De affaire-Golb (5)

4QTestimonia (Jordan Museum, Amman)

[Dit is het laatste deel van een korte serie rond de moeizame omgang met de Dode Zee-rollen, oorspronkelijk verschenen in de Livius Nieuwsbrief; het eerste deel is hier.]

Het meest trieste aan de zaak is misschien dit: waar geen ouder, waar ook ter wereld, afwezig zal willen zijn als een kind voor de rechter verschijnt, was Norman Golb in geen velden of wegen te bekennen toen Raphael zich in de rechtszaal verantwoordde. Had vader Golb misschien zelf iets te verbergen? Ja. Tijdens de zaak kwam uit dat hij, anders dan hij eerder had gezegd, had geweten van de activiteiten van zijn zoon.

Dat verandert de zaak grondig: kon aanvankelijk worden gezegd dat het ging om een doorgeslagen individu, er blijkt nu een academicus bij betrokken. Het is nu niet langer een civielrechtelijke zaak, het gaat nu ook om wetenschapsethiek, en het is gênant de werkgever van Golb Sr, de universiteit van Chicago, zich stil houdt. Het minste wat de universiteit had kunnen doen is een onderzoek aankondigen en een excuus maken aan degenen die door een medewerker zijn belasterd. Zoals in de affaires Guttenberg, Guggler, Stapel, Vonk en Poldermans.

De zaak illustreert ondertussen dat de universiteiten onvoldoende begrijpen dat ze online heel aanwezig moeten zijn. De formulering “the pro-Qumran clique just want the Scrolls for themselves” is rabiaat, maar illustreert dat mensen belang stellen in wetenschap en zich buitengesloten voelen. En dat zijn ze ook, want de echte wetenschap schrijdt voort achter embargo’s en in betaalsites. De affaire-Golb toont dat hieraan een einde moet komen.