Nog meer valse Dode Zee-rollen

Grot 4 uit Qumran, waar duizenden snippers van de Dode Zee-rollen zijn gevonden

Het is weer zo ver: vervalste antieke teksten! En u weet, zonder provenance is een snipper papyrus of een perkamentfragment van nul en generlei waarde. De vervalser die oud papyrus gebruikt (te koop op eBay), de receptuur van antieke inkt benut en geen scherp schrijfmateriaal gebruikt, is in het lab onherkenbaar. Misschien dat ramanspectroscopie in de toekomst iets zal opleveren, maar zelfs dan moet de vindplaats bekend zijn.

Het gaat dan ook altijd fout. Evangelie van de Vrouw van Jezus? Vals, ondanks rookgordijnen uit Harvard. Artemidorospapyrus? Vals, daar verandert de prijs van bijna drie miljoen euro niks aan. Vijf Dode Zee-rol-fragmenten in de Greencollectie? Vals. Er is onduidelijkheid over de Sapfo-papyri, maar dat er drie provenances zijn genoemd en is geschermd met een niet-bestaande authenticatiemethode, doet het ergste vrezen. En dan zijn er nog de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie, waarvan al in 2013, toen ik mijn boek Israël verdeeld schreef, werd vermoed dat ze materiaal vals waren.

Lees verder “Nog meer valse Dode Zee-rollen”

Valse Dode Zee-rollen (vervolg)

Een commentaar op Jesaja: een (wel echt) fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Ik heb het al wel vaker verteld maar het kan geen kwaad het nog eens te vertellen: het is niet moeilijk een “antieke” tekst te maken die wetenschappers niet als vals kunnen herkennen. Je koopt op eBay wat oud papyrus of perkament, zodat een koolstofdatering uitwijst dat het materiaal antiek is. Daarna maak je inkt volgens het antieke recept – een mengsel van Arabische gom en roet – zodat een spectrometer niets vreemds herkent. Zolang je geen al te scherp schrijfmateriaal gebruikt, zal de elektronenmicroscoop de minuscule krasjes niet zien die duiden op recente schrijfactiviteit.

Met deze materialen schrijf je iets dat de aandacht niet trekt, bijvoorbeeld een al bekende tekst. Daar kun je dan geen miljoen dollar voor vragen, maar als je op een veilige manier tien keer honderdduizend dollar binnenhaalt, ben je evengoed miljonair. Tot slot heb je een sufferd nodig die het koopt. Bijvoorbeeld een vrome Amerikaanse miljonairsfamilie die een museum wil bouwen om het gelijk van de Bijbel te bewijzen. Ik heb het inderdaad over de Green Collection, waarover ik al eerder heb geschreven. Vorige week bleek dat de familie Green vervalste Dode Zee-rollen heeft aangekocht.

Lees verder “Valse Dode Zee-rollen (vervolg)”

Vervalste Dode Zee-rol-fragmenten

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman). Om misverstanden te vermijden: deze fragmenten zijn afkomstig uit een gecontroleerde opgraving en hebben wetenschappelijk wél betekenis.

Het is al honderd keer gezegd: oude teksten hebben dan en slechts dan wetenschappelijk belang als ze afkomstig zijn uit een gecontroleerde opgraving. Een vervalsing is immers niet in het lab te herkennen, zoals elke student leert in zijn eerste jaar en de rest van de mensheid weet sinds het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus.

Hoe belangrijk het is ook naar dit simpele inzicht te handelen, blijkt uit de gang van zaken rond de Green Collection, die op grote schaal gestolen oudheden opkocht voor een Bijbelmuseum in Washington (dat overigens afgelopen maand open ging). De verzamelaars, een rijke Amerikaanse familie met een christelijke achtergrond, kregen de FBI achter zich aan en hebben inmiddels ingestemd met een schikking voor het door hen gepleegde culturele misdrijf. Over enkele stukken die door de handen van deze verzamelaars zijn gegaan, heerst echter nog altijd onduidelijkheid.

Lees verder “Vervalste Dode Zee-rol-fragmenten”

Fik Meijers Petrus (2)

amsterdam_gevelsteen_prinsengracht_001
Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 n.Chr. en 66 zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (2)”

Tien teksten (deel 4)

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (© Wikimedia Commons)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van tien teksten die een invloedrijk aspect van de Oudheid documenteren, herhaal ik nog even dat invloed wil zeggen dat iets ons denken en eventueel ons handelen in een bepaalde richting duwt. We doen of vinden iets, tenzij we ons daartegen verzetten. Vergelijk het met een berghelling: het is meestal makkelijker naar beneden te gaan, maar als je wil kun je ook naar boven klauteren. Invloed is niet hetzelfde als inspiratie, want we noemen iets inspirerend als we er aansluiting bij zoeken, wat impliceert dat we het niet als vanzelf doen.

