De wierookroute (1)

Wierookbrander (Musée nationale de Carthage)

[Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en ik heb de afgelopen dagen al enkele aspecten behandeld. Dankzij de DNA-revolutie weten we nu dat er in oude tijden veel meer mobiliteit is geweest dan we lange tijd hebben aangenomen. De netwerken waren ook veel wijder dan we dachten. Ik ga daarom nog eens in op de Wierookroute, waarover ik in 2016 het onderstaande publiceerde in het tijdschrift Hermeneus.]

Van Sapfo tot Nero

Aan het einde van de zevende eeuw v.Chr. bezong de Griekse dichteres Sapfo de bruiloft van Andromache en Hektor. In dit gedicht (fr.44) noemt ze enkele geurstoffen, waaronder wierook, die ze aanduidt met het arabisme libanos. Ze gebruikte het leenwoord, dat bijdroeg aan een sfeer van exotische luxe, zonder toelichting: haar publiek wist wat wierook was en daaruit kunnen we afleiden dat de geurstof in Griekenland niet zeldzaam meer was. Dat blijkt ook uit het feit dat vanaf de achtste eeuw steeds meer wierookbranders en -altaren in gebruik kwamen.

Dat is verrassend vroeg, want de dromedaris, die noodzakelijk was om het product vanuit het huidige Oman door de Arabische woestijnen naar het Middellandse Zeegebied te brengen, was pas een gangbaar vervoermiddel geworden in de negende eeuw. Dat de gewoonte om wierook te verbranden zich in pakweg een eeuw verspreidde tot in het verre Griekenland, suggereert een enorme populariteit.

Dat was echter nog maar het begin. Rond het midden van de vijfde eeuw meldt de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos dat de Babyloniërs achthonderd talenten wierook per jaar verbrandden voor hun oppergod Marduk. Dezelfde auteur weet dat de Perzen, toen ze het eiland Delos in 490 v.Chr. bezetten, daar op een enkele dag driehonderd talenten offerden aan Apollo. In de eerste eeuw n.Chr. citeert de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere connaisseurs die wisten dat keizer Nero meer wierook had verbrand bij de uitvaart van Poppaea dan heel Arabië in één jaar produceerde. Tijdens de christenvervolging van keizer Decius, rond het midden van de derde eeuw, brandden honderdduizenden Romeinen reukstoffen voor het welzijn van de heerser. Kortom: wierook werd gebruikt op een onvoorstelbaar grote schaal.

Van tempel tot tempel

Dat geen vreemdeling wist hoe de Arabieren aan wierook kwamen, moet hebben bijgedragen aan de charme. Herodotos kende alleen verhalen over vliegende slangen die de bomen bewaakten en ook latere schrijvers herhaalden de verhalen die de Arabieren vertelden om bezoekers af te schrikken. Zo lezen we in de nautische tekst die bekendstaat als de Rondvaart door de Rode Zee dat het klimaat in het Wierookland zó ongezond was dat het werk werd overgelaten aan gedeporteerde criminelen.

Aristoteles’ leerling Theofrastos vernam de waarheid van enkele zeelieden uit Heroönpolis in oostelijk Egypte. Omdat ze water hadden moeten innemen, waren ze aan land gegaan in Oman en daar hadden ze wierookbomen gezien. Het was toevallig net oogsttijd. Omdat de bewoners, zoals Theofrastos bij wijze van zachte kritiek laat doorschemeren, “rechtvaardige mensen waren”, waren ze niet op het idee gekomen de bomen te bewaken, waardoor de zeelui de wierook hadden kunnen meenemen.

Hun buit was de hars van de boom die botanisten aanduiden als Boswellia Sacra. Deze groeit alleen in een heet, droog klimaat op bepaalde bodems. (De Nederlandse en Belgische arboreta hebben deze beroemde boom dan ook niet.) Hij groeit alleen in westelijk India, oostelijk Afrika en in Dhofar in zuidwestelijk Oman, waar moessonregens er af en toe voor zorgen dat er, ondanks de hitte en droogte, voldoende water is. “Een ontoegankelijk en woest gebied”, beschrijft de Rondvaart het gebied na een moesson, “gehuld in ondoordringbare wolken en mist”.

