
Twintig jaar lang heb ik geen romans van Simon Vestdijk willen lezen. Een docent aan wiens oordeel ik hechtte, had me verteld dat mijn zinnen te lang waren, en ik weet dit aan mijn enthousiaste consumptie van al het lekkers dat de Harlingse auteur had geschreven. In elk van diens romans staat immers wel een stel zinnen van een kwart pagina lang. Dus zei ik mijn favoriete auteur vaarwel en stortte ik me op schrijvers van wie mij was verzekerd dat ik er in stilistisch opzicht meer van zou opsteken.
Maar toen ik onlangs wat boeken naar De Slegte wilde brengen en De nadagen van Pilatus terugvond, besloot ik de zesde van Vestdijks tweeënvijftig romans te herlezen. Het in 1938 verschenen boek geldt niet als hoogtepunt van Vestdijks oeuvre (Terug tot Ina Damman, De koperen tuin en Meneer Vissers hellevaart hebben een betere reputatie), maar zoals het er nu voorstaat is mijn oordeel simpel: De nadagen van Pilatus is van dezelfde klasse als Il gattopardo, Heart of Darkness en Doktor Faustus.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.