Grafstèle, wegwijzer of wachter?

Krijgersstèle (Archeologisch museum, Madrid)

We moeten het weer eens hebben over Spanje, een land waarvoor ik mijn oude liefde begin te hervinden (en waarheen ik volgend jaar een reis organiseer). Meer in het bijzonder wil ik het hebben over bovenstaande stèle uit de Late Bronstijd, die ik fotografeerde in het mooie archeologische museum in Madrid, en die ooit stond in Magacela bij Badajóz.

Zulke stenen monumenten zijn overal in Europa gevonden, en zijn eeuwenlang vervaardigd. Ik heb weleens geblogd over een soortgelijke stèle uit Ategua. Die markeert vrijwel zeker het graf van een krijger, en het is natuurlijk aantrekkelijk ook bovenstaand, obeliskvormig monumentje zo te interpreteren. We zien duidelijk een mens met een speer in de hand en aan zijn voeten een rond schild. Op zijn hoofd lijkt hij een helm te hebben met twee hoorns, een type dat we in elk geval uit het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kennen uit de Zeevolkentijd (kijk maar).

Lees verder “Grafstèle, wegwijzer of wachter?”

Iapygisch Apulië

Iapygische IJzertijdhelm (Altes Museum, Berlijn)

[Tweede van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

De oorsprong van de Iapygiërs

In het eerste millennium v.Chr. ziet men de opkomst van een beschaving die antieke auteurs aanduiden als die van de Iapygiërs. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos noemt in de vijfde eeuw v.Chr. de Kretenzers als ongewilde kolonisatoren, die na een schipbreuk in Iapygië de stad Hyria stichtten.noot Herodotos, Historiën 7.170. Een onzekere identificatie voor dit Hyria is Thourioi, dat echter meer westwaarts ligt (in Basilicata). Volgens Strabon van Amaseia, dé Griekse geograaf uit de late eerste eeuw v.Chr, is de naam “Iapygië” afgeleid van Iapyx, een zoon van de god Apollo.noot Strabon, Geografie 6.3.2. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere van zijn kant stelt dat Iapygië vernoemd is naar de rivier de Iapyx (niet geïdentificeerd).noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 3.102. Van dergelijke verhalen weten we dat ze niet zuiver historisch zijn, maar passen in de Griekse traditie om de oorsprong van vreemde volkeren te verklaren via migraties. Soortgelijke ontstaansmythen bestaan voor vrijwel elke subregio of stad in Apulië, met hier en daar een Illyrische uitzondering (zoals Bitonto).

Een hypothese die vandaag ruime steun vindt is dat het Iapygische “volk” of haar cultuur een versmelting is van de reeds aanwezige prehistorische bevolking met immigranten uit de Balkan die vroeg in het eerste millennium v.Chr. de Adriatische Zee zijn overgestoken. Deze hypothese combineert de informatie van de antieke auteurs met materiële vondsten en taalkundige analyses. Traditioneel worden de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Italië, waarmee Balkan-immigranten zich zouden vermengd hebben, aangeduid als “Ausonen”, maar er ontbreekt samenhangend archeologisch of taalkundig bewijs voor een dergelijke min of meer homogene cultuur.

Lees verder “Iapygisch Apulië”

Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur

Bijl (Wereldmuseum, Leiden)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het derde deel, dat gaat over drie belangrijke geschriften uit de Zhou-tijd, en over de problemen tegen het einde van die periode.]

Waar we de Shang-tijd vooral kennen door hun inscripties van offerbotten, waren de Zhou echte schrijvers en verhalenvertellers. Veel geschriften uit de vroege Zhou-tijd, de zogeheten Westelijke Zhou, kwamen later terecht in de Chinese canonieke literatuur. Ik behandel de belangrijkste drie.noot Ik geef daarbij eerst de naam van het werk in het Nederlands, daarna de pinyin-schrijfwijze (de officiële door China gehanteerde methode om Chinees in westers schrift om te zetten), en vervolgens een paar verouderde schrijfwijzen die de lezer in oudere of minder wetenschappelijke stukken zou kunnen lezen, zodat duidelijk is dat het hier om hetzelfde gaat.

Lees verder “Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur”

Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat”

Zhou-borstplaat (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het tweede deel.]

