Telemachos in Leiden?

Penelope en Odysseus (Louvre, Parijs)

Vanaf de zijlijn is het makkelijk kritiek hebben; ik wil, na mijn vorige blogje, ook een manier noemen waarmee het museum én op de Odyssee-film kan inhaken én kan tonen waarom de Oudheid belangrijk is. We hoeven er zelfs niet voor weg van Penelopes Ithaka.

Opgehangen slavinnen

Kijk eens naar het einde van boek 22 van de Odyssee, waar Odysseus’ zoon Telemachos de slavinnen executeert die hebben geslapen met de mannen die dongen naar Penelopes hand (de “vrijers”). Hier is de (iets aangepaste) vertaling van M.A. Schwartz:

Lees verder “Telemachos in Leiden?”

Penelope in Leiden

Wevende vrouwen (Rijkmuseum van Oudheden, Leiden)

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is momenteel een kleine expositie, eigenlijk een minitentoonstelling, over koningin Penelope: u weet wel, de echtgenote van Odysseus. Ze wachtte twintig jaar op haar man, zonder zelfs maar te weten of die überhaupt nog in leven was. De expositie benadrukt dat ze niet alleen een trouwe echtgenote was, maar even slim als haar echtgenoot. Immers, ze hield de mannen die dongen naar haar hand (en de koningstitel) aan het lijntje door voor te wenden dat ze een nieuwe partner zou kiezen zo gauw ze de lijkwade van haar schoonvader had geweven, maar haalde ’s nachts steeds het weefsel weer uit. Zo verdedigde ze op haar manier het koninkrijk van Odysseus. Je kunt toevoegen dat ze, toen een mysterieuze gast zei Odysseus te zijn, ook nog een slimme manier had om vast te stellen of dit waar was.

Penelopes bedrog, lezen we op het tentoonstellinkje, “wordt tegenwoordig ook herverteld als bredere parallel voor vrouwelijke vormen van verzet in een mannelijke maatschappij”. Twee romans illustreren dit punt en tot slot is er aandacht voor vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog “hun oorlog aan het thuisfront in plaats van op het slagveld” streden, bijvoorbeeld door joodse kinderen te redden.

Lees verder “Penelope in Leiden”

De Odyssee, trauma en mythologie

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

The Guardian wilde inhaken op de aandacht voor de Griekse mythologie die momenteel wordt opgestookt door Christopher Nolans film The Odyssey. Daarom publiceerde de Britse krant een lijst van twintig verfilmingen van mythen. Ik heb er redelijk wat van gezien en de simpele waarheid is: driekwart van die films is onverdraaglijke kitsch.

Dat geldt ook voor boeken die de aloude verhalen navertellen. Het eindresultaat is eigenlijk altijd een mislukking. De reden is, vermoedelijk, dat de verhalen worden aangepast aan onze eigen tijd. In de woordkeuze wordt een uitleg gesuggereerd,  inconsistenties worden weggemoffeld, details weggelaten. Ik bladerde laatst door Stephen Frys navertelling van de Odyssee en ik kan, omdat het me weinig interesseerde, slordig hebben gekeken, maar volgens mij sloeg Fry Telemachos’ mensonterende – dus: moedwillig een mens onterende – executie van twaalf krijgsgevangen vrouwen over. Nu is dat naar onze smaak inderdaad een weerzinwekkende scène, maar het is vermoedelijk wel de beknoptste samenvatting van het ethos dat Homeros wilde schetsen.

Benieuwd hoe Nolan die bungelende vrouwen verfilmt.

Lees verder “De Odyssee, trauma en mythologie”

Antwerpen: Hoogstraten

Depositie uit Hoogstraten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Hoogstraten

Een van de (althans voor mij) wonderlijke aspecten van de Bronstijd is wat archeologen een depositie noemen. Simpel gezegd: mensen laten ergens met opzet kostbaarheden achter. Waarom? We kunnen het ze niet langer vragen, en het antwoord “het zal wel religieus zijn” is vanzelfsprekend een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie. Al heb ik geen idee wat het anders kan zijn geweest.

Lees verder “Antwerpen: Hoogstraten”

Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture”

Kastor en Polydeukes komen terug van een veediefstal (Schathuis van Sikyon, Delfi)

Deze reeks over de voor-westerse wereld heet zo omdat ze gaat over de tijd vóór het concept van “het westen” ontstond en omdat ze gaat over de diepere historische structuren en processen – zeg maar aan de omstandigheden die voorafgaan aan de keuzes waarmee individuen geschiedenis maken. Iets minder abstract: deze reeks gaat over een agrarische samenleving. En zoals u weet valt de landbouw uiteen in akkerbouw en veeteelt.

