Kerstmis in Isfahan

De Lotfollah-moskee in Isfahan heeft niks met dit stukje te maken maar ach, hij is gewoon erg mooi.

Het was de ochtend voor kerstmis en ik liep over straat met over mijn schouder een sporttas, over de ene arm een colbertje, onder de andere arm drie kerststollen en in de rechterhand een tasje met chocoladekerstkransjes. Het was duidelijk dat ik iets ging vieren en dat trok de aandacht: een voorbijganger vroeg me of ik wel wijn had kunnen kopen.

In één seconde had ik drie verschillende reacties. Eerst was ik uit het veld geslagen door de bizarre vraag. Daarna hervond ik mezelf: ik was in Iran, waar niemand de verleiding kan weerstaan een praatje aan te knopen met een vreemdeling. Je moet als Europeaan niet opkijken van curieuze vragen, zelfs niet van een aanbod je te helpen zoeken naar iets wat eigenlijk niet is toegestaan. En tot slot begreep ik wat de man had gebracht tot zijn opmerkelijke vraag: hij had uit mijn kerststollen en -kransen afgeleid dat ik kerstmis kwam vieren, wist dat christenen daarbij een ritueel hebben met brood en wijn, maar wist niet dat ze niet hun eigen drank naar de kerk meenemen.

Ik schoot in de lach om het misverstand en vertelde de man dat ik weliswaar over straat ging met kerstattributen, maar dat ik in Isfahan was voor een verlovingsfeest en wat lekkernijen had meegenomen uit eigen land. Om er zeker van te zijn dat ik niet verstrikt zou raken in een langer gesprek dan me op dat moment lief was, vervolgde ik dat ik nu op weg was naar mijn hotel om slaap in te halen na een nachtvlucht. De man begreep de hint, informeerde nog waar ik vandaan kwam, schudde me de hand – ik had alleen de linker vrij – en verzocht me de verloofden zijn gelukwensen over te brengen.

Wat denkt u? Gebruikte de islamitische republiek Iran, die deel uitmaakt van de Axis of Evil van president Bush, een agent provocateur om me te verleiden tot een wetsovertreding? Het is geen rare gedachte, want dit waren de jaren waarin president Ahmedinejad werkelijk alles leek te doen om op ramkoers te raken met het Westen. Maar ik durf er een goede fles onder te verwedden dat dit een gewone, aardige, xenofiele en behulpzame Iraniër was. Ik wil er ook wel om wedden dat de man vrij representatief was voor althans de stedelijke bevolking.

Iran mag dan trots zijn op zijn sjiitische identiteit en tot voor kort zijn bestuurd door een president met onnavolgbare ideeën, het is de DDR niet. Hoe vaker ik er kom – sinds 2004 elk jaar een of twee keer – hoe minder de generalisaties van de westerse media blijken te kloppen. Ik zeg daarmee niet dat de islamitische republiek de heilstaat is; ik zeg alleen dat onze media, ondanks enkele goede correspondenten, een selectief beeld schetsen. Het omgekeerde gebeurt ook: ik herinner me een Iraanse TV-documentaire over Nederland waarin drugsgebruikers en tippelaarsters frequenter in beeld kwamen dan ik ze ooit in werkelijkheid zag.

Momenteel is er een diplomatieke detente tussen Iran en het Westen. Amerika is bijna energie-onafhankelijk en is niet meer gebonden aan Saoedi-Arabië, terwijl Iran heeft ontdekt dat samenwerking met de westerse landen lucratiever is dan confrontatie. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. De wederzijdse vooroordelen zijn kolossaal, maar daar staat tegenover dat genoeg mensen – islamitisch of westers – gewoon aardig, xenofiel en behulpzaam zijn.

[Mijn wekelijkse column op Sargasso, afgelopen maandag.]