Messias (1)

Maquette van het tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik ben begonnen met een reeks om de joodse achtergronden van het Nieuwe Testament uit te werken. Het tweede deel van de Bijbel is immers, net als het eerste, geschreven door joden, Of misschien beter: mensen die niet wisten dat wij hen christenen zouden noemen, een woord dat je zou kunnen vertalen als “volgelingen van de messias”. Beide woorden, messias en christus, betekenen hetzelfde: gezalfde.

Zalving is een oud-oosters ritueel om iets te heiligen. De held van het Mesopotamische Zondvloedepos doopt de ark met een kruikje olie; koningen en religieuze autoriteiten ontleenden hun legitimatie aan hun zalving. Tot zover niets bijzonders. Vanaf de vroege eerste eeuw v.Chr. kenden de Joden echter een heel expliciet verlangen naar een messias, een koning die regeerde met Gods hulp. Dit was een reactie op de regering van de Joodse koning Alexandros Yannai, die zijn land in een burgeroorlog had gestort. Vanaf toen speculeerden Joden over een betere heerser. En wat lag meer voor de hand dan erop te hopen dat deze afkomstig zou zijn uit het Huis van David?

Lees verder “Messias (1)”

Messias of messias?

Munt van de messias Bar Kochba (Staatliche Münzsammlung, München)

Even taalfeitje uit de oude doos. Volgens het Spellingsbesluit 1995, meer precies artikel 16.7, onder S, dienden woorden die een aspect van het goddelijke weergaven gespeld te worden met een hoofdletter. Dat bleek lastig bij het maken van het toenmalige Groene Boekje. (Even een misverstand vermijden: het Groene Boekje is niet de spellingswetgeving maar een toelichting, ongeveer zoals Elseviers Belastingalmanak uitleg biedt maar niet de eigenlijke wet is.) De samenstellers van het Groene Boekje hadden bij de uitwerking van deze regel weinig moeite als het ging om uitdrukkingen als “Voorzienigheid” of “Almacht”,  maar ze namen ook het woord “messias” met een hoofdletter op in de woordenlijst.

Dat valt wel te begrijpen: de bekendste messias, Jezus van Nazaret, wordt door christenen niet alleen beschouwd als de in het boek Daniël aangekondigde Mensenzoon die het Laatste Oordeel zal uitspreken, maar ook als de tweede persoon van de Drie-eenheid. Deze messianologie past uitstekend binnen de toenmalige joodse ideeën over een tweede goddelijke macht.

Lees verder “Messias of messias?”

Antwerps evangelie

De eerste mens die niet van Antwerpen houdt, moet nog worden geboren.

Mijn goede vader wist wel hoe hij zijn puberende zoon aan het lezen moest krijgen: hij drukte me De komst van Joachim Stiller in handen. De roman van Hubert Lampo maakte een overdonderende indruk en vormde het begin van een inmiddels al ruim dertig jaar durende liefde voor de Nederlandse en Vlaamse letteren, die – als het aan mij ligt en als ik me mag baseren op de gebruikelijke mortaliteitsstatistieken – nog eens ruim dertig jaar kan duren.

Hoewel ik later ben wezen kijken op het verlaten Antwerps Zuidstation, waar de titelheld aan het einde van het verhaal aan- en omkomt, heb ik het boek nooit willen herlezen. Ik had het idee dat het me nooit meer zó zou kunnen overrompelen. En bovendien: sommige boeken moet je lezen op een bepaalde leeftijd. Misdaad en straf vóór je vijfentwintig bent, Jack London voor je dertigste, en De komst van Joachim Stiller rond je vijftiende.

Lees verder “Antwerps evangelie”