
[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het derde deel, dat gaat over drie belangrijke geschriften uit de Zhou-tijd, en over de problemen tegen het einde van die periode.]
Waar we de Shang-tijd vooral kennen door hun inscripties van offerbotten, waren de Zhou echte schrijvers en verhalenvertellers. Veel geschriften uit de vroege Zhou-tijd, de zogeheten Westelijke Zhou, kwamen later terecht in de Chinese canonieke literatuur. Ik behandel de belangrijkste drie.noot
Boek der Documenten
Veel van de verhalen die door de Zhou opgetekend zijn, kwamen later terecht in het zogenaamde Boek der Documenten (Shujing / Shu Ching / Sjoe Jing), een verzameling toespraken van heersers en historische verslagen. Hierin wordt onder andere verteld over een dynastie die vóór de Shang zou hebben bestaan: de Xia-dynastie. Of dit ook werkelijk een historische dynastie is geweest, is onduidelijk. Archeologische bevestiging is vooralsnog niet mogelijk. Voor de Zhou was dit verhaal echter belangrijk omdat hier een context werd geschetst waarin de Shang ook niet eeuwig aan de macht waren geweest, zodat ook zij het Hemels Mandaat (Tianming) toebedeeld hadden gekregen. Wie een mandaat krijgt toebedeeld, kan deze ook weer afgenomen worden, is dan het idee.
De oudste delen van het Boek der Documenten zouden stammen uit de Shang-tijd. Het kan inderdaad gaan om oude mondelinge overleveringen die pas tijdens de Zhou-tijd zijn opgeschreven. Het gaat in elk geval om verhalen over enkele mythologische vorsten, over de overgang naar de Shang-dynastie, over religieuze rituelen en over de opkomst van de Zhou.
Voor de Chinese filosofie is het belangrijk dat in deze geschriften voor het eerst wordt gesproken over Tian (de Hemel), over Tianming (het Hemels Mandaat), over Li (rituele orde) en over Zhi (wijsheid). Dit zijn abstracte begrippen die in de oorspronkelijke teksten vooral als gegeven werden geponeerd: de vorst die wijsheid heeft en de rituele orde bewaakt is een goede vorst die het mandaat van de hemel heeft. We zullen later zien dat deze abstracte begrippen in de filosofie uitgewerkt gaan worden en een rol gaan spelen.

Boek der Oden
Een ander boek met geschriften van de Westelijke Zhou is het Boek der Oden (Shijing / Shih Ching / Sji Jing). Dit is een verzameling van 305 volksliederen, gedichten en rituele hymnen, die handelen over liefde, politiek, landbouw, rituelen en sociale verhoudingen.
Belangrijk aan dit boek is de nadruk op het belang van medemenselijkheid, loyaliteit en harmonie, wat samenvalt in het Chinese woord Ren. Tian en Tianming zijn dan wel ondoorgrondelijk, ergens moeten ze te maken hebben met medemenselijkheid, loyaliteit en harmonie, oftewel Ren. Ook dit begrip speelt later een belangrijke rol in de filosofie van China.
Boek der Veranderingen
Verder ontstond Yijing, het beroemde Boek der Veranderingen (I Ching / I Tjing). De orakelbotten van de Shang maakten plaats voor een boek met vierenzestig zogenaamde hexagrammen van zes doorlopende en gebroken lijnen, die waarschijnlijk geïnspireerd waren door de eerdere lijnen in de botten, met korte cryptische uitspraken bij elk hexagram, die voor allerlei interpretatie vatbaar waren.
In de tijd van de Westelijke Zhou functioneerde het boek nog puur als een praktisch instrument voor waarzeggerij en besluitvorming. De waarzeggers wierpen stengels van duizendblad, of later ook munten, om een hexagram te vormen, waarna het hexagram werd opgezocht in het Boek der Veranderingen. De korte beschrijving die dit opleverde was basis voor verdere interpretatie.
Terwijl het Boek der Veranderingen tot op de dag van vandaag nog menigeen fascineert, heeft het ook als basis gediend voor de Chinese filosofie, in die zin dat het de basis heeft gelegd voor onder andere de begrippen Yin en Yang, en Dao (Tao).
Het einde van de Westelijke Zhou
De Westelijke Zhou regeerden bijna drie eeuwen, van ca.1046 tot 771 v.Chr. China had geen of vrijwel geen contact met het Vedische India, met het Egypte van de Derde Tussenperiode of het Griekenland van de Vroege IJzertijd. Deze werelden bestonden naast elkaar, maar beïnvloedden elkaar niet wezenlijk, en zeker China niet. Indicatief is dat overal de IJzertijd aanbrak, maar dat het nieuwe metaal hoewel het tijdens de Westelijke Zhou in China al wel bekend was, pas later populair werd. Pas ná de Westelijke Zhou werd het breed toegepast in de landbouw en oorlogsvoering. De IJzertijd begint in China dus wat later.
De Zhou voerden, zoals we in het vorige blogje zagen, een stelsel in dat lijkt op de latere Europese feodaliteit. Veel lokale heersers bleven op hun positie, anderen werden vervangen door verwanten van de Zhou. Hun functies werden erfelijk, waardoor zij steeds autonomer werden terwijl de centrale macht verzwakte. Uiteindelijk werden ze iets té autonoom: de macht van de Zhou werd na een aantal eeuwen sterk ingeperkt door een samenzwering van binnenuit.

