Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Het proactieve Kerststukje

De drie wijzen uit het oosten bij koning Herodes. Byzantijns mozaïek uit de Chora-kerk in Istanbul.

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Lees verder “Het proactieve Kerststukje”

Jezus’ geboortejaar

ster_betlehem_gevelsteen_prinsengracht_162
De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Die had ik moeten zien aankomen, de vraag onder mijn blogstukje over Quirinius: wanneer vond die volkstelling plaats?

Antwoord: Herodes Archelaus is in 6 n.Chr. verbannen, dus dat is ook de tijd van de annexatie van Judea en de bijbehorende volkstelling. Misschien 7. Zoiets.

En daarmee komen we op een van die vele kwesties uit de oude geschiedenis waarover meer is geschreven dan het belang van het onderwerp rechtvaardigt: Jezus’ geboortejaar. (Andere voorbeelden uit deze categorie: de plek waar Hannibal de Alpen overstak en de doodsoorzaak van Alexander de Grote.)

Ter zake. Als we alleen het volkstellingsverhaal in Lukas 2 lezen, zouden we concluderen dat Jezus is geboren in 6 n.Chr., misschien 7. Dat is echter in tegenspraak met wat Matteüs schrijft: de wijzen uit het oosten – over wie ik al eens blogde – kwamen in Jeruzalem toen koning Herodes de Grote nog aan de macht was (Mt 3.1) en enige tijd voor de troonsbestijging van Herodes Archelaus (Mt 3.22). Herodes overleed in 5/4 v.Chr. en dus is Jezus op z’n laatst in die winter geboren.

Lees verder “Jezus’ geboortejaar”

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament

 

De vier evangelisten (Lukas links)

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament is te vinden in het evangelie van Lukas: de geslachtslijst van Jezus (Lukas 3.23-38). Het is een opsomming van zesenzeventig persoonsnamen, alle voorouders van de messias. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer de tekst overslaat.

Dat is jammer, want er is veel interessants aan te ontdekken.

Lees verder “Het saaiste deel van het Nieuwe Testament”