Dode Zee-rollen

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

De Dode Zee-rollen zijn een enorme verzameling joodse teksten uit de periode van 200 v.Chr. tot 70 n.Chr. Ze zijn tussen 1947 en 1956 ontdekt op een plek die Qumran heet: aanvankelijk zo’n 700 perkamentfragmenten, waarvan men aannam dat ze behoorden tot niet minder dan zeventig teksten, en later kwamen daar nog 15.000 snippers uit Grot 4 bij.

Veel van de boekrollen bevatten welbekende Bijbelteksten, zij het vaak in varianten die we nog niet kenden, zodat we nu beter kunnen reconstrueren wat ooit bedoeld moet zijn geweest. Talloze begrippen uit het vroege christendom, zoals het woord “messias” en de uitdrukking “het nieuwe verbond”, kunnen we nu van meer context voorzien.

Andere teksten bieden uitwerkingen van (of commentaar op) bekende Bijbelverhalen en weer andere bieden inzicht in het leven van een sekte die tot de ontdekking van de Dode Zee-rollen volkomen onbekend was. Meestal identificeert men die sekte met “de essenen”, maar er zijn ook geleerden die beweren dat de Qumran-sekte een afsplitsing is van de essenen. Voor mijn boek Israël hersteld moet ik over deze kwestie nog een standpunt bepalen, want deze sekte speelt een vrij belangrijke rol.

Dat die sekte heeft bestaan, is een feit. Of álle boekrollen aan de sekte hebben behoord, is een heel andere vraag. Daarom was er vandaag in het Qumraninstituut in Groningen een symposium over de vraag over de (deel)verzamelingen. In de middag presenteerden drie jonge onderzoekers het werk waarmee ze bezig waren. Ik ging erheen, deels omdat ik de vraag de moeite waard vind, deels omdat ik op een bijeenkomst als deze word geconfronteerd met valkuilen die de onderzoekers wél herkennen en die ik, naïef lezend, niet zie.

Ik ga hier niet samenvatten wat ik allemaal leerde, want dat was zó veel dat ik tijdens de lunch even de stad in ben gegaan, om alles tijdens een zonnig wandelingetje over de markt even op een rijtje te zetten. Hier zet ik in steno wat dingen op een rijtje die mijn aandacht trokken, zonder de pretentie compleet te zijn of zelfs maar het belangrijkste te hebben beschreven.

1. Een deel van de problematiek is veroorzaakt doordat niet alle archeologische vondsten zijn gepubliceerd. Ik begrijp dat het aardewerkonderzoek momenteel stil ligt, hoewel nog een derde van het materiaal moet worden onderzocht. Alle teksten zijn gepubliceerd en vertaald, op wat snippers na die op de vrije markt zijn terechtgekomen.

2. Over één zo’n snipper werd uitgelegd dat het een variant leek te zijn die de Hebreeuwse “vorlage” leek te documenteren van een Griekse vertaling van Jeremia. Tot vandaag dacht ik dat infraroodfoto’s zonder meer onze kennis verbeterden, maar dit bleek een geval waar de foto in natuurlijk licht aannemelijk maakte dat er een razuur was geweest in de tekst, d.w.z. dat een deel van de tekst was weggeschrapt. Op een infraroodfoto is zoiets niet te zien.

3. De gebouwen van Qumran, die wel als een afgelegen klooster zijn geïnterpreteerd, waren niet zo heel geïsoleerd. Er is aardewerk van elders gevonden. Munten, op papyrus geschreven teksten (afkomstig uit Egypte), enorme hoeveelheden dadelpitten en transportamforen duiden op handelscontacten. Uiteraard geldt dit alleen als die papyrusteksten niet naar de plek zijn toegebracht.

4. Het grafveld, onmiddellijk bij het veronderstelde klooster, en de aanwezigheid van secundaire begravingen, bewijzen dat de plaats voor althans sommige joden voldoende belangrijk was om er begraven te willen worden. Mogelijk hebben “related communities” niet alleen hun doden in Qumran begraven, maar – tijdens de Joods-Romeinse Oorlog van 66-70 – ook hun boekrollen naar de vertrouwde plek gebracht.

5.  Sommige boekrollen zijn weggezet met een stuk textiel als bescherming. Dat doet denken, merkte een onderzoekster op, aan een lijkwade. Ik bedacht dat de amforen waarin de boekrollen ook wel werden weggezet, eveneens werden gebruikt voor begravingen.

6. De aanwezigheid van veel inktpotten én de chemische analyse van één boekrol, die lokaal vervaardigd bleek, bewijst dat er althans enige schrijfactiviteit was in Qumran. Er is een vertrek dat als scriptorium zou kunnen hebben gediend en we weten dat er boeken zijn ondergebracht in grotten – maar waar is de eigenlijke bibliotheek? Hoe zag die eruit?