Een van de aspecten van de Oudheid die ik in deze reeks behandeld wil zien, is het idee dat God zich kenbaar heeft gemaakt in de vorm van een tekst. De Wet van Mozes is het bekendste voorbeeld. Omdat dit Gods woord was, diende je het als mens serieus te overwegen maar het probleem was dat de Wet niet altijd even duidelijk was. Dus ontstonden er discussies over de juiste manier om zoveel mogelijk te leven in overeenstemming met de Wet. We spreken van halachische discussies en een van de mooiste voorbeelden is Enige werken der Wet, een de belangrijkste Dode Zee-rollen.

Lees verder “Tien teksten (deel 4)”

De Bijbel, een inleiding (3)

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Eergisteren en gisteren was ik hier bezig met een “guided tour” door de Bijbel: welke teksten zou je moeten lezen voor een eerste kennismaking met deze bibliotheek van joodse religieuze literatuur. Ik heb diverse thema’s geïntroduceerd: dat het officiële jodendom, waarvoor de geschreven literatuur belangrijk was (en dat natuurlijk niet per se representatief was voor wat de mensen werkelijk deden en geloofden), offerde aan één God, dat dit in Jeruzalem moest gebeuren en dat deze God een Verbond had gesloten met zijn uitverkoren volk (de Joden dus). Toen het Jodendom één godsdienst was in het grote Perzische Rijk, kwam daar universalisme bij: de God in Jeruzalem was er ook voor andere volken. Ik noemde ook het dualisme, ofwel het idee dat tegenover de ene God een tegenstrever stond, die in sommige religieuze teksten een kosmische tegenkracht is in een eeuwige strijd tussen goed en kwaad, maar die in andere bronnen een dienaar is van de goede God met een vreemd takenpakket.

Er is nog een ander, nieuw thema in het Jodendom van de Perzische tijd: het lezen van en discussiëren over de Wet. Het is niet helemaal duidelijk wanneer de verhalen over de Uittocht en het ontvangen van de Wet zijn geschreven (m.a.w., de eerste helft van het Bijbelboek Exodus), maar er zijn aanwijzingen dat het is gebeurd na het midden van de vierde eeuw v.Chr. Ik ben daar zelf niet van overtuigd, maar hoe dat ook zij: in de vierde eeuw wordt de discussie over de Wet belangrijker en een mooi verhaal over de herkomst zou daarin passen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (3)”

Nieuws uit Qumran???

Het fragmentje uit de nieuw-ontdekte grot (©C. Olson & O. Gutfeld)
Het fragmentje – let erop hoe klein het is in verhouding tot de zandkorrels – uit de nieuw-ontdekte grot (© C. Olson & O. Gutfeld)

Qumran is de plek bij de Dode Zee waar in de late jaren veertig en vroege jaren vijftig een kleine duizend boekrollen zijn gevonden. Ze documenteren het joodse religieuze leven in de tijd na de afsluiting van de joodse Bijbel en voor de totstandkoming van het Nieuwe Testament. De teksten zijn gevonden in elf grotten. Soms lagen de rollen in kruiken en waren ze goed bewaard, maar in Grot 4 lagen duizenden snippers die, toen het complex rond 70 n.Chr. werd afgesloten, al oud waren. Het kan zijn dat Grot 4 een geniza is geweest, een opslag van religieuze teksten die weliswaar versleten waren maar die je als gewetensvolle jood nog niet daarom meegaf met het grofvuil.

Soms duiken er in de oudhedenhandel “nieuwe” snippers op. Die kúnnen authentiek zijn. Er kunnen immers onontdekte grotten zijn: langs de hele westelijke oever van de Dode Zee zijn grotten geweest waarin teksten zijn gevonden. (De oostelijke oever, die ook door Joden werd bewoond, is nooit zo systematisch verkend en is de plek waar ik het liefst zou zoeken naar antieke manuscripten.) Die “nieuwe oude snippers” kunnen echter net zo goed vals zijn. Zoals ik in deze kleine blog al vaker heb aangegeven, kunnen wetenschappers in een laboratorium niet vaststellen of een tekstfragment echt is of niet, wanneer de vervalser antiek papyrus gebruikt, de receptuur van antieke inkt volgt en een kwastje gebruikt in plaats van een pen. Oude manuscripten hebben uitsluitend betekenis als we ze vinden in een gecontroleerde opgraving. Anders zijn ze wetenschappelijk volstrekt waardeloos en is het een verspilling van tijd ernaar om te zien.

Lees verder “Nieuws uit Qumran???”