Consuls en suffeten

Een suffeet (Nationaal Museum, Tripoli)

De hoogste magistraten in de Romeinse Republiek waren de twee consuls. Hun naam is weleens in verband gebracht met een werkwoord dat zoiets betekent als “samen dansen”, wat dan een verwijzing zou zijn naar een krijgsdans. Misschien is het waar, misschien is het niet waar, en in elk geval is het niet de oudste aanduiding. Ze heetten oorspronkelijk iudices, “rechters”.

Hun ambt is ontstaan, of gegroeid, in de verwarde jaren rond 506 v.Chr. (510 volgens de onjuiste Varroniaanse chronologie). We hebben een verslag in het geschiedwerk van Titus Livius, die vertelt dat koning Tarquinius Superbus in opspraak raakte door een seksschandaal waarbij zijn zoon was betrokken, en dat de Romeinen de koninklijke familie verdreven. Een van de leiders van de opstand was Lucius Junius Brutus, die eerst een andere leider van de opstand uitschakelde, daarmee feitelijk de alleenheerschappij vestigde, en korte tijd later sneuvelde. Op dat moment lijken de Romeinen te hebben gekozen voor twee iudices die één jaar zouden regeren.

Lees verder “Consuls en suffeten”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

De Cyrenaica (1)

Het slangenheiligdom van Slonta

De Cyrenaica was een van de belangrijkste én onbekendste regio’s uit de oude wereld. Hier lag een van de belangrijkste Griekse steden: Kyrene, het Latijnse Cyrene, met een beroemde joodse gemeenschap, een eigen filosofische school en handelscontacten in alle richtingen. Eigenlijk zou iedereen met hart voor de oude wereld deze stad moeten bezoeken – en ook het heiligdom van Slonta, de diverse havensteden en de kerkjes met hun mooie Byzantijnse mozaïeken. Gegeven de huidige politieke situatie – in de Cyrenaica heerst de militie van Khalifa Haftar – zal de onbekendheid nog wel even duren. Een blogje is misschien nuttig.

Het land

Ik grijp eerst terug op een eerdere beschrijving van de Mediterrane wereld, waarin ik erop wees dat het een verschrikkelijk verkreukeld landschap is, waarop alleen het lange stuk vanaf de Nijldelta tot en met halverwege Tunesië een uitzondering is. Hier bestaat de kustlijn niet uit rotsige eilanden en bizar gevormde baaien, hier is alles gelijkmatiger. De zee kent hier een stevige zeestroom van west naar oost. Een atmosferische kringloop (de Hadley Cell) maakt de regio echter een nogal droog klimaat heeft. Is noordelijk Afrika een uitzondering op het algemene patroon, dan is de Cyrenaica daarop weer een uitzondering, want hier verheft zich de hoogvlakte van de Gebel el-Akhdar, waarop de noordenwind leeg kan regenen. Allerlei kleine riviertjes stromen uit de bergen naar de zee, waardoor de Cyrenaica behoort tot de meest groene gebieden van de oude wereld. Gebel el-Akhdar betekent dan ook zoiets als “de groene bergen”.

Lees verder “De Cyrenaica (1)”

Ekbatana

Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

Lees verder “Ekbatana”

Een Griekse huurling in Málaga?

Griekse helm (Archeologisch museum, Málaga)

Voor M.K.-L.

Van mijn bezoek aan het archeologisch museum van de Andalusische havenstad Málaga herinner ik me vooral dat de aan de Arabische eeuwen gewijde afdeling meer uitleg bood dan gebruikelijk. Dat is niet onlogisch, want Málaga is langer Arabisch geweest dan Spaans. Maar ook de museumafdelingen die waren gewijd aan de tijd vóór de Arabische verovering mochten er wezen, en ik pik er bovenstaande helm uit.

