Kerstmis 1987

De studentenflats in Diemen

Het zal kerstmis 1987 zijn geweest, al weet ik dat niet helemaal zeker. In elk geval: ik woonde in de studentenflat in Diemen die u hierboven ziet en was bij mijn ouders geweest. Vanuit het boemeltje dat me vanuit Amersfoort naar Diemen bracht, zag ik al dat er geen licht brandde op de vijfde van de vijftien verdiepingen. Het verbaasde me een beetje, want de studenten op mijn gang waren niet bepaald energiebewust.

Niet veel later wandelde ik de flat binnen. Er zat een gat in het draadglas van de voordeur. “Ik moet er morgen even een plankje achter timmeren,” dacht ik, “anders maken we het wel erg makkelijk voor inbrekers.” Met een ijzerdraadje zou het immers simpel zijn de deur van binnenuit te openen.

Lees verder “Kerstmis 1987”

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie van Lukas te behandelen. De voorgeschiedenis – de volkstelling van Quirinius – veronderstel ik bekend. Jozef en zijn zwangere echtgenote Maria zijn aangekomen in Betlehem.

Geen plaats in de herberg

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

De laatste regel wordt vaak vertaald als “geen plaats in de herberg”. Dat heeft geleid tot het misverstand in het bovenstaande plaatje: dat een harteloze herbergier het echtpaar zou hebben geschoffeerd. Het is niet eens helemaal uit te sluiten. Betlehem lag in Juda, waar men de neus wat ophaalde voor de boerenkinkels uit Galilea.

Lees verder “Geen plaats in de herberg”

Herders in de velden

Een herder en zijn schapen (Bode-Museum, Berlijn)

Een traditionele kerststal toont zowel de door Lukas vermelde herders als de door Mattheüs vermelde wijzen. Die laatsten hebben niets te maken met de geboorte van Jezus: Mattheüs spreekt van een paidion, een kind, en niet van een baby, brefos. Ik kom er nog op terug. Vandaag de herders, geciteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Uitschot

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Lees verder “Herders in de velden”

Zes kerstmisgasten

Met kerstmis vertelt u uw ouders dat u bij uw schoonfamilie bent en u zegt uw schoonouders dat u bij uw ouders dineert. Aangezien de krant vol staat met gemakzuchtige jaaroverzichten en de TV dit jaar voor de vijfenzestigste keer Sissi vertoont – het dertiende lustrum – hoeft u slechts de telefoon uit te doen om te genieten van een goed boek. Zo heeft u elk jaar rustige feestdagen gehad.

Maar nu wil het kabinet dus, als ik het goed begrijp, dat u zes gasten ontvangt.

Om u te helpen stel ik u er zes voor waarmee u én uw broodnodige rust hebt én het kabinet ter wille bent.

Lees verder “Zes kerstmisgasten”

Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in Lochem in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Het proactieve Kerststukje

De drie wijzen uit het oosten bij koning Herodes. Byzantijns mozaïek uit de Chora-kerk in Istanbul.

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Lees verder “Het proactieve Kerststukje”

Jezus’ geboortejaar

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Die had ik moeten zien aankomen, de vraag onder mijn blogstukje over Quirinius: wanneer vond die volkstelling plaats?

Antwoord: Herodes Archelaus is in 6 n.Chr. verbannen, dus dat is ook de tijd van de annexatie van Judea en de bijbehorende volkstelling. Misschien 7. Zoiets.

En daarmee komen we op een van die vele kwesties uit de oude geschiedenis waarover meer is geschreven dan het belang van het onderwerp rechtvaardigt: Jezus’ geboortejaar. (Andere voorbeelden uit deze categorie: de plek waar Hannibal de Alpen overstak en de doodsoorzaak van Alexander de Grote.)

Twee geboortejaren

Ter zake. Als we alleen het volkstellingsverhaal in Lukas 2 lezen, zouden we concluderen dat Jezus is geboren in 6 na Chr., misschien 7. Dat is echter in tegenspraak met wat Matteüs schrijft: de wijzen uit het oosten – over wie ik al eens blogde – kwamen in Jeruzalem toen koning Herodes de Grote nog aan de macht was (Mt 3.1) en enige tijd voor de troonsbestijging van Herodes Archelaus (Mt 3.22). Herodes overleed in 5/4 v.Chr. en dus is Jezus op z’n laatst in die winter geboren.

Lees verder “Jezus’ geboortejaar”

Kerstmis in Isfahan

De Lotfollah-moskee in Isfahan heeft niks met dit stukje te maken maar ach, hij is gewoon erg mooi.

Het was de ochtend voor kerstmis en ik liep over straat met over mijn schouder een sporttas, over de ene arm een colbertje, onder de andere arm drie kerststollen en in de rechterhand een tasje met chocoladekerstkransjes. Het was duidelijk dat ik iets ging vieren en dat trok de aandacht: een voorbijganger vroeg me of ik wel wijn had kunnen kopen.

In één seconde had ik drie verschillende reacties. Eerst was ik uit het veld geslagen door de bizarre vraag. Daarna hervond ik mezelf: ik was in Iran, waar niemand de verleiding kan weerstaan een praatje aan te knopen met een vreemdeling. Je moet als Europeaan niet opkijken van curieuze vragen, zelfs niet van een aanbod je te helpen zoeken naar iets wat eigenlijk niet is toegestaan. En tot slot begreep ik wat de man had gebracht tot zijn opmerkelijke vraag: hij had uit mijn kerststollen en -kransen afgeleid dat ik kerstmis kwam vieren, wist dat christenen daarbij een ritueel hebben met brood en wijn, maar wist niet dat ze niet hun eigen drank naar de kerk meenemen.

Lees verder “Kerstmis in Isfahan”

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament

De vier evangelisten (Lukas links)

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament is te vinden in het evangelie van Lukas: de geslachtslijst van Jezus (Lukas 3.23-38). Het is een opsomming van zesenzeventig persoonsnamen, alle voorouders van de messias. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer de tekst overslaat.

Dat is jammer, want er is veel interessants aan te ontdekken.

Lees verder “Het saaiste deel van het Nieuwe Testament”