Een bezoek aan Kalkriese

Recent opgegraven goudstuk uit Kalkriese

Als een archeoloog een IJzertijdboerderij of een Griekse tempel opgraaft, weet ’ie vrij zeker dat hij een boerderij of een tempel opgraaft. Er zijn namelijk honderden IJzertijdboerderijen en Griekse tempels bekend. Zoiets is onmogelijk met de vondsten in Kalkriese. Oudheidkundigen kennen niets dat erop lijkt: een veld vol militaire voorwerpen, gelegen tussen een moeras in het noorden en een heuvel in het zuiden. Aan de voet van die heuvel een wal. De militaire voorwerpen documenteren infanterie, cavalerie, slingeraars, burgerpersoneel en vrouwen. Verder dode dieren. Munten, waaronder goudstukken, zoveel goudstukken dat het gebied zelfs Goldacker heeft geheten. De huidige naam is Oberesch of ook wel Kalkriese. Maar wat is het? Bij gebrek aan parallel is het giswerk.

Dat het gaat om een Romeins leger dat hier in de problemen raakte, geldt als bewezen; dat dit gebeurde in het eerste kwart van de eerste eeuw, staat niet ter discussie; dat Germanen de vijanden waren, is alleen maar logisch. Maar wat gebeurde er nu precies? Vrijwel iedereen houdt het op een gevecht tijdens de slag in het Teutoburgerwoud, al is niet uitgesloten dat het om een later gevecht gaat, uit de tijd van Germanicus’ wraakacties in 14-16 na Chr.

Ik kwam voor het eerst in Kalkriese in de jaren negentig en ben er daarna enkele keren teruggekomen, maar was er al zeker tien jaar niet geweest. Sindsdien was er eerst de theorie dat de wal feitelijk Romeins was; vervolgens werd een tweede veldversterking ontdekt; onlangs een derde; en omdat ik er het mijne van wilde weten, ben ik vandaag eens wezen kijken.

Museale presentatie

De museale presentatie begint met uitleg over de Germanen en de Romeinen, vervolgt met eerst een stil filmpje met uitleg van het conflict tussen deze twee spelers, vervolgt dan met een geluidspresentatie, en biedt daarna uitleg van de archeologische vondsten. Dit is het grootste deel van de expositie. Het materiaal wordt getoond als puzzel, maar er is wel een duidelijke voorkeur voor wat ik Theorie I zal noemen – daarover zo meteen meer. Het is allemaal goed gedaan; de bezoeker krijgt een beeld van de gewapende confrontatie, van de archeologische puzzel, en begrijpt dat niet alles 101% zeker is.

Lopend onderzoek

In de uitkijktoren die tegen het museum aan is gebouwd, is uitleg van de wijze waarop de slag in het Teutoburgerwoud uitgroeide tot een mythe, die door de nazi’s werd geëxploiteerd. Hier komen twee ergerlijke tendensen samen: enerzijds de neiging van classici die, in plaats van uitleg te geven van het belangrijke onderzoek dat ze doen, uitleggen dat ze belangrijk zijn omdat oudheidkunde vroeger belangrijk was, anderzijds de neiging van Duitse musea om elke keer weer excuus te maken voor het nationaalsocialisme. Wie de lift neemt, heeft er geen last van, en ik denk dat dat – net als vijf jaar geleden bij de Germanenexpositie in Bonn – opzet is: het museum is dit gezever verplicht aan de subsidiënt, maar zorgt ervoor dat de beste tentoonstellingsruimtes gaan over het eigenlijk onderwerp.

De opstelling was gewijzigd ten opzichte van mijn vorige bezoek, maar de getoonde voorwerpen zijn nog min of meer dezelfde, al zijn er natuurlijk nieuwe vondsten. Zo zijn er enkele puntgave goudstukken en ook onderstaand harnas, wat specialisten een lorica segmentata noemen. Het is niet alleen het oudste, maar ook het best bewaarde exemplaar. Bijzonder is dat het is gevonden met een nekboei, dus een ring voor om de hals met een staf naar handboei. In de buurt lagen ook wapens en een voetboei. Het kan gaan om een krijgsgevangen Romein die werd afgevoerd, struikelde en in het moeras verdronk, maar ook om een mensenoffer.

Lorica segmentata

Wat in de opstelling nog altijd ontbreekt is toelichting op de teksten. Die worden behandeld alsof de uitleg in steen is gegrift. Archeologen lezen teksten immers om te zien wat er staat en leren niet langer om te zien wat er niet staat. Het was beter geweest als het museum een aantal sleutelpassages op de muur had geplaatst en er vragen bij stelde, zoals gebeurde op de Judith-expositie in Gent. Daar staat dan weer tegenover dat er tenminste uitleg is van enkele archeologische laboratoriumtechnieken, al had ik de indruk dat het minder was dan vroeger.

