorlogsheld Flavius komt in 394 aan in Rome en ziet hoe de christenen daar de macht overnemen. Is dat voor hem al verontrustend, het wordt nog erger als in zijn kennissenkring kinderen beginnen te verdwijnen en zijn echtgenote wordt vermoord bij een poging een nieuwe kinderroof te beletten. Flavius verdenkt de christenen, kan niets bewijzen en is vertwijfeld genoeg om in te gaan op het lugubere voorstel van de priesteres van een van de traditionele culten: een bezoek brengen aan de onderwereld om de waarheid te achterhalen.

Lees verder “Een onuitstaanbaar stripverhaal”

De dwaas van Palmyra

Munt van Gondofares
Munt van Gondofares

In de nacht en door de mist begeef je je naar de plaats waar je schip zal afvaren, je gaat aan boord, vaart uit, en ontdekt de volgende ochtend dat je bent ingescheept in het verkeerde vaartuig. Je reisgenoten zijn niet op weg naar Italië, maar naar het verre westen. Zo begint De dwaas van Palmyra. Ik hoopte dat de auteur, Jan van Aken, de lezer op het verkeerde been wilde zetten, maar nee, in het vervolg vernemen we dat het schip ook een mummie vervoert waaraan een cruciaal onderdeel ontbreekt, net als aan het stoffelijk overschot van Osiris. We zijn in de letteren wel eens subtieler aan boord van een dodenschip gegaan.

Er moet een degelijk verhaal komen om zo’n opening te doen vergeten, en gelukkig heeft Jan van Aken zijn stof goed gekozen. De roman bestaat in feite uit de levensbiecht van de hoofdfiguur, Damis van Nineve, ten overstaan van de weduwe die de mummie uitgeleide doet. Damis is de leerling van de Griekse filosoof Apollonios van Tyana (4 v.Chr. – 96 na Chr.?), die op zoek naar wijsheid een lange zwerftocht zou hebben gemaakt die hem in de jaren veertig van de eerste eeuw bracht tot in de Indusvallei.

Lees verder “De dwaas van Palmyra”