Volgens de overlevering beledigde You, de laatste koning van de Westelijke Zhou- dynastie, een belangrijke bondgenoot, de Shen-clan. Dit deed hij door zijn Shen-vrouw in te ruilen voor een concubine. Hij ontnam daarbij ook nog hun zoon zijn titel van kroonprins, ten faveure van zijn zoon met die nieuwe concubine.
Foute boel natuurlijk. De legende vertelt daarbij dat de nieuwe concubine bloedmooi was, maar nooit lachte. You slaagde er uiteindelijk in haar aan het lachen te krijgen door valse alarmvuren aan te leggen, waarop de te hulp schietende edelen van andere clans voor niets kwamen aanstormen.
De Shen zouden zo beledigd zijn geweest dat ze een bondgenootschap sloten met enkele westelijke nomadenstammen. Toen zij in opstand kwamen, ontstak You daarop de alarmvuren, maar natuurlijk kwam er niemand meer om hem te helpen. De hoofdstad werd verwoest, You werd vermoord, net als zijn zoon met de concubine, en de concubine zelf werd afgevoerd (wat verder haar lot is geweest is onduidelijk). De zoon van You met zijn eerste Shen-vrouw werd tot koning gekroond.
Moderne historici slikken deze prachtige legende niet voor zoete koek. Feit was dat de Zhou al verzwakt waren, en de opstand van de Shen was waarschijnlijk eerder een goed voorbereide en gecontroleerde machtsgreep was dan een spontane wraakactie. You schijnt ook erg jong op de troon gekomen te zijn, wat hem natuurlijk kwetsbaar maakte.
Daarbij telt dat vlak voor de opstand een aantal natuurrampen plaatsvonden, zoals aardbevingen en droogte, wat als slechte voortekenen gezien werden en zijn positie zal hebben ondermijnd. Wanneer het met een land slecht gaat, krijgt de heerser vaak de schuld, of hij nu de schuld heeft of niet. Het verhaal van de respectloze You past echter in de verhaallijn die de Zhou zelf hadden opgezet als legitimatie voor hun macht. Een koning die zich misdraagt verliest het Hemels Mandaat (Tianming). Niet zo raar dat de natuurkrachten zich dan roeren.
De zoon en opvolger van You, Ping, vond de geplunderde hoofdstad niet meer zo veilig. Hij verplaatste deze daarom naar Luoyang in het oosten van Henan. Hij regeerde vervolgens vijftig jaar, maar vanaf zijn regering verandert voor de geschiedschrijving de Westelijke Zhou in de Oostelijke Zhou: een dynastie waarvan de koningen een voornamelijk ceremoniële functie hadden. De werkelijke macht verschoof naar regionale heersers.
De periode van Lente en Herfst
Het tijdvak dat hiermee aanbrak wordt Periode van Lente en Herfst genoemd. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481 v.Chr. Aan het eind van die periode komen we de eerste (bekende) echte Chinese filosoof tegen: Confucius. In een volgende blogjesreeks, voorzien voor eind maart 2026, zullen we zien waarom die periode van Lente en Herfst zo heet, wat Confucius met de boven beschreven culturele erfenis deed, wie hij was, en wat zijn leer was.
[Deze gastbijdrage van Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, wordt dus nog eens vervolgd. Bedankt Kees!]

Bar-Rakeb van Sam’al
Kalhu ofwel Nimrud
Grieks Apulië
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.