Cornelis de Bruijn (1) Jeugd

Cornelis de Bruijn (portret door Godfrey Kneller)

In de week rond kerst probeer ik meestal wat leesvoer voor u neer te zetten, zoals een verhaal over de Trojaanse Oorlog of over het Ardennenoffensief (dat immers ook met kerstmis was). Dit jaar trakteer ik u op de Nederlandse ontdekkingsreiziger Cornelis de Bruijn (ca.1652-1727), naar wie eigenlijk eens een straat in Den Haag, een brug in Amsterdam of een plantsoen in Utrecht zou moeten worden vernoemd. De Bruijn maakte niet alleen de eerste tekeningen van de binnenkant van een piramide en van de ruïnes van Persepolis, maar experimenteerde ook met kleurendruk. En hij is volkomen vergeten. Vandaag behandel ik zijn achtergrond, de komende dagen gaan we met hem op reis.

***

De Republiek

Toen Cornelis de Bruijn werd geboren, waarschijnlijk in 1652, beleefde de Republiek zijn Gouden Eeuw. Een Gouden Eeuw die, zoals bekend, ook nogal wat kopergeld kende, maar toch: met de Vrede van Westfalen was een einde gekomen aan de godsdienstoorlogen en de handel bloeide. De koopmansnatie profiteerde. Nederlandse schepen bevoeren alle zeven zeeën en kooplieden uit Holland en Zeeland maakten enorme winsten. Overal waren koloniën: Batavia in Oost-Indië, Nieuw Amsterdam in Noord-Amerika. In Zuid-Afrika werd Kaapstad gesticht in De Bruijns geboortejaar.

Johan de Witt, de raadspensionaris van Holland, was de voornaamste bestuurder in de Republiek. De Engelse ambassadeur in Den Haag, William Temple, beschouwde hem als de belangrijkste staatsman van de zeventiende eeuw, en dat was nauwelijks overdreven. Hoewel De Witt niet in staat was de Republiek buiten elk militair conflict te houden, streefde hij naar rust, want dan bloeide de handel.

Dit was de wereld waarin Cornelis de Bruijn opgroeide. In Den Haag: het politieke centrum van de Republiek, de residentie van zijn iets oudere leeftijdsgenoot prins Willem III en een kosmopolitische stad.

Leerling schilder

De jonge Cornelis moet de bezoekers van de prins hebben gezien, kan hebben gekeken naar ambassadeurs uit verre landen en moet verhalen hebben gehoord van zeelieden die Japan, Brazilië en Perzië hadden bezocht. Het is makkelijk voorstelbaar dat Cornelis als jongen al reizen wilde gaan maken. In elk geval zou hij later beweren dat hij om die reden teken- en schilderlessen nam. Zijn leraar was Theodoor van der Schuer (1634-1707), die enige roem verwierf met de plafondschildering van de Trêveszaal, de ontvangstruimte van de Staten-Generaal.

Het is waarschijnlijk dat De Bruijn betrokken is geweest bij Van der Schuers grootste opdracht in deze jaren: het raadhuis van Maastricht. Dit betekent dat De Bruijn tussen 1667 en 1671 de kneepjes van het vak leerde in het zuiden van Nederland, en mogelijk een nabijgelegen stad als Keulen heeft bezocht.

Plafondschildering in het raadhuis van Maastricht

Het Rampjaar

In 1672 viel Lodewijk XIV de Republiek aan. (Vorig jaar was er een expositie over de Guerre de Hollande in het Limburgs Museum in Venlo.) Het was bekend dat de Franse koning de Nederlandse protestanten haatte, wier Republiek een alternatief politiek model bood voor het Franse absolutisme. Erger nog: Hollandse drukkers maakten boeken die in Frankrijk verboden waren. Dat Frankrijk op een dag de Republiek zou aanvallen kwam dus niet als verrassing, maar dat Engeland zich bij Frankrijk aansloot “kwam als donder op een wolkeloze zomerdag”, zoals William Temple zei. De Engelsen zouden er immers geen profijt van hebben als de Fransen de overkant van de Noordzee zouden controleren.

De Hollanders waren hysterisch en een zekere Cornelis de Bruijn probeerde Johan de Witt te vermoorden. De kunstenaar beweerde later dat hij “niets gemeen had met die man behalve de naam”, en er is geen bewijs voor het tegendeel. Toch is opvallend dat mensen tien jaar later nog steeds geloofden dat de reizende kunstenaar de potentiële moordenaar was. En er zijn, zoals we nog zullen zien, wat vreemde aspecten aan De Bruijns eerste reis en zijn financiën.

Gedenkpenning voor de moord op de gebroeders De Witt (Teylersmuseum, Haarlem)

Hoe het ook zij, de Republiek was in oorlog met Engeland, Frankrijk en twee Duitse bisschoppen; Lodewijk XIV rukte op door de Maasvallei en bereikte Utrecht; prins Willem werd benoemd tot stadhouder; de Haagse menigte lynchte De Witt; Michiel de Ruyter hield de Britse vloot op afstand; en in 1674 maakte een vredesverdrag een einde aan de Derde Engelse Zeeoorlog. Cornelis de Bruijn was op dat moment al niet meer in Holland.

