Claus von Stauffenberg en Albrecht Mertz von Quirnheim
Het overhaaste vertrek van een ziedende Erwin von Witzleben maakt de soldaten in het Bendlerblock duidelijk dat er iets grondig verkeerd is. Eerst was er het bericht dat Hitler dood was, maar ze horen op de radio voortdurend het tegendeel; eerst zou Von Witzleben het opperbevel aanvaarden, nu is hij vertrokken. De manschappen eisen duidelijkheid: leeft Hitler en zo ja, steunen hun officieren de Führer of zijn ze verraders?
Von Stauffenberg spreekt de muiters toe en wordt bijna gelyncht. Er wordt geschoten en de graaf wordt geraakt in zijn linkerschouder. Een deel van de soldaten deserteert en bevrijdt Fromm.
Kolonel Remer organiseert de tegenaanval en bezet eerst de Stadtkommandantur, een gebouw tegenover het Zeughaus aan de Unter den Linden. Terwijl hij versterkingen zoekt, herschrijft Ludwig Beck, die nog steeds hoopt zijn radiotoespraak te kunnen houden, de regeringsverklaring. Niet langer legt hij uit dat Hitler dood is; in plaats daarvan zal hij zeggen dat het niet ter zake is of deze levend is of niet, aangezien hij moreel al dood was.
Om half acht arriveert maarschalk Von Witzleben, die het opperbevel had moeten overnemen. Von Stauffenberg legt de situatie uit en de maarschalk vat samen dat het al met al een “schöne Schweinerei” is. Hitler leeft, de radio is in handen van het regime, het Verzet heeft de regeringsgebouwen niet weten te behouden. Om kwart over acht vertrekt Von Witzleben, razend van woede.
Om 16:00 heeft generaal Friedrich Olbricht aan de stadscommandant van Berlijn, Paul von Hase, opdracht gegeven de regeringsgebouwen te bezetten. Eén van zijn ondercommandanten is majoor Otto Ernst Remer, een lid van de NSDAP, maar ook een plichtsgetrouw man. Von Hase vertrouwt hem en laat hem met drie compagnieën enkele kantoren verzekeren aan de Wilhelmstraβe, waaronder het ministerie van Propaganda. Als Joseph Goebbels, die daar de scepter zwaait, rond 18:30 ziet dat hij is omsingeld, zoekt hij naar zijn capsules cyaankali.
Inmiddels is het radiobericht dat Hitler nog in leven is, echter ook gehoord in de regeringsgebouwen en diverse soldaten, die hun bevelen loyaal uitvoeren, beginnen twijfels te krijgen of het crisisplan wel terecht in werking is gesteld. De commandant van de eigen bewakingsdienst van het propagandaministerie adviseert Remer te overleggen met Goebbels.
Portret van Claus van Stauffenberg, door Ludwig Thormaelen (uit de George-Kreis)
Von Stauffenberg, die al sinds zes uur in de ochtend aan het werk is, is overal tegelijk mee bezig. Hij telefoneert, soms met twee hoorns tegelijk, om mensen van het reserveleger te vertellen dat de Führer werkelijk dood is. Guido Knopp weet een ooggetuige te citeren.
Hier Stauffenberg! Jawohl, alle Befehle des BdE (Befehlshaber des Ersatzheerers), jawohl, es bleibt dabei, alle Befehle sofort ausführen! Sie müssen sofort alle Rundfunk- und Nachrichtenstellen besetzen! Jeder Widerstand wird gebrochen!
Wahrscheinlich bekommen Sie Gegenbefehle aus dem Führerhauptquartier, aber die sind nicht autorisiert.
Nein, die Wehrmacht hat die vollziehende Gewalt übernommen. Niemand auβer dem BdE ist autorisiert Befehle zu erteilen. Haben Sie verstanden?
Jawohl, das Reich ist in Gefahr. Wie immer in Stunden der höchsten Not hat jetzt der Soldat die vollziehende Gewalt!
Ja, Witzleben ist zum Oberbefehlshaber ernannt. Es ist nur eine formelle Ernennung.
Besetzen Sie alle Nachrichtenstellen, klar? Heil!
Ondertussen had Von Stauffenberg toegegeven dat Hitler waarschijnlijk niet dood was. Veel deed het er niet meer toe: “Der Kerl is ja nicht tot, aber der Laden läuft ja, man kann noch nichts sagen.”
Het radiostation werkt. Alleen is het niet de toespraak van de nieuwe president van Duitsland, Ludwig Beck, die wordt uitgezonden. Heel Duitsland verneemt dat Hitler nog in leven is. In Parijs besluit maarschalk Von Kluge dat hij geen steun zal verlenen aan de opstandelingen en verleent samenzweerder Von Stülpnagel ter plekke ontslag. Hij moet maar onderduiken, adviseert Von Kluge. Von Hofacker is minder gelukkig: hij wordt gearresteerd en belandt in de gevangenis van de Gestapo.