7. Sommige van de grotten waarin boekrollen zijn gevonden, zijn door mensen bewoond geweest, andere niet. Grot 10 kan het beste worden beschouwd als een grotwoning waarin toevallig één beschreven scherf is gevonden.

8. In Grot 4 is al het materiaal én vrij oud én religieus van aard; het zou een geniza kunnen zijn. Ook Grot 1 en Grot 11 kunnen, maar dan voor een veel langere periode, hebben gediend als opslag van oude rollen. Grot 5 lijkt een privébibliotheek van één individu te zijn geweest, met een gebalanceerde collectie, en dat zou ook voor Grot 2 en Grot 6 kunnen gelden. De kunstmatig aangelegde Grot 7 kende alleen Grieks materiaal en lijkt op een of andere manier te hebben gehoord bij de eveneens kunstmatige Grot 8 en Grot 9. Van Grot 3 is geopperd dat de boekrollen en de beroemde Koperen Rol niet op hetzelfde moment zijn achtergelaten, maar dat is ook weer tegengesproken. Samenvattend: je krijgt niet het idee dat al het materiaal in één keer door één gemeenschap naar de grotten is gebracht.

9. Er is geen reden aan te nemen dat de sekte, wat die ook moge zijn geweest, geen materiaal kan hebben bezeten of zelfs gekopieerd waarmee het het oneens was.

11. Het symposium werd elk half uur vrolijk opgeluisterd door een carillon.

12. Anders dan bij symposia van journalisten, zit bij symposia van Qumran-geleerden niemand te twitteren.

13. Het voor mij interessantste nieuws was dat de komende expositie van de Dode Zee-rollen in Assen als gastcurator een van de medewerkers van het Groningse Qumraninstituut heeft, Mladen Popovic. Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, droom ik er al lang van dat de universiteiten een minder passieve rol gaan spelen in de wetenschapscommunicatie, bijvoorbeeld door de regie over exposities te nemen. Het argument dat dat niet kan, is dus niet juist. At least I’m sure it may be so in Assen.

9 gedachtes over “Dode Zee-rollen

  1. Ja, na Van der Woude en Garcia Martinez is het nu de beurt aan een nieuwe generatie, met Popovic aan het roer. Mogen we in Groningen best trots op zijn, op deze traditie!

  2. MNb

    “moet ik over deze kwestie nog een standpunt bepalen”
    Alsjeblieft niet doen. Veel interessanter is om beide (of meer) standpunten beurtelings in te nemen, de consequenties te onderzoeken en proberen uit te zoeken hoe je voor of tegen ieder standpunt zou kunnen beslissen.
    Een eventueel eigen standpunt komt dan in de vorm van een conclusie.
    Levert ook nog eens spannender leesvoer op.

    1. Nee, de precieze aanduiding van de sekte is voor mij niet zo heel erg interessant. Wat voor mij belangrijk is, is dat Jezus een combinatie doet van ideeën die deels farizees zijn, soms zelotisch en een enkele keer esseens (of welke naam het ook moge wezen). Een destijds onmogelijk geachte combinatie, die alleen mogelijk was doordat Jezus een charismaticus was.

      De sekte als zodanig is voor mijn boek niet echt interessant. Ik moet dus kiezen welk etiket ik erop plak, en dan doorgaan naar de ideeën die zijn doorgestroomd naar het christendom.

  3. MIJ

    Jona, kan je een paar literatuurtips geven over de Dode Zeerollen die nuttig zijn ter voorbereiding op de komende tentoonstelling in Assen?

  4. Ellen Wendel

    Er is door het Nederlands bijbelgenootschap een Themanummer over Qumran en de bijbel uitgegeven. In het Kwartaalblad : Met Andere Woorden. 29 ste jaargang maart 2010
    Ook zeer lezenswaardig is het boek van John Desalvo
    De Dode Zeerollen, Geschiedenis en geheimen (Librero)
    Met veel prachtige foto’s.

    Ellen

  5. Zeer interessante materie natuurlijk. Heel jammer dat er maar weinig werkelijk de intentie en intonatie van de Essenen kennen. De lijn der Essenen, die als een rode draad door de bijbels lopen, zijn namelijk onveranderd in die bijbels aanwezig. Zelfs door al die vertalingen en herschrijvingen heen.

    Het maakt het dat de wetten der Essenen nog steeds werken en gelden in het hedendaagse leven. Nog sterker dan voorheen zou je bijna zeggen.

Reacties zijn gesloten.