Toen ik onlangs een nog te plaatsen blogje over het jaarritme voorbereidde, realiseerde ik me dat ik het daarin vooral had over de akkerbouw. Herders kwamen alleen in het voor- en najaar aan de orde, als zij de kuddes verplaatsten van een akkerbouwersdorp naar een ongebruikt stuk land en weer terug. Over deze veetelers aan de rand van de samenleving valt wel iets te weten: hoewel het archeologisch bewijs indirect is (textiel, zuivel…), duiken herders regelmatig op in de geschreven bronnen. Naast deze vorm van gemengd bedrijf bestonden er echter ook pure veetelerssamenlevingen, de zogeheten “cattle cultures”, die we eigenlijk alleen kennen door etnografische parallellen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture””

Dauniërs, Peuketiërs en Messapiërs

De drie zones van Apulië

[Derde van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Het vorige stukje eindigde met de constatering dat er drie stammen vielen aan te wijzen: de Dauniërs, de Peuketiërs en de Messapiërs.

Dauniërs

Tot de belangrijkste vondsten van dit ondervolk, dat we in het noordwesten moeten plaatsen, behoren de Daunische stèles, gebeeldhouwde stenen blokken uit de zesde eeuw v.Chr., gevonden op de zuidelijke vlakte van Siponto, nabij Manfredonia, en nu bewaard in onder meer het Nationaal Museum van die stad. Ze stellen sterk gestileerde mannelijke en vrouwelijke menselijke figuren voor en waren verticaal in de grond bevestigd, net zoals de begraven mensen die zij afbeeldden. Ook andere afbeeldingen kwamen voor.

Lees verder “Dauniërs, Peuketiërs en Messapiërs”

Iapygisch Apulië

Iapygische IJzertijdhelm (Altes Museum, Berlijn)

[Tweede van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

De oorsprong van de Iapygiërs

In het eerste millennium v.Chr. ziet men de opkomst van een beschaving die antieke auteurs aanduiden als die van de Iapygiërs. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos noemt in de vijfde eeuw v.Chr. de Kretenzers als ongewilde kolonisatoren, die na een schipbreuk in Iapygië de stad Hyria stichtten.noot Herodotos, Historiën 7.170. Een onzekere identificatie voor dit Hyria is Thourioi, dat echter meer westwaarts ligt (in Basilicata). Volgens Strabon van Amaseia, dé Griekse geograaf uit de late eerste eeuw v.Chr, is de naam “Iapygië” afgeleid van Iapyx, een zoon van de god Apollo.noot Strabon, Geografie 6.3.2. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere van zijn kant stelt dat Iapygië vernoemd is naar de rivier de Iapyx (niet geïdentificeerd).noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 3.102. Van dergelijke verhalen weten we dat ze niet zuiver historisch zijn, maar passen in de Griekse traditie om de oorsprong van vreemde volkeren te verklaren via migraties. Soortgelijke ontstaansmythen bestaan voor vrijwel elke subregio of stad in Apulië, met hier en daar een Illyrische uitzondering (zoals Bitonto).

Een hypothese die vandaag ruime steun vindt is dat het Iapygische “volk” of haar cultuur een versmelting is van de reeds aanwezige prehistorische bevolking met immigranten uit de Balkan die vroeg in het eerste millennium v.Chr. de Adriatische Zee zijn overgestoken. Deze hypothese combineert de informatie van de antieke auteurs met materiële vondsten en taalkundige analyses. Traditioneel worden de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Italië, waarmee Balkan-immigranten zich zouden vermengd hebben, aangeduid als “Ausonen”, maar er ontbreekt samenhangend archeologisch of taalkundig bewijs voor een dergelijke min of meer homogene cultuur.

Lees verder “Iapygisch Apulië”

Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur

Bijl (Wereldmuseum, Leiden)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het derde deel, dat gaat over drie belangrijke geschriften uit de Zhou-tijd, en over de problemen tegen het einde van die periode.]

Waar we de Shang-tijd vooral kennen door hun inscripties van offerbotten, waren de Zhou echte schrijvers en verhalenvertellers. Veel geschriften uit de vroege Zhou-tijd, de zogeheten Westelijke Zhou, kwamen later terecht in de Chinese canonieke literatuur. Ik behandel de belangrijkste drie.noot Ik geef daarbij eerst de naam van het werk in het Nederlands, daarna de pinyin-schrijfwijze (de officiële door China gehanteerde methode om Chinees in westers schrift om te zetten), en vervolgens een paar verouderde schrijfwijzen die de lezer in oudere of minder wetenschappelijke stukken zou kunnen lezen, zodat duidelijk is dat het hier om hetzelfde gaat.

Lees verder “Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur”

Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat”

Zhou-borstplaat (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het tweede deel.]

In de traditionele geschiedschrijving van het vroegste China viel de Shang-dynastie na een opstand van de Zhou rond 1046 v.Chr. De Zhou waren oorspronkelijk een vazalstaat van de Shang. Hun hoofdstad was Haojing, bij het huidige Xi’an in Shaanxi. Dit is westelijker en meer landinwaarts, en meer bergachtig dan Henan, en was daarom dunner bevolkt. Maar de grond is vruchtbaar, en het ligt strategischer dan de vlakten van Henan.

Lees verder “Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat””

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”