De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Lees verder “De Codex Sinaiticus”

Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome”