De proto-Bulgaren

Gesp uit Zuid-Rusland, waar de Bulgaren in de zesde eeuw woonden (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het voorlaatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In de vorige vier blogjes heb ik geprobeerd in kaart te brengen wat we weten kunnen over de geschiedenis van de Slavischsprekenden vanaf hun Urheimat rond de Pripjatmoerassen tot het moment waarop ze, onder de vleugels van de Avaren naar het Balkanschiereiland kwamen. Migratie speelde een heel belangrijke rol, maar ook wat ik “slavificering” heb genoemd: dat mensen de taal en gewoontes van hun Slavische buren overnamen. Dat speelde zeker een rol bij de laatste groep migranten die ik wil behandelen: de Bulgaren. Maar eerst iets anders: de vorming van vroege staten.

Lees verder “De proto-Bulgaren”

De Slavische volken (4) Oorzaken

Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

Een oorzaak?

Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

  • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
  • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

Lees verder “De Slavische volken (4) Oorzaken”

Germaanse moerasoffers

Verguld zilveren schijf uit het Thorsberger Moor

Conrad Engelhardt was een Deen en een archeoloog, in die volgorde. In 1851 werd hij directeur van een archeologisch museum, waarvan de collectie tegenwoordig is te zien in kasteel Gottorf in Schleswig. Of beter: niet is te zien, maar daarover zo meteen. Als opgraver onderzocht Engelhardt in 1859 het Thorsberger Moor, en daarna het Nydam Moor, waar hij tot 1863 actief was en onder andere het Nydamschip vond, dat dateert uit de vierde eeuw. Niemand ontkende het enorme belang van deze vondsten: allerlei metalen voorwerpen, bijna allemaal met een militair karakter, lagen daar in de moerassen.

In 1864 liet Otto von Bismarck de Sleeswijk-Holsteinse kwestie escaleren en brak de Duits-Deense Oorlog uit. Denemarken verloor Sleeswijk-Holstein en de archeologische vondsten belandden in Kiel. De nieuwe machthebbers in de regio boden Engelhardt daar een betrekking aan, maar hij voelde zich, zoals gezegd, meer Deen dan archeoloog, en vertrok liever naar Kopenhagen. Een deel van de vondsten nam hij mee, zodat die zich decennia lang bevonden in twee musea in twee steden in twee landen. Pas toen de collecties vanaf 2000 gezamenlijk konden worden bestudeerd, bleek wat een rijkdom aan informatie Engelhardt had aangeboord en hoe goed zijn interpretaties en documentatie waren geweest.

Lees verder “Germaanse moerasoffers”

Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval

Een Bacchus uit het badhuis (Stadhuis Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het derde; het eerste was hier.]

Bloeitijd

In de tweede eeuw bloeide Ulpia Noviomagus. Op het grafveld zijn prachtige barnstenen en kristallen voorwerpen gevonden die bewijzen dat in elk geval de elite het breed kon laten hangen. Oude schattingen hielden het erop dat het stadje zo’n 5.000 inwoners had; inmiddels is duidelijk dat het er fors meer waren, misschien wel 10.000. Met een legioenbasis ernaast was het al met al te groot om te worden gevoed vanuit het achterland, zelfs al verrees langs de Waal de ene boerderij na de andere. Graan en andere levensmiddelen moesten worden geïmporteerd, en de inscriptie van graanhandelaar Marcus Liberius Victor, die zijn producten aanvoerde vanuit het verre Henegouwen, is heel typerend.

Lees verder “Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Lees verder “De Romeinse Provence (2)”

De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne

Keizer Leo I (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit keer de tijd van 457 tot en met 527 na Chr., toen de keizers Leo I, Zeno I, Anastasius I en Justinus I regeerden over de Romeinse wereld. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

769 SE. ≡ okt.457/sept.458

Tijdens het bewind van Leo vond in het jaar 769 op zondagochtend 14 maart een aardbeving plaats, en viel …

Commentaar

Deze aardbeving wordt ook vermeld in andere bronnen. De Antiocheense auteur Euagrios Scholastikos dateert de ramp op de vooravond van zondag 14 september 458,noot Euagrios, Kerkgeschiedenis 2.12. een datum die ook werkelijk kan bestaan. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek heeft twee dateringssystemen verward, zoals in deze periode wel vaker gebeurde. In de lacune die volgt op bovenstaand zinnetje moet het jaar 770 SE hebben gestaan: Simeon de Styliet overleed op 2 september 459.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”