
Zoals u wellicht weet ben ik bezig met een reeks over Julius Caesar en de Tweede Burgeroorlog. Inmiddels zitten we ergens in Tunesië in het jaar 46 v.Chr. Binnenkort keert Caesar terug naar Italië, bereidt daar allerlei hervormingen voor en reist dan af naar Spanje om het op te nemen tegen de zonen van Pompeius. Ik heb die blogjes, die in maart 2025 online gaan, al geschreven. Misschien herinnert u zich dat ik vorig jaar augustus ik in Andalusië ben wezen kijken. Ik kan u alvast verklappen: niet de slag bij Farsalos was de beslissende strijd. De slag bij Munda was veel grootschaliger en Caesar vocht daar, naar eigen zeggen, niet voor de overwinning maar voor zijn leven.
Er is echter een probleem. Niemand weet waar Munda ligt. Na de veldslag verloor het stadje aan betekenis en het wordt vrijwel niet meer vermeld. In een opsomming van Andalusische coloniae spreekt Plinius de Oudere er al over in de verleden tijd. De beschrijving van de veldslag bevat een vermelding van een rivier en een heuvelrug, maar die zijn in Andalusië net zo gewoon als sloten in een Hollandse polder. Er is echter een inscriptienoot die meldt dat keizer Augustus, “zoon van de overwinnaar bij Munda”, de muren van Astigi (het huidige Écija) heeft laten repareren wegens de verdiensten van het stadje in de Spaanse Oorlog. Die inscriptie is echter als vals gebrandmerkt omdat er een geschiktere kandidaat is: Montilla, veertig kilometer ten oosten van Écija.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.