De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Klassieke literatuur (7c): wetenschap

Wat Germania Capta met wetenschap heeft te maken, leest u hieronder (Rheinisches Landesmuseum, Bonn).

[Het is alweer een tijdje geleden dat ik de vraag kreeg voorgelegd welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het eerste stukje over de Griekse en Romeinse wetenschappelijke literatuur behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, Plinius de Oudere, en vervolgens behandelde ik in een tweede stukje de geneeskundige teksten, Vitruvius’ Bouwkunde en nog wat ander spul. Vandaag nog wat meer teksten, zoals Frontinus’ boekje over de waterleidingen van de stad Rome. De auteur, die ook een collectie krijgslisten heeft gepubliceerd, was aan het begin van de tweede eeuw na Chr. verantwoordelijk voor de watervoorziening van een stad met honderdduizenden inwoners en legt uit wat daarbij zoal komt kijken. Van De aquaducten van Rome is een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink maar om u de waarheid te zeggen: laat dit niet de tekst zijn waarmee u uw kennismaking met de antieke letteren begint.

Lees verder “Klassieke literatuur (7c): wetenschap”