Het voorwerp dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en is gevonden in een grafkamer net ten noorden van de muur van wat destijds een Fenicische stad was. Het toenmalige Málaga was een belangrijke schakel in de handel tussen enerzijds de Mediterrane regio’s en anderzijds de Tartessiërs in het achterland. Ze was ook een productiecentrum: de oude naam mlk’  betekent zoiets als “zoutstad” en verwijst naar de zoutpannen en/of de productie van de zoute vissaus garum. De graven lagen zoals altijd buiten de stad en de bouw van grafkamers was destijds niet ongebruikelijk. Ze waren gemaakt van netjes uitgehouwen stenen en hadden een houten dak. Een bovengrondse stèle gaf de plek van het graf aan.

Lees verder “Een Griekse huurling in Málaga?”

De muren van Babylon

Gereconstrueerde muur van Babylon

De Palatijnse Anthologie is, zoals het tweede deel van de titel al aangeeft, een bloemlezing van teksten, meer precies Griekse gedichtjes. Het eerste deel van de titel verwijst naar de Paltz (in humanistenlatijn: Palatinatus), waar het Byzantijnse poëziemanuscript in kwestie zich ooit bevond in de bibliotheek van Heidelberg. Tot de vele in de verzameling opgenomen epigrammen behoort ook een korte ode aan de tempel van Artemis van Efese op naam van de vrijwel vergeten hellenistische dichter Antipatros van Sidon.noot Palatijnse Anthologie 9.58. Hij vergelijkt het heiligdom met zes andere monumenten, en zo introduceert hij het concept van de “zeven wereldwonderen”, waarvan zijns inziens de tempel in Efese dus het mooiste is.

Het eerste monument dat hij noemt, is de stadsmuur van Babylon, waarvan hij zegt dat die gebruikt kan worden als weg voor wagens. Dat heeft Antipatros wellicht ontleend aan Herodotos van Halikarnassos, die het volgende weet te vertellen over de muur.

Lees verder “De muren van Babylon”

Grieks Apulië

Ares? (Archeologisch museum, Tarente)

[Laatste van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

In de Archaïsche Periode koloniseerden de Grieken het zuiden van Italië, een episode die wij Magna Graecia noemen, in navolging van de Romeinen. De Grieken spraken zelf niet over één geheel, Μεγάλη Ελλάς: zij zagen hun nederzettingen als aparte entiteiten, aangezien er ook geen overkoepelend gezag bestond.

Tarente

Het huidige Tarente was een Spartaanse kolonie, Taras genaamd. De stichting is uitvoerig door Strabon van Amaseia beschreven: ze wordt traditioneel gedateerd op 706 v.Chr. De meest plausibele oorsprong van de naam is dat ze gewijd is aan de halfgod Taras, zoon van Zeus, maar de nabije rivier Tara is een andere mogelijkheid. Bijzonder aan deze kolonisatie is dat ze een nieuwe thuis gaf aan de Partheniai, buitenechtelijke Spartanen die geboren waren terwijl de legitieme mannen aan het front waren tijdens de langdurige Messenische oorlogen. Hun leider was de (half-mythische) Falantos, zelf een dergelijke “buitenechtelijke”.

Lees verder “Grieks Apulië”

Dauniërs, Peuketiërs en Messapiërs

De drie zones van Apulië

[Derde van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Het vorige stukje eindigde met de constatering dat er drie stammen vielen aan te wijzen: de Dauniërs, de Peuketiërs en de Messapiërs.

Dauniërs

Tot de belangrijkste vondsten van dit ondervolk, dat we in het noordwesten moeten plaatsen, behoren de Daunische stèles, gebeeldhouwde stenen blokken uit de zesde eeuw v.Chr., gevonden op de zuidelijke vlakte van Siponto, nabij Manfredonia, en nu bewaard in onder meer het Nationaal Museum van die stad. Ze stellen sterk gestileerde mannelijke en vrouwelijke menselijke figuren voor en waren verticaal in de grond bevestigd, net zoals de begraven mensen die zij afbeeldden. Ook andere afbeeldingen kwamen voor.

Lees verder “Dauniërs, Peuketiërs en Messapiërs”

De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Lees verder “De Iberiërs (3)”

De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Lees verder “De Iberiërs (2)”