De Late Oudheid (2)

Laatantiek mozaïek ter gelegenheid van een stadsstichting (Beit ed-Din)

[Tweede stukje over de presentatie van het Gentse Centrum voor Late Oudheid (GCLA). Het eerste was hier.]

Optativus

Een van de leuke dingen van de taalkunde is dat de “great divide” die de Romeinse literatuur teistert, hier niet bestaat. Er is geen of weinig verschil tussen het Grieks van de heidense auteur Libanios en zijn christelijke tijdgenoot Gregorios van Nazianze. Ambrosius begreep prima wat Symmachus schreef.

Lees verder “De Late Oudheid (2)”

Heidendom in de Late Oudheid

cameron_pagans

Bacurius was een generaal in het Romeinse leger in de late vierde eeuw. De kerkhistoricus Rufinus noemt hem een christen en kan gelijk hebben: de twee hadden elkaar ontmoet. Bacurius’ penvriend Libanios beschouwt hem echter als een heiden. Interessanter dan de vraag wie gelijk had, is de vraag wat oudhistorici hadden gedacht als alleen Rufinus’ geschiedwerk overgeleverd zou zijn geweest. Ze waren dan beslist niet op het idee gekomen dat de informatie mogelijk onjuist was en zouden Bacurius zonder meer als christen hebben getypeerd.

Dit voorbeeld illustreert het kernprobleem van de oudheidkunde. Er zijn te weinig teksten, zodat onderzoekers de kwaliteit van hun informatie moeilijk kunnen evalueren. Conflicterende bronnen zijn daarom een buitenkans: dan komen problemen aan het licht en kan worden beredeneerd welke informatie waarom de voorkeur verdient.

Lees verder “Heidendom in de Late Oudheid”