Joodse literatuur

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (Wikimedia Commons)

Het is onmogelijk een inschatting te maken van de mentale afstand die ons scheidt van de Joodse wereld aan het begin van onze jaartelling. De evangeliën documenteren de rafelrand van de antieke samenleving en gaan over de opvattingen van marginale mensen als vissers, hoeren en timmerlieden. Ze waren arm, wisten wat honger was en hadden de middelen niet om zich te laten scholen. Is dit voor ons, levend in de welvarendste samenleving uit de menselijke geschiedenis, al moeilijk voor te stellen, nog moeilijker te begrijpen is wat het met mensen doet rechteloos te zijn. Dat moet voor het overgrote deel van de bevolking van de oude wereld echter de dagelijkse realiteit zijn geweest.

Andere Joodse teksten waren geschreven door geleerden die heel erg vertrouwd waren met de toenmalige religieuze teksten. De Dode Zee-rollen hangen van allusies aan elkaar en als in de Mishna (een grote optekening van rabbijnse wijsheid uit de late tweede eeuw n.Chr.) een versregel wordt aangehaald, kan de samensteller volstaan met de eerste woorden. Wij bezitten deze vertrouwdheid ten enenmale niet en veel teksten blijven daarom onbegrijpelijk. Zelfs commentaren, die toch bedoeld zijn geweest om teksten uit te leggen, veronderstellen meer bekend dan ze verhelderen. (De auteur van het beroemde Commentaar op Habakuk hoefde bijvoorbeeld niet uit te leggen wie de Leraar der Gerechtigheid was, want dat was mondeling al doorgegeven.) Wat we in de teksten van de Joodse schriftgeleerden zien, is maar een deel van de informatie die circuleerde. Dit werd al in de Oudheid als probleem ervaren en in elk geval Q en de Mishna zijn bedoeld geweest om mondelinge tradities te bewaren.

Hoe ga je als eenentwintigste lezer om met teksten uit een totaal andere wereld, waaraan belangrijke zaken ontbreken? In elk geval stort je je in een zee van moeilijkheden. Je zult om te beginnen de wereld moeten reconstrueren waarin de auteurs leefden om vervolgens te zien wat een bepaalde tekst in die context kan hebben betekend. Als bijvoorbeeld in farizese teksten en de evangeliën sprake is van schulden, mag je ervan uitgaan dat dit slaat op concrete financiële moeilijkheden en niet overdrachtelijk is bedoeld. Een probleem hierbij is echter dat de context waarin teksten moeten worden geïnterpreteerd, deels moet worden gereconstrueerd aan de hand van diezelfde teksten, zodat cirkelredeneringen altijd mogelijk zijn.

De oplossing is verbreding van het databestand en daarom is de ontdekking van de Dode Zee-rollen zo belangrijk: een enorme uitbreiding van het aantal bronnen, waardoor het mogelijk werd de Joodse wereld met meer nauwkeurigheid te reconstrueren. Historici doen doorgaans wat bescheiden over de tijdelijkheid van hun interpretaties, die over enige tijd weer achterhaald zullen worden door nieuwe perspectieven, maar dankzij de vondsten bij Qumran is werkelijk vooruitgang geboekt en we weten nu meer over bijvoorbeeld het messianisme dan driekwart eeuw geleden.

De archeologie heeft eveneens geholpen om een beter beeld te krijgen van het Judea aan het begin van onze jaartelling, hoewel de bijdragen vooral de materiële cultuur betreffen. Die is overigens al interessant genoeg: dat Joden massaal stenen vaatwerk gebruikten, bewijst dat de reinheidsregels geen theoretische constructen waren maar echt werden nageleefd. De afwezigheid van varkensbotten bewijst dat ook de spijswetten geen dode letter vormden. Een andere manier om de Joodse wereld beter te begrijpen, is de toepassing van de sociale wetenschappen, waardoor sommige reconstructies van de context – en daarmee: sommige tekstinterpretaties – meer of minder aannemelijk hebben gemaakt. Het ressentimentkarakter van menige voorindustriële samenleving helpt verklaren waarom in veel oude Joodse teksten zo hatelijk wordt gesproken over de groten der aarde.

In principe is de interpretatie een cyclisch proces. Iemand begint een oude tekst te lezen – laten we zeggen: Enige werken der Wet – en heeft nauwelijks een idee wat hem te wachten staat. Hij worstelt zich door enkele opmerkingen over een kalender heen, neemt kennis van een reeks halachische kwesties en bereikt tot slot het briefachtige gedeelte waarmee de auteur vriendelijk probeert de geadresseerde voor zijn zienswijze te winnen. De tweede keer dat de lezer dezelfde tekst doorneemt, zal hij begrijpen dat de kalender en de halachische vraagstukken de inzet vormden van ooit belangrijke discussies: met een beter begrip van de aard van de tekst begint de lezer aan zijn tweede leescyclus.

Daarop volgen een derde en een vierde, vergelijking met de conclusies van andere lezers en toetsing aan de hand van archeologische en sociaalwetenschappelijke conclusies. Idealiter zou de lezer de waarheid op deze wijze steeds dichter moeten benaderen, maar we kunnen te optimistisch zijn. Het feit dat gelovigen het eeuwenlang oneens hebben kunnen zijn over de uitleg van sommige passages, bewijst dat het heel goed mogelijk is dat lezers per leescyclus meer overtuigd raken van een eigen waarheid, die niet met iedereen wordt gedeeld.

[Dit is het eerste van vier à vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; wordt vervolgd]

4 gedachtes over “Joodse literatuur

  1. mnb0

    “Historici doen doorgaans wat bescheiden over de tijdelijkheid van hun interpretaties”
    Dat is een deugd die elke wetenschapper zou moeten hebben. Stephen Hawking in hoofdstuk 1 van Het Heelal:

    “Iedere natuurkundige theorie draagt een voorlopig karakter, in die zin dat ze slechts een hypthese is: bewijzen kun je haar nooit.”
    Mi is deze houding een vereiste om vooruitgang te kunnen boeken.

      1. Ik vermoed dat dit tweetal gelijk heeft. Of beter, ik wil me over een alleszins gerechtvaardigde skepsis zetten. Er zijn te vaak te grote claims gedaan om deze nog geloofwaardig te laten zijn, maar laten we eens doen alsof we nog geen honderd keer voor de gek zijn gehouden door publiciteitsbeluste, overdrijvende academici.

  2. Als jij al die bronnen en begrippen met elkaar kunt verbinden om een boek te schrijven over het vroege christendom, heb ik daar diep respect voor.

Reacties zijn gesloten.