***

Dit was het eerste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Wordt vervolgd.

Deel dit:

16 gedachtes over “Cornelis de Bruijn (1) Jeugd

  1. Bert van Leeuwen

    Mmm, een cliffhanger! Overigens viel de uitdrukking “nog al wat kopergeld kende” op. Gezien de context zou het op of oorlog of armoede/gebrek aan handel kunnen slaan. De zoekmachine hielp nauwelijks: ik vond alleen “Mensen van klein vermogen: het kopergeld van de Gouden Eeuw” [F. van Deursen]. Ik neem dus aan dat het armoede is. Die kende ik nog niet, dus ook dank voor deze taalles.

      1. Frans Buijs

        Dacht ik al. En sommige van die mensen van klein vermogen investeerden in de VOC toen die werd opgericht, dus ze waren zeker niet allemaal arm.

        1. Rob Duijf

          Daar moet je je niet in vergissen. Iedereen kon investeren in de VOC, ongeacht de grootte van de inleg.

          De dienstmeid Neeltgen Cornelis droeg bijvoorbeeld 100 gulden bij, op een salaris van een halve gulden per dag…

  2. Ben Spaans

    1652 was het jaar van het uitbreken van de Eerste Engelse Oorlog, één van de deuken in de Gouden Eeuw.

    Lodewijk XIV ging vast allerlei redenen aanvoeren waarom hij de Republiek haatte, maar hij was vooral woest dat de de Republiek (De Witt) zijn expansie in de Zuidelijke Nederlanden in 1667 had gestuit. (Met het Haags Verbond met Engeland en Zweden, dat Lodewijk daarna heel bekwaam tegen de Republiek wist te keren.)
    Eerder in de jaren zestig zocht hij juist een bondgenootschap met de Republiek. Maar die had het uitgangspunt “Frankrijk (‘Gallica’) wel als Vriend, maar niet als Buur.” (En er kwam gedoe over de mercantilistische politiek van Lodewijk’s minister Colbert die de handel en nijverheid van de Reubliek trof. )

    Het lynchen van de gebroeders de Witt (zaterdag 20 augustus 1672) vond vooral plaats nadat de gebroeders al vermoordt waren. Cornelis door Schutters, Johan door een speciaal ‘hitteam’, wellicht aangestuurd door onder meer Cornelis Tromp. (En daarachter weer…?)

    1. “En daarachter weer”

      Oranje. Zeg het maar gewoon hardop hoor.

      “Het lynchen van de gebroeders de Witt [..] vond vooral plaats nadat de gebroeders al vermoord[t] waren”

      En? Maakt dat het minder erg?
      De walgelijke slachtpartij had niets maar dan ook niets met enige beschaving te maken. Dierlijke razernij door lieden die door politieke opportunisten opgehitst waren.

      1. Rob Duijf

        Dat die slachtpartij walgelijk was, ben ik roerend met je eens. Ik begrijp dat die gebeurtenis iedere beschrijving tart, waarbij het voor de hand ligt iets te projecteren als ‘dierlijke razernij’. Met het dierlijke heeft het echter niets te maken, maar wel degelijk met beschaving als zijnde een bepaalde mate van menselijke ontwikkeling, al horen we dat natuurlijk niet graag over onszelf.

        Erger nog: dit soort razernij gebeurt nog steeds in de menselijke ‘beschaving’ en het kan ook hier zomaar weer gebeuren, zolang we niet inzien welk psychologisch mechanisme eraan ten grondslag ligt.

  3. Ben Spaans

    Nou ja, de schuld is eeuwenlang lekker makkelijk gelegd bij ‘het Haagsche Grauw’, ‘het Gemeen’, ‘het Gepeupel’ ‘de FC Den Haag Aanhang avant la lettre’ ‘een Gruwelijk Volksgericht’… – er zat veel coördinatie achter, de Schutterij, niet het laagste deel van het volk, sleepte de gebroeders uit de Gevangenpoort, op schimmige wijze aangestuurd vanuit een nabije herberg door onder meer Cornelis Tromp, die een speciale groep ongure types/ruwe klanten (waaronder een of meer zeelieden) achter de hand lijkt te hebben gehouden om te zorgen dat de gebroeders zeker niet levend uit de situatie zouden komen – bij Johan is dit ook gebeurt.
    Daarna stortte het ‘Gepeupel’ zich op de lichamen ja.

  4. Rob Duijf

    Deze ‘whodunnit’ heeft nog altijd geen sluitend bewijs, maar aannames te over. De gebroeders De Witt hadden veel vijanden, zeker van stadhouderlijke kant; dan is de link snel gelegd, maar daarmee nog niet aangetoond.

