Archeoloog in Soedan (11)

Kawa
Kawa

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; het onderstaande schreef hij op 28 januari.]

Onlangs zijn we op bezoek gegaan bij de opgravingen van onze directe collega’s in Kawa. Het British Museum voert hier al jaren opgravingen uit. Kawa was het administratieve centrum van de directe omgeving, zoals Dongola dat nu is. De stad ligt direct aan de Nijl en moet in de Kerma-periode gesticht zijn, want er zijn begravingen uit deze periode bekend. De stad blijft in gebruik tot het einde van de Meroïtische periode. De omvang van de site is enorm. Er is een nederzettingsterrein van minstens 40 hectaren, en daarbij horen ook enkele begraafplaatsen uit verschillende perioden, elk van vergelijkbare omvang. De grootste beperking van Kawa is dat het niet een bepaald fotogenieke site is. Aan het oppervlak is niet veel zichtbaar, en dat maakt het moeilijk je in te leven in de site. Dit is best jammer, want het heeft veel te bieden.

Het probleem van Kawa is de wind. De wind is er doorgaans erg sterk en brengt constant zand met zich mee. Dat wat dit jaar wordt uitgegraven is volgend jaar, gegarandeerd, weer gevuld tot het loopvlak. De site ziet er daardoor in feite uit als een zandvlakte, met wat eigenaardige hogere delen. Daarentegen is de conservering van de site door dit aangewaaide zand wel heel goed.

De wind en het zand was al een probleem in de Oudheid. Er zijn verschillende inscripties bekend van farao’s die zich beklagen over tempels die tot de nok toe gevuld zijn met zand en plechtig beloven de tempels schoon te vegen. Ook in de opgravingen is het zichtbaar. Bewoningslagen worden gescheiden door dikke afzettingen van zand. Men moet zich voorstellen dat de bewoners een tijdlang de boel aan kant hielden, maar dat als dat een tijd niet gedaan werd, door veranderde omstandigheden, dat het al snel niet meer te redden was. Een voorbeeld is een kleine tempel die aanvankelijk op een verhoging stond, maar in zijn laatste gebruiksfase praktisch ondergronds was. Er zijn schattingen dat op bepaalde delen de site wel tot 12 meter diepte zou kunnen reiken, een diepte die te gevaarlijk is om te graven in rul zand.

Bij de opgravingen is één klein team aan het werk op de nederzetting, en een fors team op de late (Napatan/Meroïtisch) begraafplaats. De nederzetting is bijzonder ingewikkeld. Het is een wirwar van kleitichel muren, waarvan het lastig te bepalen is welke precies bij elkaar horen en welke niet. Sommige oude muren worden telkens hergebruikt, terwijl anderen worden uitgebroken, verplaatst, of aangepast. Nieuwe muren worden er plompverloren tussen geplaatst, maar kunnen ook keurig vervlochten worden met andere muren. Het team heeft een flinke klus te klaren. Mijn indruk is dat de nederzetting zich organisch ontwikkelde. Huizen, of delen van huizen worden constant aangepast aan de behoeften van de bewoners, en dat gebeurt elke keer met een andere mate van zorg. Voeg daar de constante aanvoer van zand aan toe en het wordt een behoorlijk lastig plaatje.

Het team dat in op de begraafplaats werkt graven piramides op. Ja, piramides! Kawa is een plek waar nog steeds nieuwe piramides ontdekt worden. Het is niet dat ze het puntje vinden en dan het hele geval moeten uitgraven, maar het gaat om piramides die grondig verwoest en meestal ook geplunderd zijn. Toch is het mogelijk om de onderste steenrijen terug te vinden en op basis daarvan een indruk te krijgen van de totale omvang. Bijvoorbeeld een vierkant van 10 meter bij 10 meter aan de basis, met een duidelijk verloop naar binnen van de volgende rijen. In sommige gevallen gaat het om piramides gemaakt van kleitichels, die aanzienlijk minder goed bestand zijn tegen de elementen. Dit jaar worden een aantal piramides en bijbehorende grafkamers onderzocht.