De Romeinse tempel voor Concordia

De schamele resten van de tempel van Concordia

Als ik aan de westelijke zijde van het Forum Romanum sta – en dat heb ik weleens gedaan – moet ik altijd denken aan de ontmoeting van Gregory Peck en Audrey Hepburn aan de voet van de Boog van Septimius Severus. Vlak daarbij liggen de schamele resten van de Romeinse tempel voor de godin van de Eendracht, Concordia.

De Standenstrijd

Dat heiligdom was in de jaren zestig van de vierde eeuw v.Chr. gebouwd om het einde te herdenken van het slepende sociale conflict tussen patriciërs en plebejers, de zogeheten Standenstrijd. De eerste groep, de Romeinse adel, monopoliseerde op dat moment consulaat en Senaat. Het plebs (letterlijk: het vulsel) was de rest van de bevolking, en daaronder waren ook rijke mannen die bestuursfuncties wilden bekleden. Hun voornaamste argument om toegelaten te worden tot de hoogste magistratuur, was dat zij in tijden van oorlog werden geacht in de voorste gelederen te strijden, maar dat zij geen invloed hadden op de beslissing over oorlog en vrede. Bovendien betaalden ze veel belasting zonder iets te mogen zeggen over de besteding daarvan.

Lees verder “De Romeinse tempel voor Concordia”

De Romeinse Republiek

De Fasti Capitolini, de lijst van magistraten van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

In het handboek waarin ik elke week controleer of mijn kennis nog actueel is, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, zijn we aangekomen bij de Romeinse Republiek. In mijn blogjes over de IJzertijd en het martiale karakter van de Romeinse samenstelling liep ik vooral vooruit op het eerstejaars-werkcollege, waarin docenten het handboek aanvullen, bevragen, corrigeren, contextualiseren. Vandaag heb ik meer algemene opmerkingen: zaken waarover ik deze week weinig nieuws in het handboek las en die ik ook niet kan aanvullen, bevragen, corrigeren of contextualiseren.

Een complexe samenleving

We kennen de Romeinse samenleving eigenlijk pas na pakweg 300 v.Chr., maar we kunnen reconstrueren dat er in de oudere fase aristocraten (“patriciërs”) waren. Ze claimden (althans in later tijd) afstamming van legendarische helden en dus, indirect, ook van de goden. De Blois en Van der Spek attenderen er terecht op dat die claim ook in Griekenland gangbaar was. De rest van de bevolking gold als plebejers, en die konden rijk of arm zijn. De “standenstrijd” die in de vijfde en vierde eeuw plaatsvond, gaf rijke plebejers toegang tot de hoogste ambten, waarbij deze rijke plebejers vaak samenwerkten met arme plebejers, die andere klachten hadden over het aristocratische bestuur. Zij wilden schuldendelging en land.

Lees verder “De Romeinse Republiek”