De wereldondergang volgens Johannes

Alexander als kosmokrator: maansikkel, sterren, en hijzelf als zon (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament maar met een gemeenplaats te beginnen: een boodschap bestaat uit een kern en een omhulsel. Als ik zeg “de zon komt op”, weet u perfect wat de boodschap is: het is licht aan het worden. Dat is de kern. Tijdens onze conversatie delen we daarnaast een omhulsel van culturele noties. U en ik weten bijvoorbeeld allebei dat het niet letterlijk de zon is die opkomt, maar de aarde die roteert onder een statische zon. Het omhulsel bevat dus de notie dat we de woorden “de zon komt op” niet letterlijk mogen nemen, ja dat het tegengestelde wordt bedoeld van wat feitelijk is gezegd.

Een van de problemen van de oudheidkunde is dat we het omhulsel niet goed kennen. Daarom is een antieke tekst nooit zomaar een antieke tekst. Daarom ook kun je nooit zomaar woord-voor-woord vertalen.

Lees verder “De wereldondergang volgens Johannes”

Wereldbrand

Een bevriende twitteraar wees me gisteren op de bovenstaande tekening van de Britse cartoonist Martin Rowson. Ik vond hem geweldig. Iets later herinnerde ik me dat ik deze tekening eerder had gezien. Sterker nog, ik zie hem bijna dagelijks, want hij hangt bij mij aan de muur. Alleen dateert deze van 28 oktober 1912, is hij gepubliceerd in het Duitse satirische tijdschrift Simplicissimus en is het een commentaar op het uitbreken van de Eerste Balkanoorlog. “Het lukte de verenigde Europese brandweer helaas niet om de brand te blussen”, luidt het onderschrift.

Wereldbrand

Dat twee cartoonisten precies dezelfde vergelijking maakten, illustreert de kracht van de metafoor dat de wereld in brand staat. Die metafoor gaat – als ik het goed zie – via de christelijke apocalyptiek in laatste instantie terug op het eeuwenoude zoroastrische idee dat de aarde zal vergaan in een grote wereldbrand. De stoïcijnen namen het idee over en noemden het de ekpyrosis.

Lees verder “Wereldbrand”