Theofrastos vertelt hoe in Dhofar het hars wordt gewonnen. Met bijlen kerfden de boomtelers sneden in de stam, waarin het sap kon drogen tot de oogsttijd. Er waren kleinere kerven in de takken, waaruit de vloeistof kon neerdruppelen op de grond, die was bedekt met matten om deze “tranen” (harsdruppels) op te vangen.

De verzamelde hars werd vervolgens gebracht naar het heiligdom van Dhofars zonnegod. Dit was de eerste van enkele tempels die de wierookhandel beheersten, wat goed past bij wat we weten over de economie van het Midden-Oosten, waar tempels en paleizen eeuwenlang de knooppunten waren van de internationale handel. Vanuit de zonnetempel van Dhofar brachten karavanen het product naar de steden van het huidige Jemen.

Omdat de lading kostbaar was, waren er langs de route allerlei forten, zoals de versterking bij Shishr in westelijk Oman. Archeologen vonden hier aardewerk uit Perzië en het Romeinse Rijk, die een aanwijzing bieden voor de omvang van het handelsnetwerk. Het is interessant dat het fort uiteindelijk instortte omdat de karavanen te veel grondwater hadden ingenomen en zo het gebouw hadden ondermijnd.

Zo’n 500 kilometer westelijker lag Shabwa, de hoofdstad van het koninkrijk Hadramaut in oostelijk Jemen. De kooplieden bezochten hier een andere tempel, waar ze 10% van de waarde van hun lading moesten betalen. Dat was een fors kapitaal, waardoor de Grieken en Romeinen begonnen te geloven dat dit deel van de wereld extreem rijk was. Ze spraken van Arabia felix, “gefortuneerd Arabië”, hoewel we uit de plaatselijke inscripties weten dat de Jemenitische stedelingen zichzelf nou net niet beschouwden als Arabieren: dat was de naam die ze gaven aan de woestijnnomaden. Dit zou veranderen, zoals we nog zullen zien.

[Wordt vervolgd. De wierookbrander die hierboven is afgebeeld, dateert van rond het midden van de tweede eeuw en is gevonden in Karthago. Het was de 271e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

6 gedachtes over “De wierookroute (1)

  1. FrankB

    Leuk, want van de eeuwige zijderoute heb ik zo langzamerhand de buik vol. Ook het verhaal van de diefstal van de zijderups kende ik al lang (waarschijnlijk een andere versie, dat weet ik niet meer zo precies). Maar het Arabisch schiereiland gedurende de Oudheid, dat is leuk. Natuurlijk is mijn belangstelling politiek gemotiveerd. Ik vind al jaren dat ook het Arabisch schiereiland tot het Europees cultuurgebied behoort. Zie het nieuws van gisteren: Saudi-Arabië en de voorpost van de joods-christelijke beschaving in de Levant zijn min of meer bondgenoten tegen Iran. Israel is natuurlijk een Amerikaans bruggenhoofd en de VSA zijn via via de opvolgers van het Romeinse Rijk, dus we hebben weer eens een aloude bekende politieke constellatie.
    (Zo, dat was even lekker kort door de bocht).

  2. eduard

    Die wierook werd, voor de domesticatie van de dromedaris, waarschijnlijk al met schepen naar Mesopotamië en Egypte gebracht, misschien was hierdoor de markt rijp gemaakt, door die associatie van wierook met oosterse luxe. De dromedaris heet niet voor niets het schip van de woestijn: het nam de rol van de schepen over.

  3. Henk Smout

    Genusnaam begint met hoofdletter en epitheton specificum met kleine letter, dus Boswellia sacra. Voorgeschreven in de nomenclatuurregels.

  4. Manfred

    Zouden die rechtvaardige wierookkwekers hebben geweten dat hun goedje elders zoveel waard was? Immers, verderop de route werd de bewaking en belasting steeds forser terwijl die bij hen totaal ontbrak.

  5. ” het werk werd overgelaten aan gedeporteerde criminelen”: Als de ‘criminelen’ gedeporteerd waren, waren ze er niet meer! Er moet dus iets worden toegevoegd over waar ze vandaan kwamen om in Oman aan de slag te gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s