Het taoïsme: Daodejing (2)

De spreekwoordelijke taoïstische wijze Laozi (Wereldmuseum, Leiden)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Niet-weten als basis van kennis

Hoe kan er kennis zijn van iets wat fundamenteel onkenbaar is? We zagen al dat volgens het taoïsme de dao de geest van het universum is, de oerwet. Maar het is tevens dat wat aan alles voorafgaat; ook wel “het onbewerkte blok” genoemd.

De dao rationeel begrijpen, dat kunnen we niet – dat blijft de Daodejing keer op keer herhalen. De wijze beseft daarom vooral dat alle kennis betrekkelijk is. Zijn belangrijkste kennis is te weten wat hij niet weet, en dat absolute kennis feitelijk onmogelijk is.

Lees verder “Het taoïsme: Daodejing (2)” →

Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur

Bijl (Wereldmuseum, Leiden)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het derde deel, dat gaat over drie belangrijke geschriften uit de Zhou-tijd, en over de problemen tegen het einde van die periode.]

Waar we de Shang-tijd vooral kennen door hun inscripties van offerbotten, waren de Zhou echte schrijvers en verhalenvertellers. Veel geschriften uit de vroege Zhou-tijd, de zogeheten Westelijke Zhou, kwamen later terecht in de Chinese canonieke literatuur. Ik behandel de belangrijkste drie.noot Ik geef daarbij eerst de naam van het werk in het Nederlands, daarna de pinyin-schrijfwijze (de officiële door China gehanteerde methode om Chinees in westers schrift om te zetten), en vervolgens een paar verouderde schrijfwijzen die de lezer in oudere of minder wetenschappelijke stukken zou kunnen lezen, zodat duidelijk is dat het hier om hetzelfde gaat.

Lees verder “Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur” →