Dood paard

Paardenskelet
Paardenskelet (Andreasstift, Worms)

Het paardenskelet dat u hierboven ziet, is te zien in het Andreasstift in Worms. Dat is historische grond: het is de plaats waar in het voorjaar van 1521 de beroemde Rijksdag plaatsvond waar Martin Luther zich verantwoordde tegenover keizer Karel V. (De hervormer heeft de beroemde woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders” overigens nooit gesproken.) Tegenwoordig is er een archeologisch museum.

En dit is dus het graf van een merrie. Er is een koolstofdatering die aangeeft dat het dier rond 580 ± 85 v.Chr. is overleden, wat wil zeggen dat er 65% kans is dat het gebeurde tussen 665 en 495 (en 95% dat het plaatsvond tussen 750 en 410). Veel interessanter dan de vraag wanneer het paard dood ging, is de vraag waarom. De schedel is namelijk ingeslagen.

Zou het een offer kunnen zijn? Uitgesloten is het zeker niet. Op de schouderbladen, ribben en schedel zijn snijsporen te zien, wat suggereert dat het dier is gevild en dat het vlees van het skelet is afgesneden. Zoiets doe je na een offer: de goden krijgen traditioneel het vet en de botten, het vlees houd je voor jezelf. De mensen in de Oudheid waren wel goed maar niet gek.

Juist dat laatste suggereert echter dat het géén offer was. De merrie, een kleine zeven jaar oud, stond op het punt een veulen te werpen. Aangezien je wel goed maar niet gek bent, is het verstandiger als je óf een ander dier offert óf nog een paar maanden wacht tot je deze merrie doodt.

Het dier is later zorgvuldig begraven. Dat is niet zo vreemd. De bewoners van dit gebied, die vaak gemakshalve worden aangeduid als “Kelten”, beheersten de handel tussen de grondstoffen die in het hoge noorden werden gewonnen – barsteen en tinerts met name – en waren puissant rijk. Dat wilden deze groothandelaren tonen en niet zelden lieten ze zich begraven met een strijdwagen en paarden.

Dát het dier werd bijgezet op een grafveld is dus niet zo vreemd, maar waarom het dier werd gedood – we hebben, zoals zo vaak in de Oudheid, geen idee.

**

Dit was de negenentwintigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.