De wal

En dan nu de vraag waar het allemaal om draait: de wal. Die is meteen na de ontdekking geïnterpreteerd als “Germanenwall”: hier verscholen de Germanen zich, hiervandaan wierpen ze speren op de Romeinen, die van oost naar west hierlangs kwamen. Het museum is gebouwd met deze theorie, die ik Theorie I zal noemen, in gedachten: er is een uitkijktoren waarvandaan je kon zien hoe de Romeinen langs die wal moesten. Hieronder ziet u hoe het uitzicht vroeger was, met de witte kronkellijn als Romeinse marsroute voor de Germanenwall langs:

De Oberesch bezien vanuit de uitkijktoren in 2003 of 2004

Theorie I heeft altijd problemen gekend. Eén ervan is dat de Romeinse voorwerpen deels aan de verkeerde kant van de wal lagen, wat werd verklaard met de hulphypothese (= extra aanname) dat het een Beutesammelstelle was. Toen de sporen van een greppel werden geïdentificeerd, bleek die aan de verkeerde kant van de wal te liggen. En toen werden dus nog die twee greppels gevonden ten westen en ten oosten van het veld. Dat leidde tot de hypothese dat hier een Romeins marskamp onder de voet is gelopen: Theorie II.

Dat is nog altijd een acceptabele verklaring, en dus is de afgelopen twee jaar gekeken naar de Germanenwall. Aanvankelijk dacht men dat de wal ouder was dan de veldslag, maar inmiddels staat vast dat die dateert uit de Middeleeuwen en dus niets van doen kan hebben met het gevecht. Anders gezegd: Theorie I is simpelweg weerlegd.

Wat resteert is een drietal greppels: een in het oosten, een in het zuiden langs het tracé van de middeleeuwse wal, en een in het westen. Momenteel vindt onderzoek plaats, waarbij men hoopt meer duidelijkheid te krijgen over de datering van de zuidelijke greppel. Als de onderste inhoud van de greppel organisch materiaal uit de eerste eeuw na Chr. bevat, mogen we aannemen dat de greppel uit de Oudheid stamt. Vooralsnog passen de vondsten het beste bij Theorie II, maar het kan zomaar zijn dat we komend jaar, als de lopende opgraving is afgerond, een Theorie III gaan krijgen. Zoals gezegd: feitelijk weten we niet wat Kalkriese is, omdat er niets is dat hierop lijkt.

Vernieuwend museum

Wat doe je als museum, als je hele presentatie is gericht op Theorie I, dus dat er een wal is geweest waarachter de Germanen zich verscholen, en als die theorie is weerlegd? Om te beginnen pas je de reconstructie van die wal aan. Er stond ooit een lage palissade, die is er nu niet meer. Er is nooit ook maar enig bewijs voor geweest, dus het is hooguit een aanvulling op de weerlegde Theorie I, die deze palissade sowieso niet nodig had. In het Nederlands: de palissade was een verzinsel.

Vroege zelfcorrectie, die inmiddels ook achterhaald is (de Germanenwall is middeleeuws)

Verder: zo lang niet duidelijk is of Theorie II correct is, en als we niet weten of er een Theorie III komt, is het aanpassen van de vaste opstelling geen optie. Theorie I staat dus nog steeds centraal, maar er zijn stickers bij aangebracht waar de nieuwste informatie bij staat, die dus het eigen verhaal ondergraaft. Bij de opgraving is een posterpresentatie met de (verwarde) stand van zaken, zodat bezoekers met vragen de archeologen niet van het werk houden. De receptionisten hebben de beschikking over een A4tje waarop in het kort te lezen is wat de redenen zijn waarom Theorie I is opgegeven, wat Theorie II is, en wat de onderzoeksvragen zijn van de huidige opgraving.

Van de toren had je ooit een uitzicht over de Oberesch, zodat je een beeld kreeg van de wijze waarop een marcherend leger hier, conform Theorie I, in de problemen was gekomen. Zie de foto hierboven. Het huidige uitzicht is anders: de bomen zijn gegroeid en ontnemen je het uitzicht. Theorie I is op meer dan één manier uit het zicht verdwenen.

De Oberesch bezien vanuit de uitkijktoren in 2026

Bezoek

Museum und Park Kalkriese is een kilometer of twintig ten noorden van Osnabrück. Vanaf het spoorwegstation is de plek bereikbaar met bus X585; bij Engter, halte Eiker Weg moet u overstappen op bus 260; uitstappen bij Kalkriese Varusschlacht.

Toegang 12 euro. De opstelling is toegankelijk voor mensen in een rolstoel maar mensen met hyperacusis kunnen het museum vermoedelijk maar beter vermijden.

Deel dit:

2 gedachtes over “Een bezoek aan Kalkriese

  1. Ben Spaans

    Dit Duitse artikel uit januari 2026 zegt dat het 19e Legioen – éên van de drie dir ten onder gingen in Kalkriese is geïdentificeerd https://www.bergbaumuseum.de/news-detailseite/forschungsprojekt-abgeschlossen-kalkriese-als-ort-der-varusschlacht-eine-anhaltende-kontroverse
    Er wordt uiteraard nog meer gezegd.

    Ik ben in Kalkriese geweest in 2022, heb beelden vanaf het terrein en vanuit de toren, maar weet niet wat er van te maken. Waar was ik nou naar aan het kijken? Is de sloot tussen de bomen nou een restant van het moeras? De reconstructies van de wal met die horizontale takken zijn nu weg?
    Totaal ongeschikt voor archeologie, dat ben ik.

  2. Juliadrusilla

    Dit voorjaar het museum bezocht. Ik vond de expositie interessant, maar snapte niet echt waar ik vanuit de toren op stond uit te kijken. Wel wordt duidelijk gemaakt dat er veel zo niet alles onzeker is en dat vond ik eigenlijk wel een pre.

Reacties zijn gesloten.