    Het doet aan het gruwelijke slotstuk echter niets af, nog afgezien van de voor die tijd gewoonlijke marteling om Cornelis de Witt tot bekentenissen te dwingen,

    1. Ben Spaans

      Zeker Johan is bewust getroffen. (Cornelis ook trouwens, door een groep Schutters) in aansturing van Cornelis Tromp.
      Anderen als Frederik van Nassau-Zuilestein (bastaardzoon van Frederik Hendrik en dus oom van Willem III) speelden ook een bedenkelijke rol.
      Hoe hoger het verder liep… ?
      Prins Willem III heeft er in ieder geval alles aan gedaan alle betrokkenen uit de wind te houden. Gerechtigheid hier was nooit zijn streven.

      En wie had het derde slachtoffer die zaterdagmiddag kunnen zijn?
      Benedictus de Spinoza, omwonende, getuige van het gebeuren, die met een bord met daarop geschreven, ‘Ultieme Barbaarsheid’ (vertaald) naar buiten wilde lopen, maar op tijd door zijn huisbaas tegengehouden werd.
      Dat weten we via de filosoof Leibniz.

  5. Rob Duijf

    De gebeurtenis op 20 augustus 1672 was een staatsgreep. Hoe Frederik Hendrik en Willem III in de wind stonden, lijkt volkomen duidelijk, maar daar houdt het ook op. Je geeft terecht aan ook niet te weten ‘hoe het verder hoger liep’. De rest is speculatie. Dat mag in een historische roman, maar niet in een geschiedschrijving. Alhoewel de onderzoeksvraag uiteraard blijft staan.

    Dat het een buitengewoon explosieve situatie was in ’s Gravenhave lijkt me evident. Als de anekdote juist is, had Spinoza een verstandige huisbaas.

    1. Ben Spaans

      De moord was geen staatsgreep. Meer een afrekening. Willem III was al benoemd tot Stadhouder, Johan de Witt was al afgetreden als Raadpensionaris. Cornelis de Witt speelde geen echte politieke rol, helemaal niet nu de Prinsgezinden de dominantie factie waren geworden.
      Tegen Cornelis de Witt was een zeer dubieuze aanklacht ingediend wegens een vermeend moordplan op de Prins. Daarom was hij naar Den Haag gebracht en in de Gevangenpoort opgesloten en gemarteld. Maar er viel niets te bewijzen en er volgde een zeer dubieuze veroordeling tot verbanning. Dit zweepte woede in de stad al op, aangewakkerd door Oranjeklanten als Cornelis Tromp en Zuilestein. Johan de Witt werd vanaf zijn huis aan de Kneuterdijk naar de Gevangenpoort gehaald om zijn broer op te halen, alleen, gezien de situatie een zeer discutabele actie. Het stadsbestuur nog de Staten ondernamen niets zinnigs. Er waren nog troepen aanwezig die de Schutterij en de menigte tegenhielden, maar die werden weggehaald door een dubieus bericht over opstandige boeren in de omgeving. De commandant was sceptisch, maar ‘Ik zal gehoorzamen, maar dat zijn nu dode lieden.’
      Inderdaad.
      Al eeuwenlang hangt verdenking rond Willem III. Hij deed helemaal niets. Niets om die zaterdag de boel in Den Haag te kalmeren, waarvan hij wist en waartoe hij het gezag had. Niets om de moorden te laten bestraffen. In de gunstigste lezing wist hij wie er de hand boven de hoofden gehouden moest worden, want het kwam hoe dan ook te dichtbij.

  6. Rob Duijf

    Onder druk van de chaotische gebeurtenissen en een dreigende volksopstand na de invasie van de Republiek (Tractaat van Heeswijk) was er wel degelijk sprake van een coup van stadhouder Willem III jegens de gebroeders De Witt!

    Dat stadhouder Willem III direct bij het moordcomplot was betrokken, mag dan aannemelijk zijn gezien zijn moeizame historische relatie met het regentenregime van Johan de Witt, maar is tot op heden niet bewezen bij gebrek aan een ‘smoking gun’.

  7. Ben Spaans

    Luister, op de dag van de moord was Willem III al aan de macht. Dat was in het eerste deel van zomer al gebeurd, de roep in Hollandse en Zeeuwse steden om de Prins (te verheffen tot Stadhouder), ironisch dan wel wrang genoeg beginnend in Dordrecht, de thuisstad van de familie De Witt. Kort na het aantreden van Willem III als Stadhouder in Holland en Zeeland trad Johan de Witt, amper herstelt van een eerste mislukte moordaanslag in juni, af als Raadspensionaris van Holland. Johan de Witt had geen sturende positie meer (er was hem een plaats als rechter aan het Hof van Holland toebedacht. ).
    Een afrekening tegen een al gevallen persoon, door grote delen van de bevolking gretig tot zondebok gemaakt gepakt via zijn broer.

    Na de moorden zat de schrik er bij de regenten goed in (dreigementen aan menige Vroedschap om ‘Op zijn Haags’ huis te houden) en Willem III heeft hier zeker gebruikt van gemaakt om zijn positie verder te versterken. Dus ook nog eens politiek extra geprofiteerd van het hele ‘Haagse Gebeuren.’
    Er hangen meer dan genoeg ‘bad vibes’ rond de toekomstige ‘Dutch William.’ Meer dan genoeg.

Reacties zijn gesloten.