In de traditionele geschiedschrijving van het vroegste China viel de Shang-dynastie na een opstand van de Zhou rond 1046 v.Chr. De Zhou waren oorspronkelijk een vazalstaat van de Shang. Hun hoofdstad was Haojing, bij het huidige Xi’an in Shaanxi. Dit is westelijker en meer landinwaarts, en meer bergachtig dan Henan, en was daarom dunner bevolkt. Maar de grond is vruchtbaar, en het ligt strategischer dan de vlakten van Henan.

Lees verder “Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat””

Hesiodos en het Lied van Kumarbi

Zeus (Nationaal museum, Athene)

Op naam van de archaïsche Griekse dichter Hesiodos, die u zo rond 700 v.Chr. moet plaatsen, zijn twee grote leerdichten overgeleverd: om te beginnen Werken en dagen, een schitterend gedicht over het dagelijkse management van een boerderij (en ja, dat onderwerp sluit allerminst uit dat iemand er mooi over schrijft), en daarnaast de Theogonie (“geboorte der goden”), een overzicht van alle goden en hun onderlinge conflicten, in het Nederlands vertaald door Ronald Blankenborg.

De Theogonie

We horen over hoe uit de oorspronkelijke chaos twee goden zijn voortgekomen, namelijk Ouranos en Gaia ofwel Vader Hemel en Moeder Aarde. Dit kosmische paar krijgt verschillende kinderen, waaronder de graangod Kronos, die jaloers is op de macht van zijn vader. Gaia heeft zo haar eigen redenen om een afkeer te hebben van Ouranos, en zij zet haar kinderen op tegen hun vader. Kronos neemt het voortouw bij de aanslag en overmeestert Ouranos, die hij met zijn graansikkel castreert.

Lees verder “Hesiodos en het Lied van Kumarbi”

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Lees verder “Efese”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

De Gouden Hoed van Berlijn

De Gouden Hoed van Berlijn (Neues Museum, Berlijn)

Op de Bronstijdexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, die ik al eens aanstipte, is momenteel de Gouden Hoed van Schifferstadt te zien, die in 1835 is gevonden in de buurt van Spiers. Het wonderlijke voorwerp is ergens tussen 1400 en 1300 v.Chr. vervaardigd. Negen jaar later dook nog zo’n voorwerp op, dit keer in Avanton bij Poitiers. Dat is ruwweg even oud en ik zal niet snel vergeten hoe ik het eind oktober zag in het Musée Archéologie Nationale in Saint-Germain-en-Laye: het cliché “magisch” was zeker op zijn plaats. Een derde hoed is in 1953 in de omgeving van Neurenberg bij Ezelsdorf gevonden. Die wordt gedateerd rond 1000 v.Chr.

Tot slot verwierven de Berlijnse musea in 1996 een hoed met een schimmige herkomst. Ook die Gouden Hoed van Berlijn dateert van rond 1000 v.Chr. Ik heb het een paar keer gezien, sensationalistisch opgesteld in mysterieuze duisternis. Ondanks het gekunstelde pathos waarmee het Neues Museum het presenteert, blijft het een indrukwekkend voorwerp. Het is vijfenzeventig centimeter hoog en weegt een pond.

Lees verder “De Gouden Hoed van Berlijn”

Lycië in de Bronstijd

De rotsachtige kust van Lycië

De zuidgrens van het huidige Turkije wordt gedomineerd door een enorme bergketen, de Taurus. De Afrikaanse tektonische plaat botst hier tegen de Euraziatische plaat. Hoewel er kustvlaktes zijn, zoals Cilicië en Pamfylië, rijzen de bergen op veel plaatsen bijna meteen op uit de Middellandse Zee, waardoor het land weinig toegankelijk is en de rotskust gevaarlijk. Een van de beruchtste kusten was Lycië, in het zuidwesten (landkaart).

Lukka

De /c/ in Lycië danken we aan het Latijn, dat zo de /k/ weergaf. Ik blogde al eens over de laatantieke klankverandering. Maar je sprak het dus uit als Lukia, en zo heet het gebied dan ook in de oudste, Hittitische bronnen: Lukka. Die bronnen noemen nooit vorsten en er zijn ook geen staatsverdragen bekend, wat suggereert dat de Bronstijd-Lyciërs niet waren georganiseerd als koninkrijk. Dat wordt bevestigd door het feit dat monumentale architectuur ontbreekt: er was geen staatsapparaat. De mensen leefden als nomaden in een stamsamenleving.

Lees verder “Lycië in de Bronstijd”