Vanuit het Bendlerblock worden nu telexberichten verzonden dat het radiobericht niet in orde is. De samenzweerders gebruiken ook de telefoon om de commandanten op strategische posities te bereiken. Met enig succes.
Terwijl de zaken in Berlijn onduidelijk zijn, lopen de zaken in Parijs voor de samenzweerders voorspoedig. De SS-ers en Gestapo-leiders zijn in verzekerde bewaring gesteld, de bewapende SS-afdelingen, zoals de troepen bij Caen, hebben begrepen dat ze onder Wehrmachtbevel zullen komen. De situatie in Praag is niet heel anders, ook al heeft men daar gemengde berichten ontvangen en weet men niet goed of Hitler dood is of niet. De leiders van de SS zijn ook daar echter buitenspel gezet. Generaal Schaal ziet er wel op toe dat het zijn gevangenen niet ontbreekt aan sigaren en cognac.
Terug naar Parijs, waar maarschalk Von Kluge door de twee samenzweerders Von Stülpnagel en Von Hofacker onder druk wordt gezet. Het staatsgezag is in handen gekomen van generaal Beck, vertellen ze; begreep Von Kluge niet dat de moordaanslag een morele verplichting was? Hij moest zijn steun aan de regering-Beck uitspreken.
Het regeringskwartier van Berlijn met in rood de door de Wehrmacht te bezetten gebouwen. Links, in blauw, het Bendlerblock.
Terwijl in heel Duitsland allerlei elkaar tegensprekende berichten binnenkomen, die ook weer op elkaar reageren, en terwijl de troepen van Paul von Hase de regeringsgebouwen in Berlijn bezetten, verschijnt een kleine SS-afdeling bij het Bendlerblock. De commandant heeft van Himmler instructies gekregen Claus von Stauffenberg te arresteren, maar wordt door de soldaten van de Wehrmacht overmeesterd.
Ondertussen wacht Beck nog altijd op het moment waarop hij zijn radiotoespraak kan beginnen, maar de technicus verschijnt almaar niet.
Een van de beroemdste opmerkingen over de aard van oorlogvoering is van maarschalk Helmuth von Moltke de Oude die, toen hij erop werd aangesproken dat een bepaalde officier slechts de helft van zijn taken naar behoren uitvoerde, antwoordde dat de betrokkene meteen promotie moest krijgen omdat de gemiddelde officier aan het front maar een kwart van zijn taken naar behoren uitvoerde. Fouten worden altijd gemaakt en oorlogvoering is minder een kwestie van planning dan van voortdurende improvisatie. Het zit die 20e juli de samenzweerders voortdurend tegen – ze hadden bijvoorbeeld driemaal pech gehad bij de aanslag – en de grootste tegenvaller is wel dat ze de berichten over Walküre in code versturen, waardoor het eindeloos lang duurt.
Terwijl generaal Fromm de samenzweerder Mertz von Quirnheim gearresteerd houdt en Olbricht nog steeds aarzelt, en terwijl de telex te langzaam het bericht dat Hitler dood is verspreidt, bereiken Von Stauffenberg en Von Haeften het Bendlerblock. Ze worden opgewacht door onder andere Berthold, die zijn marine-uniform draagt. Claus legt uit dat Hitler dood is. Hij heeft immers gezien hoe iemand met Hitlers mantel naar buiten werd gedragen. De bomexplosie was geweldig, niemand kan het hebben overleefd.
Het gezelschap gaat naar Fromm, die hun voorhoudt dat Keitel het tegendeel heeft beweerd. “Keitel liegt,” weet Von Stauffenberg, “zoals altijd.” Hoe weet hij dat zo zeker, wil Fromm weten. “Omdat ik zelf de bom heb geplaatst,” bekent Von Staufenberg, waarop Fromm de graaf adviseert zelfmoord te plegen. Olbricht smeekt Fromm zich bij de samenzwering aan te sluiten. Fromm zoekt een wapen, maar Von Haeften overmeestert hem en Fromm wordt opgesloten in een van zijn vertrekken, waar hij de beschikking heeft over een flinke voorraad cognac.
Terwijl generaal Fromm meent een staatsgreep te hebben verijdeld en Olbricht aarzelt, geeft Mertz von Quirnheim, zonder zich nog iets aan te trekken van zijn superieuren, het bevel Walküre te beginnen. Om er zeker van te zijn dat er werkelijk iets gebeurt, ontbiedt hij ook snel enkele vrienden, die op dat moment in Hotel Esplanade zitten en zijn persoonlijke reserve zullen vormen.
Alle stedelijke troepen hebben het alarm vernomen om 16:10, maar de toelichting zal later binnenkomen: een proclamatie die al eerder was opgesteld en erop neerkwam dat alle macht aan de Wehrmacht kwam en dat Hitlers taken waren overgenomen door maarschalk Von Witzleben en generaal Beck. Dit bericht wordt eindeloos traag verstuurd omdat het wordt gecodeerd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.