De slag bij Farsalos (1)

Beeld van Venus Victrix uit het gouvernementsgebouw in Nieuw-Pafos (Cyprus Museum, Nicosia)

Als ik u zeg dat het 9 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 29 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na de stukjes van de afgelopen dagen weet u ook dat het vandaag gaat over de Slag bij Farsalos, waarin Caesar zijn tegenstander Pompeius versloeg en feitelijk een einde maakte aan de Romeinse Republiek.

Verwarde bronnen

Al in de Oudheid was er discussie over wat er die dag precies gebeurde. Appianus biedt een inkijkje:

Over de samenstelling van de legers noteren veel schrijvers uiteenlopende gegevens, en ik wil me daarom baseren op de betrouwbaarste Romeinse bronnen ten aanzien van de manschappen uit Italië, die ze als de harde kern van het leger beschouwen; over de bondgenoten zijn ze in hun beschrijving niet nauwkeurig omdat ze hen als vreemdelingen zien wier bijdrage weinig te betekenen heeft. Caesar beschikte over ongeveer tweeëntwintigduizend man, waaronder ongeveer duizend man cavalerie. Pompeius had meer dan het dubbele, waarvan ongeveer  zevenduizend man cavalerie. Daarmee troffen volgens de betrouwbaarste bronnen ongeveer zeventigduizend mannen uit Italië elkaar in de strijd. Andere spreken over een lager aantal van zestigduizend, weer andere vol overdrijving over vierhonderdduizend. Zo zeggen sommige bronnen dat Pompeius’ leger anderhalf keer zo groot was, en weer andere dat hij over twee derde van het totale aantal betrokkenen beschikte. Zozeer lopen de meningen uiteen over de precieze aantallen. Hoe het ook werkelijk was, beide mannen vertrouwden vooral op deze manschappen uit Italië. (Burgeroorlogen 2.70; vert. John Nagelkerken)

Moderne onderzoekers weten niet beter hoe sterk de twee legers waren. We weten wel dat Caesar acht legioenen had, waarvan zeven veteranen uit de Gallische Oorlog, terwijl Pompeius beschikte over elf legioenen, deels pas gerekruteerd.

Appianus gaat nog even verder met uitleggen welke bondgenoten er aan beide zijden waren, maar rondt af met de analyse dat “het leger van Pompeius zonder enige grond vol zelfvertrouwen was” en “zijn bevelhebber had beïnvloed, zodat deze nu tot actie overging”. Je krijgt inderdaad de indruk dat Pompeius beter de strijd had kunnen verplaatsen naar de kust, waar hij veel meer in het voordeel was.

Voorbereidingen

Appianus legt ook het drama uit dat zich feitelijk afspeelde. Nog een citaat:

Toen alles in gereedheid was, bleven beide partijen toch nog lange tijd in diepe stilte afwachten. In twijfelende aarzeling keken ze naar elkaar om te zien wie de strijd zou beginnen. De enorme omvang van de legers maakte hen treurig; nog nooit hadden zo omvangrijke Italische legers elkaar naar het leven gestaan, ze voelden medelijden om de moed van de voortreffelijke manschappen aan beide kanten, vooral nu ze Italiërs zagen strijden tegen Italiërs.

… De rede ondermijnde hun ambitieuze gedachten en liet hen het risico overwegen en de oorzaak die eraan ten grondslag lag: twee mannen die met elkaar streden om de hoogste macht en die niet alleen hun eigen leven op het spel zetten, omdat ze na een nederlaag de minste van de minsten zouden zijn, maar daardoor ook dat van een enorm aantal voortreffelijke mannen.

De twee hadden ook in gedachten dat ze indertijd vrienden en verwanten waren geweest en samen veel ondernomen hadden om aanzien en macht te verkrijgen, maar nu het zwaard tegen elkaar hieven en de manschappen die onder hen dienden eveneens tot zulk goddeloos gedrag dreven, mensen immers die tot hetzelfde volk behoorden als burgers, stamverwanten, bloedverwanten, ja soms zelfs broers. Ook daaraan ontbrak het niet in dit gevecht, want wanneer tientallen duizenden uit één volk de strijd met elkaar aangaan, doet zich veel voor wat het verstand te boven gaat. Bij die gedachte raakten beiden vervuld van vruchteloze spijt, en omdat dit de dag was waarop ze de eerste of de minste van alle mensen op aarde zouden zijn, aarzelden ze te beginnen met de actie die alles zou beslissen. Beiden hebben, zegt men, zelfs geweend.

Maar de slag bij Farsalos was inmiddels onafwendbaar. Pompeius gaf Hercules Invictus als wachtwoord uit, Caesar Venus Victrix. Zijn familie claimde immers van Venus af te stammen. Het is de juffrouw die u hierboven ziet.

[We laten de soldaten nog even aarzelen, tot dit verslag om half tien wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]